Hebben de Nederlandse voetbalscouts genoeg oog voor laatbloeiers?

Nederlandse clubs scouten steeds vroeger door de angst om talenten mis te lopen waardoor andere clubs met ze aan de haal gaan. Maar hebben die clubs nog wel oog voor een belangrijke groep beloftevolle spelers die later komen bovendrijven: de zogenaamde laatbloeiers?

1. Jaap Stam

Eén keer heeft jeugdtrainer bij DOS Kampen, Gerrit Post woorden gehad met Jaap Stam en het mooie was: hij had het de elftalleider van tevoren gezegd. ‘Ik zeg: let op, dat wordt ruzie.’ En dat werd het. Jaap Stam was in die dagen middenvelder, maar Post zat met blessures in zijn achterste linie en dus moest Jaap Stam zich opofferen in het teambelang. Het offer luidde rechtsback. ‘Jaap begon meteen te steigeren. ‘Een luide vloek klonk door christelijk Kampen. (….)

‘Henry van der Vegt was destijds een opvallender speler dan Jaap Stam. Hans van Dijkhuizen (oud-speler DOS Kampen): ‘Henry was als jeugdspeler al meer een voetballer, creatiever. Jaap was als middenvelder niet zo geweldig. Hij is als verdediger groot geworden. ‘Van Dijkhuizen bedoelt het letterlijk. Jaap Stam was vroeger Japie Stam, een kleine jongen die je snel over het hoofd zag. Van der Vegt: ‘Jaap had al wel dat gedrongen postuur. Maar bij de A’s kreeg hij opeens van die groeischeuten. Hij is in drie maanden echt verschrikkelijk gegroeid. Ook ineens van die enorme bovenbenen. Ik dacht: dat is Jaap niet.

‘Ze trainden in die tijd wel eens mee met de senioren. Van Dijkhuizen: ‘Dat was altijd een beetje dollen met die junioren. Maar dat moest je bij Jaap niet doen. Die was toen op de trainingen al zo vreselijk fanatiek. ‘Henry van der Vegt debuteerde op zijn zeventiende in het eerste van DOS, Jaap Stam volgde in de loop van dat seizoen.

‘Theo de Jong, die na enig aandringen de ontdekker van Jaap Stam genoemd mag worden, was in die dagen vaak te vinden op sportpark De Maten. Hij was trainer van het naburige FC Zwolle en op zoek naar talent. ‘Dat was eigenlijk vanuit een noodsituatie geboren. Zwolle ging op een faillissement af en we konden alleen maar koopjes halen of spelers uit de amateursectie. ‘Ik struinde veel velden af en bij DOS kwam ik regelmatig, een club met een heel goede jeugdopleiding. In het begin waren ze nogal achterdochtig, maar later werd ik in de bestuurskamer ontvangen. ‘De Jong had zijn zinnen op twee spelers gezet: Henry van der Vegt (foto) en Jaap Stam. ‘Het waren liefhebbers met een goede instelling. Dat zag je zo.’ De eerste stapte in 1991 over, de tweede moest nog een jaartje wachten. Vader Stam wilde dat zoon Jaap eerst de school afmaakte. Theo de Jong mocht het volgend seizoen terugkomen en dat deed hij al snel. ‘Ik zat hem te knijpen, want hij werd steeds beter. Ik dacht: straks komt Heerenveen of een andere club. Maar die kwamen gelukkig niet. Ik heb hem zo snel mogelijk vastgelegd. ‘In 1992 maakte Jaap Stam op 20-jarige leeftijd zijn debuut in het betaald voetbal.

De rest is geschiedenis: Jaap Stam bouwt een schitterende carrière uit die via PEC Zwolle, Cambuur, Willem II, PSV, Manchester United, Lazio Roma en AC Milan eindigt bij Ajax. Stam was een had een late groeispurt en werd daarna pas op de plek gezet waar zijn kwaliteiten opvielen. Maar dan nog: als De Jong niet noodgedwongen door finaciele problemen was gaan scouten bij de amateurs van DOS Kampen, was Stam waarschijnlijk niet of te laat ontdekt. 

FC Zwolle was in die dagen een ideale opstap volgens Van der Vegt. ‘Het was een smalle selectie met jonge spelers. Je kreeg alle gelegenheid om te wennen aan de overgang. Een fout werd je snel vergeven.’Hij denkt dat het een voordeel was om zo laat prof te worden. ‘Ik speelde op mijn zeventiende al op het hoogste niveau in het amateurvoetbal. Dan sta je tegenover kerels van 34 jaar. Volgens mij krijg je daarvan meer weerstand dan bij de jeugd van een profclub spelen en elke wedstrijd met 5-0 winnen.

Bron: www.volkskrant.nl

2. Laatbloeiers het onderzoek

In 1921 wilde de Amerikaanse psycholoog Lewis Terman o.a. onderzoeken of er een correlatie was tussen intelligentie en (maatschappelijk) succes in het leven. Hij selecteerde daarvoor (via een IQ-test) de 1500 meest intelligente kinderen van basisscholen in de staat California (de top 0,6% van 250.000 kinderen). Allen hadden een IQ van boven de 135. Deze groep zou tot hun dood worden gevolgd om te kijken wat ze uiteindelijk hadden bereikt. Verwachting was dat deze groep voornamelijk topgeleerden, nobelprijswinnaars, presidenten en CEO’s zou voortbrengen.

Latere Nobelprijswinnaars werden niet geselecteerd, want te dom

De Terman-groep bleek over het algemeen behoorlijk succesvol te zijn. 31 personen bereikten de top in hun vakgebied, een groot aantal leidde een bovenmodaal leven, maar er waren ook veel deelnemers die een vrij oninteressant leven leidden met een doodgewone baan als accountant, politieman, receptionist, technicien of zeeman. De Terman-groep deed het eigenlijk slechts een klein beetje beter dan een willekeurig gekozen groep mensen. Opvallend is verder dat William Shockley en Luis Alvarez, (2 briljante geleerden die later de Nobelprijs wonnen), ook werden getest door Terman, maar te laag scoorden op de IQ-test en daarom niet werden toegelaten tot deze studie.

Wat heeft dit met voetbal te maken? Intelligentie is in tegenstelling tot voetbaltalent (senso-motorisch talent) een zeer precies meetbaar talent. Terman had daadwerkelijk de op dat moment intelligentste kinderen geselecteerd uit een groep van 250.000 kinderen. En toch miste hij de latere wereldtoppers. Sterker nog, hij wees ze af. En zo waren er meer latere toppers die door Terman niet werden geselecteerd omdat hun IQ-score op dat moment te laag was. De groep die afviel bracht zelfs veel meer toptalent voort. Terman had klaarblijkelijk toch vooral de verkeerden geselecteerd.

Ambitie, inzet en motivatie bepaalt wie de top haalt

Dat kwam ook naar voren toen de groep nog een keer de IQ-test moest maken op 29 jarige leeftijd. Het IQ van meer dan de helft kwam nu ineens niet meer boven de 135 uit. De IQ-scores van zijn groep waren daardoor niet meer representatief voor een bevolking van 250.000 mensen, maar van 100.000 mensen. Terman had klaarblijkelijk maar liefst 60% van het ‘echte’ talent gemist. Dat komt omdat deze groep zich op latere leeftijd pas had ontwikkeld (de laatbloeiers).

Verder was één van de opmerkelijkste conclusies dat er zeker een verband bestaat tussen IQ en een langer, gezonder en succesvoller leven, maar dat ambitie, doorzettingsvermogen, motivatie en inzet voor wat betreft de carrière een hele grote rol hadden gespeeld. Het waren de harde werkers en de supergemotiveerden die later de absolute top hadden bereikt in hun vakgebied, terwijl de minder gemotiveerden onder hun niveau terecht waren gekomen.

In de voetbalwereld gebeurt en geldt precies hetzelfde. Voetbalclubs scouten / selecteren kinderen al als ze heel jong zijn. Mede ook uit angst talenten mis te lopen, dat werd al duidelijk in dit artikel. De meeste kinderen worden tegenwoordig al gescout als ze 7,8,9 of 10 jaar zijn. Er zijn ongeveer 210.000 o7, o9- en o11-spelers in Nederland. daarvan zijn er 20.000 talentvol en 2000 daarvan kunnen echt heel goed voetballen. Selecteer daar de beste 100 maar eens van. Dat is al niet te doen.

Bron: www.daardan.nl

In het geval van Jaap Stam zorgde een toevallige samenloop van omstandigheden ervoor dat hij opgepikt werd door PEC Zwolle: Een late groeispurt, een trainer die hem op de plek zette waar hij opviel en een club die door financiële problemen genoodzaakt werd bij de amateurs te gaan scouten.

3. Laatbloeiers in het huidige Nederlandse voetbal

Voor de laatbloeiers bij een Nederlandse profclub, kijken we eerst naar een minimale marktwaarde van 500K (Transfermarkt.nl) en de leeftijdscategorie 15 t/m 18 jaar :

LB

Vaak zijn dit spelers die op jonge leeftijd al hun debuut hebben gemaakt in het 1e elftal van hun club. Ze zijn dus opgevallen in de hoogste jeugd bij hun amateurclub, maar niet eerder bij de scouts van profclubs.

Hierbij vallen 3 clubs op die de nadruk leggen op scouting op latere leeftijd: ADO Den Haag, FC Utrecht en Sparta. Als we naar de spelers kijken die op deze latere leeftijd gescout werden, zien we daar toch flink wat kwalitatief goede spelers bij, Pieters en Berghuis schopten het zelfs tot International. Opmerkelijk dus dat er niet meer clubs actief scouten in deze leeftijdscategorie.

Als we kijken naar de leeftijdscategorie 19 jaar en ouder, komen we tot het volgende overzicht:

LB1.PNG

Hierbij valt wederom ADO Den Haag op met 2 spelers die daarna een mooie carrière op wisten te bouwen. Ook Willem II scoutte nog in deze leeftijdscategorie.

Als we naar de verhalen zoeken achter het op latere leeftijd scouten, zien we dat het aantrekken van deze spelers vaak op toeval berust en het initiatief niet vanuit de profclubs komt:

Jens Toornstra

Jens Toornstra kreeg hulp uit onverwachte hoek. Kees Jansma, oud-voorzitter en tegenwoordig klankbord van Alphense Boys, nam het voortouw en raadde de scouts van ADO aan eens naar de technisch begaafde middenvelder van zijn club te kijken. ‘Ik vraag me al jarenlang af hoe dat mogelijk is’, reageert Kees Jansma. Daar zag hij al jaren met grote verbazing onopgemerkt Jens Toornstra rondlopen.

Jansma: ‘Hij was al acht, negen jaar lid, doorliep alle jeugdploegen en kwam uiteindelijk in het eerste elftal terecht. Daar maakte hij als middenvelder ook nog eens meer dan twintig doelpunten.’ De perschef had al vaker bij kennissen in de voetbalwereld aangegeven dat er een meer dan aardige speler bij zijn amateurclub rondliep die zo mee kon doen in de eredivisie, maar die mening werd al nooit serieus genomen.

Bron: www.vi.nl

Reuven Niemeijer

`Mijn voetbaldroom had ik eigenlijk al opgegeven. Als klein ventje wil iedereen prof worden, ook ik. Ze noemden me talentvol, maar ik werd nooit uitgenodigd door bvo’s. Op een bepaalde leeftijd moet je eerlijk tegen jezelf zijn en beseffen dat het niet meer gaat lukken. Ik speelde bij Quick, puur voor mijn plezier. Ik volgde een BBL-opleiding.`

`Mijn leven veranderde na een promotiewedstrijd met Quick. Een dag later werd ik gebeld door iemand van HHC Hardenberg. Ze hadden interesse. Mijn trainer bij Quick zei: “Reuf, dat moet je niet doen. Er zit nog meer in. Als jij wilt kun je het betaalde voetbal halen. Ik regel wel wat bij Twente”. Via via begreep ik dat Twente geïnteresseerd was. Alleen moest ik dan zelf een of andere tussenpersoon bellen. Een heel vaag verhaal. Ik heb het genegeerd. Toen kwam Heracles. Het was op een dinsdagochtend. Ik had net een klant geholpen toen mijn telefoon ging. Het was Nico-Jan Hoogma (directeur Heracles, red.) die vroeg of ik op proef wilde komen. Ik zou eigenlijk in die periode op vakantie naar Gran Canaria gaan, maar dat heb ik maar geannuleerd. Ik was 21 en mocht meetrainen bij een bvo. Dat bedenk je toch niet?’

Bron: www.vi.nl

 

4. Conclusies en aanbevelingen

De wetenschap dat maar een aantal profclubs gericht scouten op latere leeftijd en het vinden van spelers in deze leeftijdscategorie vaak op toeval is gebaseerd, is een indicatie dat zij in deze leeftijdscategorie veel talent laten liggen.

Bij amateurclubs lopen veel laatbloeiers rond die door een samenloop van omstandigheden (late groeispurt, laatrijp, niet op de juiste positie gebruikt, op verkeerde moment gescout) pas later komen bovendrijven.

Het is dan ook zaak voor profclubs hier aandacht aan te gaan besteden, of deze aandacht uit te breiden, zodat de Jaap Stam van de huidige tijd niet onder de radar blijft.

Advertenties

PSV kan meer halen uit het talent uit de eigen Regio: het PSV-scoutingbeleid nader bekeken.

PSV is qua seizoenskaarthouders diep geworteld in Zuid-Oost Brabant. Opvallend is echter dat er zelden talenten uit de regio met toch zo´n 762.000 inwoners, waar volop talent zou moeten zijn, doorbreken in het eerste elftal. Wat is hiervan de oorzaak? En wat kan PSV veranderen het aanwezige talent in zijn regio beter te benutten?

Als we naar de kaart kijken waar de seizoenkaarthouders van PSV wonen, zien we een duidelijk concentratie is Zuid-Oost Brabant:

Waar wonen de seizoenkaarthouders van PSV?

Je zou zeggen dat het logisch zou zijn, dat PSV er alles aan zou doen om ook spelers uit de regio in het 1e elftal te krijgen. Feit is echter dat er amper spelers uit de eigen regio doorbreken in de 1e elftal van PSV. Uit zulk een grote vijver que inwonertal zouden toch regelmatig talenten geschikt voor de Nederlandse top moeten voortkomen. Vergelijk het met IJsland dat met 335.000 de helft van het aantal inwoners telt en komende zomer deelneemt aan het W.K…..

Als we kijken naar hoeveel spelers afkomstig van een amateurclub uit Zuid-Oost Brabant de afgelopen 10 seizoen meer dan 5 wedstrijden in PSV speelde, blijft dit aantal beperkt tot 1: Otman Bakkal, die zijn laatste wedstrijden speelde in het seizoen 2010-2011.

Vreemd dus dat uit zo´n groot achterland zo weinig spelers voor PSV 1 voortgebracht worden. Om de oorzaak hiervan de achterhalen, is het goed om een aantal punten in de jeugdopleiding van PSV te analyseren:

1. Hoe komen spelers de opleiding binnen?

Als we de laatste 10 jaar van PSV onder 19, het eindstation van de opleiding, analyseren op dit aspect, zien we 7 groepen:

  • Van een amateurclub uit de eigen regio

GrafiekRegio

Een opvallend klein deel van de spelers die PSV Onder 19 bereiken (11%), is afkomstig van een amateurclub uit de eigen regio. Opvallend daarnaast is dat het gros van deze spelertjes gescout worden als ze 8 of 9 jaar oud zijn en dat PSV stopt met scouten na de 12 jaar bij amateurclubs uit de regio.

Dit is erg onverstandig om voetbal een open skill sport is. Dat betekent dat veel vaardigheden (o.a. techniek, inzicht, kracht, snelheid, motoriek, mentaliteit, besluitvorming) zich steeds moeten aanpassen aan een veranderende omgeving (o.a. medespelers, tegenstanders, ruimtes, bal). Al die variabelen maken het ontzettend moeilijk, zo niet onmogelijk om een voorspelling te doen bij 7 en 8 jarigen over wie er over 10 jaar de beste voetballer is. Het gaat immers om kinderen die nog niet in de pubertijd zitten en waarvan de ontwikkeling op veel gebieden nog een groot vraagteken is. Bron: www.daardan.nl

Het zal dan ook niet verbazen dat weinig van de bovengenoemde namen bekend in de oren klinken. Dat sommige van deze spelers het profvoetbal gehaald hebben, zal meer het resultaat geweest zijn van de faciliteiten en begeleiding van een profclub, dan het daadwerkelijke talent van de spelers. Clint Leemans is de bekendste naam die ertussen staat, maar het is hoogstonwaarschijnlijk dat in zo´n grote vijver geen grotere talenten rondlopen.

  • van een profclub uit de eigen regio

2P

Een klein deel (3%) wordt op latere leeftijd (tussen 12 en 16 jaar) gescout bij een profclub uit de regio, hier zijn nog geen uiteindelijke versterkingen voor het 1e elftal uit voortgekomen.

  • Van een amateurclub uit Noord-Brabant/Limburg

3K

Opvallend: PSV scout in deze regio´s net als in de eigen regio op erg jonge leeftijd, na de leeftijd van 11 jaar wordt er niet meer gescout. Spelertjes die op latere leeftijd beginnen met voetballen of laat-rijp zijn, zijn dus kansloos om in de opleiding bij PSV te komen via een amateurclub in Zuid-Oost-Nederland. Hier heeft met Jorrit Hendrix 1 speler het 1e elftal gehaald.

 

  • Van een amateurclub uit de rest van Nederland

4U

Ook hier weer opvallend: PSV scout veel bij amateurclubs in de regio Utrecht, hier wel nog op latere leeftijd. Je kunt je afvragen waarom spelertjes van 8/9 jaar naar Eindhoven komen om te voetballen, vaak in gastgezinnen, terwijl het op deze leeftijd bijna onmogelijk in te schatten is hoe goed ze gaan worden. Tijd- en geldverspilling en kinderdromen die uiteen spatten als ze terug moeten naar hun oude club. Joshua Brenet komt op 17-jarige leeftijd over van Zeeburgia en redt het uiteindelijk wel in het 1e elftal.

  • Van een profclub uit de rest van Nederland

5

J

Verreweg het grootste deel (31%) dat uiteindelijk de Onder 19 haalt, wordt gescout bij een profclub in Nederland. Met Depay, Locadia en Bergwijn hebben van deze groep 3 spelers het 1e elftal gehaald en zijn er met Lammers, Piroe, Lonwijk, Gudmundsson en De Wijs een aantal spelers waarvan dit verwacht kan worden. Niet zo gek omdat er pas op latere leeftijd echt gericht gescout kan worden: de gemiddelde leeftijd van deze groep is 14,2 jaar.

Nadeel alleen bij deze groep is dat er een flinke reisafstand is af te leggen, of er een gastgezin voor de speler gevonden moet worden. Lees en hoor hier de ervaringen van Memphis Depay nadat hij gescout was door PSV.

Dit brengt flink wat koste met zich mee en in deze spelers dient veel tijd geïnvesteerd te worden voor de begeleiding.

Toch is deze manier van scouten efficiënt en ter versterking van de O15 t/m O19 waar toch spelers wegvallen is dit een goede manier. Zaak is wel te waken dat het een echte kwaliteitsimpuls is en dat ze spelers die al in de opleiding zitten niet in de weg zitten.

Idealiter vind je talenten van dit niveau in je eigen regio die bekend zijn met de cultuur van Zuid-Oost-Brabant en deze zullen er ook ongetwijfeld rondlopen, alleen blijven ze op dit moment onder de radar omdat PSV te vroeg scout en daardoor een grote groep talenten die later rijp zijn of boven komen drijven uitsluit voor de opleiding.

  • Uit België

6

B

Toch een opvallend groot aandeel van de jeugd die uiteindelijk de onder 19 haalt is afkomstig uit België. Hierbij valt op dat een deel al op jonge leeftijd gescout wordt net als in de eigen regio, terwijl een ander deel op latere leeftijd, maar altijd bij profclubs wordt gescout. Als je 12 jaar bent en nog niet bij een profclub zit, ben je (een enkele uitzondering daargelaten) volgens PSV niet meer geschikt om de opleiding te komen versterken. Laatbloeiers of laat-rijpe spelers (enkele voorbeelden hiervan zijn Jens Toornstra, Jaap Stam, Edwin van der Sar, Dirk Kuijt, Ruud van Nistelrooy) maken derhalve geen kans nog gescout te worden.

Opvallend ook dat niemand van de Belgische spelers een basisplaats in het eerste elftal hebben gehaald. Er is ongetwijfeld veel geïnvesteerd (reiskosten, gastgezinnen) in deze spelers met 0 rendement, ondanks dat ze vaak nog op latere leeftijd gescout zijn. Mijn advies is dan ook, om hiermee te stoppen en te focussen op talenten uit de eigen regio.

  • Uit de rest van de wereld

7

Bu

In een later stadium van de jeugdopleiding (gemiddeld 16 jaar) scout PSV in het buitenland, vooral Denemarken en Servië zijn hierbij populair. Ook hierbij geldt dat geen van deze spelers ook maar enige aanspraak kon maken op het eerste elftal, terwijl het halen van een speler uit het buitenland een flinke investering qua huisvesting en begeleiding met zich meebrengt. Kortom: ook dit is in de laatste 10 jaar weggegooid geld gebleken en het lijkt verstandig dat PSV hiermee stopt en energie steekt in meer voor de hand liggende oplossingen.

 

2. Hoe doorloopt een lichting de PSV-opleiding

Voor de beeldvorming is het goed om een jeugdlichting in de PSV-opleiding te volgen. Als voorbeeld nemen we de lichting van 1998 (op dat moment het jongste team):

E

Hierbij val het volgende op:

  • Geboortemaandeffect

Dit is de naam voor het verschijnsel waarbij spelers die zijn geboren in de eerste maanden van hun jaargang een oneerlijk voordeel genieten ten opzichte van ‘laatgeboren’ spelers. De vroeggeboren kinderen worden vaker als talentvol gezien – terwijl ze veelal niet beter zijn, maar simpelweg rijper of ouder.

Bij dit team zijn 15 van de 17 spelers zijn geboren in de eerste helft van het jaar. De talentvolle generatie van 98 uit de regio was dus bijna kansloos om in de opleiding te komen.

Hierbij wordt dus aan de korte termijn gedacht: nu goed zijn en wedstrijden winnen, maar hoe is dat in de toekomst?

  • Veel ver van huis scouten

Voor het scouten van deze generatie, maar eigenlijk voor de hele jeugdscouting geldt dezelfde gedachte: `het gras is groener bij de buren´.

Slechts 5 van de 17 spelers (29%) wordt gescout in de eigen regio. Met zulk een inwonersaantal moet hier meer uit te halen zijn. We hebben gezien dat er gaandeweg de opleiding veel afvallen omdat in de O19 slechts 11% uit de regio komt.

Ver van huis scouten betekent reiskosten en gastgezinnen: een investering die zich bij scouten op jonge leeftijd niet terugbetaalt, blijkt uit het aantal spelers die onder de 12 jaar buiten Noord-Brabant/Limburg gescout zijn en uiteindelijk het 1e elftal halen.

  • 13 van de 17 halen zelfs het profvoetbal niet

Slechts 4 spelers van deze generatie spelen nu nog bij een profclub en het is nog maar de vraag hoe ver zij nog gaan komen. Van Rigo en Peeters wordt veel verwacht, maar het is nog altijd maar de vraag in hoeverre ze dit gaan waarmaken. De overige 13 spelers zijn een illusie armer beland bij een amateurclub, of zelfs gestopt.

3. FUNdament

Omdat het rendement van de jeugdopleiding achterbleef, heeft PSV In de zomer een nieuwe opzet van de onderbouw (onder 8 t/m onder 12) geïmplementeerd: FUNdament. Op 5 lokaties in Zuid-Nederland worden 50 hele jonge voetballertjes gedurende 4 jaar klaargestoomd voor het latere D1 team van PSV.  Ze spelen gedurende deze 4 jaar niet in een PSV shirt, kunnen niet uit de opleiding worden gezet, trainer ‘slechts’ 2 x in de week en de nadruk ligt op Fun. Na die 4 jaar selecteert PSV dus de beste 13-14 jongetjes uit die 50. Bron: www.daardan.nl

Dit zijn allemaal uitstekende ontwikkelingen gebaseerd op het Long Term Athlete Development-concept (klikken download een PDF-bestand). Op deze manier kunnen kinderen dicht bij huis blijven spelen wat heel belangrijk is op jonge leeftijd, is er de druk van het PSV-shirt niet, vindt er geen overbelasting en burnout plaats en houden kinderen vooral plezier in het spelletje.

Verder is natuurlijk een prima zaak dat PSV-trainers nu ieder jaar 50 en volgend jaar al 70 nieuwe kinderen gaan opleiden. Dat is heel wat beter dan de 10 nieuwe F-spelers in de jaren ervoor. Dit vergroot de talentenvijver. Hoe groter de vijver, hoe meer vissen je erin gooit, des te groter de kans dat er eentje heel groot gaat worden later. Aan de andere kant is het doodzonde dat PSV blijft volharden in het scouten van hele jonge kinderen, omdat je er op die leeftijd nog helemaal niets van kan zeggen. Het op vroege leeftijd toch blijven selecteren van talent wat PSV nu doet, betekent automatisch ook dat je ander talent buitensluit. Bron: www.daardan.nl

Daarnaast blijft PSV ook bij het FUNdament-traject volharden in het geboortemaand-effect. PSV gaat gewoon door met het scouten van jongens die in de eerste maanden zijn geboren. Bij PSV O9 komt  75% uit de eerste 6 maanden,  bij PSV O10 is dat 77%. Het gros van die jongens komt ook nog eens uit januari, februari en maart en de jongens die uit de laatste 3 maanden van het jaar komen zijn op 1 hand te tellen.

 

4. Aanbeveling: Leer van IJsland en geef het voetbal in de regio een impuls om hier later de vruchten van te plukken

Wat heeft een land als IJsland gedaan om uit zo´n klein inwonersaantal zo´n hoog rendement te halen?

  • Investeren in de infrastructuur en faciliteiten 

Vijftien jaar geleden besliste de regering van IJsland om meer te investeren in het voetbal, de populairste sport op het eiland. Dat uitte zich onder meer in de bouw van een tiental grote indoorhallen met kunstgrasvelden waardoor er het hele jaar door in optimale omstandigheden kon worden getraind.

Toepasbaarheid voor PSV:

Bij PSV en de regionale clubs zijn de faciliteiten over het algemeen al van een erg hoog niveau: veel clubs hebben schitterende accommodaties en kunstgrasvelden zodat er ook onder slechte weersomstandigheden getraind kan worden. Maak hier dan ook gebruik van.

Om in de winterstop jeugdspelers een stimulans te geven, kan gedacht worden aan indoor-toernooien onder de vlag van PSV. In de Kerstvakantie en in weekenden in de maanden januari en februari, waarin de jeugdcompetities stilliggen, is dit een flinke impuls voor het jeugdvoetbal. In Someren en Waalre liggen uitstekende indoorhallen met kunstgras die hiervoor geschikt zijn. maak het daarnaast laagdrempelig door het inschrijfgeld laag te houden, geld moet geen belemmering zijn om niet te komen.

Daarnaast is het meteen een uitstekende manier om een beeld te krijgen van het aanwezige regionale voetbaltalent.

Ook is er een lange zomerstop in het jeugdvoetbal: van half mei t/m eind augustus ligt het jeugdvoetbal stil: meer dan 3 maanden waarin spelertjes zich niet of weinig ontwikkelen! Terwijl de weersomstandigheden in deze periode juist uitstekend zijn.

In Eindhoven liggen 4 Cruijff Courts, een ideale plek om ´s avonds en in de vakanties 4 tegen 4-jeugdtoernooien te organiseren voor jeugdspelers uit de regio. Door dit ook onder de vlag van PSV te doen, zou dit de aantrekkingskracht flink vergroten en maak het laagdrempelig door gratis te doen.

PSV organiseert nu de soccerschool: een goed initiatief en een goede mogelijkheid voor regionale talenten om zich te laten zien. Hiermee wordt echter alleen maar een kleine groep bereikt, mede door het flinke bedrag aan inschrijfgeld. Door het inschrijfgeld lijkt het meer op een verdien-model, dan het ook daadwerkelijk omhoog brengen van het niveau van regionale spelertjes. Door de Soccerschool gratis te maken of voor een symbolisch laag bedrag te organiseren, wort niemand uitgesloten en wordt het voor meer spelertjes interessant.

  • Investeren in trainers en gelijke behandeling voor spelers zodat geen talent verloren gaat

De jonge voetballers krijgen een oerdegelijke opleiding, want IJsland professionaliseerde de voorbije vijftien jaar ook het trainerskorps dat jong talent naar de top moet brengen. Het land heeft op dit moment zowat 630 trainers met een UEFA B-licentie en 200 met een UEFA A-licenties. Al die trainers krijgen een salaris van de gemeente of van de voetbalclub waar ze aan verbonden zijn en krijgen ook de kans om elders in Europa stage te gaan lopen en hun kennis verder uit te breiden.

Toepasbaarheid voor PSV:

Gebruik de gediplomeerde trainers die je hebt om trainingen op locatie te geven bij amateurclubs in de regio en om alle jeugdtrainers op te leiden om de kwaliteit van trainers en daardoor jeugdspelers in de regio te verhogen. Doe dit minimaal 3x per jaar zodat de opgedane kennis niet verloren gaat en om het warm te houden. Trainerscursussen bij de KNVB zijn prijzig en dienen vaak gevolgd te worden op een centrale locatie, wat voor veel trainers een drempel is. Door het gratis en op locatie te doen, wordt deze drempel weggenomen.

Creëer hierdoor de randvoorwaarden voor alle spelertjes om zich optimaal te ontwikkelen en zich ook te kunnen laten zien aan scouts van PSV. Laat willekeurige spelers van amateurclubs uit de regio minimaal 3x per jaar kosteloos bij PSV trainen. Spelertjes krijgen een boost omdat ze merken dat er veel mogelijk is en PSV jeugdscouts kunnen op die manier de regio in kaart brengen en de individuele vooruitgang van spelertjes volgen.

Ga pas voor de onder 13 een team samenstellen, zoveel mogelijk met spelers van clubs uit de regio en blijf de ontwikkeling van spelers bij amateurclubs volgen tot hun 18e. Plekken die vrijkomen door afvallers kunnen aangevuld worden met laatbloeiers uit de regio of talenten van andere profclubs, zoals het nu ook gebeurt.

Zet het jeugdvoetbal in de eigen regio echt op poten en communiceer dit ook naar buiten toe in samenwerking met de clubs in de regio. Een win-win-situatie die de moeite waard is te implementeren!

Wat zijn de echte kwalijke gevolgen van op jonge leeftijd scouten van profclubs?

Het gebeurt steeds vaker: voetballertjes van zes, zeven jaar worden gescout door Nederlandse topclubs. Vorige week maakte de NOS er een reportage over en vele ‘deskundigen’ hadden er een mening over. Van: ‘te vroeg, laat kinderen opgroeien in hun vertrouwde omgeving’ tot: noodzakelijk, anders gaat een andere club met het talent aan de haal.’ Maar wat heeft dit vroeg scouten als gevolg voor het Nederlandse voetbal?

1. Het waarom van vroeg scouten

“Wij willen ze eigenlijk zo vroeg mogelijk hebben, want als we jongens na hun twaalfde scouten hebben we het gevoel dat ze heel veel jaren opleiding missen,” vertelt Theo van Santen, een van de Ajax-scouts. “En over het algemeen haal je dat niet meer in.”

De beroemde Ajax-opleiding had in het verdere verleden de vrije keuze op de Amsterdamse velden. Andere clubs waagden zich niet aan de reis naar de hoofdstad. Tegenwoordig ziet Van Santen bij Zeeburgia echter concurrenten van een groot aantal Nederlandse clubs: “FC Utrecht, AZ, PSV en Feyenoord. En dan moet je je afvragen of je zo’n heel klein jochie richting Feyenoord of PSV moet laten gaan.”

De wedloop om jong talent heeft niet alleen gevolgen in Amsterdam. De ontwikkeling verontrust Bastiaan Riemersma, hoofd jeugdopleiding van Willem II: “Voor veel clubs geldt dat ze de jongens willen hebben voor ze gespot worden door andere clubs. Dus je ziet dat het de afgelopen jaren naar steeds jonger gaat.”

NOS-redacteur Edwin Schoon, die de steeds lager wordende leeftijdsgrens onderzocht, onderstreept de woorden van Riemersma in het NOS Radio 1 Journaal. “De jeugdopleidingen hopen dat ene talentje te vinden dat ze voor 20 miljoen kunnen verkopen en vissen met een steeds groter net.”

Bron: www.nos.nl

Het steeds jonger scouten is vooral dus ingegeven door angst talenten mis te lopen, niet om zelf de beste talenten te scouten op het juiste moment. Zo heeft PSV met het FUNdament-traject 4 teams in de leeftijden 7 tot 11 jaar op 4 verschillende locaties, om in een breed gebied geen talenten mis te lopen.

Maar is het wel echt nodig om vroeg te scouten? En heeft vroeg scouten gevolgen voor laatrijpe spelers? Om die vragen te kunnen beantwoorden is het goed om naar de gescoute leeftijden te kijken van onze huidige topspelers en die van 20 jaar geleden.

2. Op welke leeftijd werden onze huidige toppers gescout?

Gekeken naar de Nederlandse spelers met de hoogste huidige transferwaarde, komen we tot het volgende overzicht:

2018_1_5_19_39_2

Opvallend te zien dat slechts 2 van deze spelers 7 of 8 jaar oud waren toen ze naar een profclub gingen. Verder zijn slechts 5 van de 15 jonger dan 10 jaar oud. Deze spelers waren ongetwijfeld 1 of 2 jaar later ook nog als talentvol bestempeld. Op basis van deze cijfers is het niet gegrond te zeggen dat op 7 of 8-jarige leeftijd scouten echt nodig is.

Maar nog het meest opvallend: dat er maar 1 speler bij zijn ontdekking ouder is dan 12 jaar oud. Heeft Nederland geen laatbloeiers of laatrijpe spelers meer?

3. Op welke leeftijd werden onze toppers van 20 jaar geleden gescout?

Wat dat betreft is het interessant naar de leeftijden te kijken van de Nederlandse toppers van 20 jaar geleden bij hun ontdekking:

2018_1_6_9_4_6

Opvallend om te zien dat we een heel ander overzicht krijgen. We onderscheiden 3 groepen:

  • De jong gescoute talenten (Bogarde, Seedorf, Van Bronckhorst en Kluivert)

Zij lieten al op jonge leeftijd zien over veel talent te beschikken, vielen daardoor op bij scouts. Kluivert en Seedorf (foto) debuteerden ook al op jonge leeftijd bij Ajax. Typisch talenten die vroegrijp zijn: niet alleen als kind, maar ook na de puberteit.

  • De op normale leeftijd gescoute talenten (F. en R. de Boer, Reiziger, Davids, Bergkamp en Overmars). 

Zij kwamen op 12 tot 14-jarige leeftijd de jeugdopleiding van -meestal Ajax- binnen en groeiden uit tot (inter)nationale toppers. We kunnen toch stellen dat dit grotere spelers waren als de toppers die we nu hebben, die over het algemeen op jongere leeftijd zijn gescout. De opmerking van Ajax-scouts Theo van Santen, die stelde dat spelers die na hun 12e de opleiding binnenkomen te laat zijn, klopt dus niet.

  • De laatbloeiers of laatrijpe spelers (Van der Sar, Cocu, Stam (foto), Van Hooydonk en Van Nistelrooy)

5! spelers dus die pas op 15 tot 20-jarige leeftijd bij een profclub kwamen. Niet toevallig karaktervolle spelers die het niet van hun intrinsieke voetbaltalent moesten hebben, maar op mentaliteit boven zijn komen drijven.

Niet in dit overzicht meegenomen is Dirk Kuijt nog een mooi voorbeeld van een laatbloeier en karakterspeler die een paar jaar later boven komt drijven: van Katwijk op zijn 18e naar FC Utrecht, Feyenoord, Liverpool. Overal het vermogen tonend zich te kunnen aanpassen aan een hoger nivo.

Opvallend dus dat we bij onze huidige Nederlandse toppers geen enkele laatbloeier hebben. Bestaan zij nu niet meer dan, de zogenaamde ‘fluisterende talenten’?

Volgens Rasmus Ankersen van het boek ‘The Gold Mine Effect’ zijn er vier manieren om op een naar talent en prestatie te kijken. Op deze manier ontdekken we niet alleen talent dat duidelijk aanwezig is (‘schreeuwend talent’) maar juist talent dat zich nog niet heeft getoond (‘fluisterend talent’). Met name de laatste groep is interessant, want dat talent wordt door de concurrentie zelden opgemerkt.

  • Kijk niet alleen naar de prestatie op zich, maar ook naar het verhaal erachter. Probeer echt te begrijpen wat mensen drijft en wat ze ervoor over hebben dit te bereiken.
  • Prestatie = potentieel talent – beperkingen. Zijn de beperkingen oplosbaar? Richt je dan op het wegnemen van deze beperkingen.
  • Maak je selectiepoort niet te smal. Stap af van het traditionele selectiedenken en hou op met meer van hetzelfde te selecteren.
  • Plaats passie boven capaciteiten. Attitude en inzet zijn belangrijker dan de tot dan geleverde prestaties. Ontdek de ‘grit’: mensen die een duidelijke missie hebben en toegewijd zijn dit te realiseren en zich niet uit het veld laten slaan bij tegenslagen.

De wedloop om talenten op jonge leeftijd zorgt er nu dus voor dat de fluisterende talenten niet meer gescout worden. We zagen het al in dit artikel dat PSV stopt met scouten bij amateurclubs in eigen regio na de leeftijd van 12 jaar. Bij een snelle blik op het scoutingbeleid van Ajax zien we hetzelfde. Op deze manier wordt een groep talentvolle spelers uitgesloten om uit te groeien tot toppers, een kwalijke ontwikkeling.

4. Conclusies en aanbevelingen 

Het scouten bij de jongste jeugd is dus vooral niet wenselijk omdat slechts enkelen het redden en vele voetbaldromen van kinderen uiteen zullen spatten. Er zijn dus -zoals we zagen- wel spelertjes bij die uiteindelijk de top bereiken.

Voor het Nederlandse voetbal is het kwalijker, dat topclubs door de wedloop op jonge talenten vergeten te scouten bij een grote groep die ook de aandacht verdient. Kleinere clubs halen liever de afvallers van topclubs binnen, in plaats van te gaan scouten bij plaatselijke amateurclubs voor laatbloeiers.

Talenten ouder dan 12 die nog niet bij een profclub zitten komen niet bovendrijven door hun gebrek aan talent, maar door een gebrek aan focus van clubs om deze talenten te scouten en kansen te geven.

Welke dode hoeken heeft de Nederlandse jeugdvoetbalscouting?

Het mooie van voetballend Nederland is, dat er bijna overal in een straal van 5 km een voetbalclub is te vinden, met doorgaans goede faciliteiten. Alle ingredienten zouden aanwezig moeten zijn om talenten door het hele land in het vizier te hebben. Toch lijkt het alsof niet uit alle regio’s evenveel profvoetballers komen. Interessant om te onderzoeken in welke regio de meeste profvoetballers hun eerste stappen zetten als jeugdvoetballer en in welke regio’s talenten over het hoofd gezien worden.

1. Voetbaltalent is niet zeldzaam

Wat is talent precies? Vaak wordt talent namelijk verward met natuurlijke aanleg. Natuurlijke aanleg is echter wat je bij je geboorte meekrijgt. Dat zit in je genen. Door die natuurlijke aanleg te ontwikkelen en te trainen kun je een talent worden op een bepaald gebied. Iemand zonder natuurlijke aanleg op senso-motorisch gebied kan trainen wat hij wil, maar zal nooit een voetbaltalent worden. Het omgekeerd geldt echter ook; iemand met heel veel natuurlijke aanleg, maar die slechte training krijgt of heel weinig traint, zal ook nooit een groot voetbaltalent worden.

Wanneer ben je dan een talent? Volgens Francois Gagné*, een expert op talent-gebied, heeft 10% van alle voetballers genoeg natuurlijke aanleg om uit te groeien tot een voetbaltalent. Wie bij die beste 10% (1:10) van zijn leeftijdsgroep hoort is een matig talentvolle voetballer (lokale top). 1:100 is een gemiddeld talent (regionale top), 1:1000 een groot talent (landelijke top) en 1:10.000 een zeer groot talent (Europese top) en 1:100.000 is een extreem talent (wereldtop). Messi, Ibrahimovic en Özil zijn voorbeelden van volwassen extreme talenten. De jongens uit de O15 van Ajax en Feyenoord zijn grote talenten en de jongens van een lokale amateurclub uit een O15-1 of O13-1 team zijn matige talenten. Let wel: van al deze jongens kan het ‘talentvol zijn’ nog enorme sprongen vooruit en achteruit maken, omdat ze zich nog volop aan het ontwikkelen zijn. (zie het onderzoek van Simonton, 1999)

Uit alle wetenschappelijke onderzoeken en uit de feiten blijkt dat talent niet zeldzaam is. Of het nu om muziek, zang, kunst, sport of intellectueel talent gaat. Het barst zelfs overal van de talenten. Verder heeft de sportgeschiedenis aangetoond dat enkele tienduizenden beoefenaars vaak al genoeg kan zijn om daaruit een selectie te maken die de (wereld)top kan halen.

Bron: daardan.nl

2. Duitsland

Dietrich Weise was bondscoach van Liechtenstein toen hij eind 1996 vanuit Frankfurt werd gebeld. Hij was de laatste Duitse jeugdtrainer die succes had gehad met nationale jeugdploegen, begin jaren tachtig. Voor de probleemanalyse had hij niet lang nodig. Hij ergerde zich al twee jaar aan de lamlendige jeugdscouting in Duitsland. Het talent was er wel, maar niemand keek ernaar om.

Weise rekruteerde een jonge assistent – een 27-jarige ex-prof en vers afgestudeerde sportwetenschapper met de naam Ulf Schott – en samen keken ze waar dat onzichtbare talent zich moest bevinden.

De manier waarop ze dat deden was nogal simpel, vertelt Schott. ‘We pakten een grote kaart van Duitsland, zetten stickers op plekken waar profclubs met jeugdopleidingen zaten. Midden in de witte plekken, waar dus niet naar talent werd omgekeken, plaatsten we prikkers. Daar moesten we zijn.’

Op die plekken zetten ze inmiddels beroemde steunpunten (Stützpunkte) neer. Twee à drie trainers kregen een kantoortje bij een amateurclub, en zochten in de omgeving naar de talentvolle spelertjes van wie Weise altijd al vermoedde dat ze bestonden. De kern van de gedachte, zegt Schott, ‘was om de droom van elk kind om voetbalprof te worden levend te houden. Om bij die spelers iets te doen ontbranden: de zin om beter te worden.’

Bron: De Correspondent

In Duitsland erkende men dat er een aantal dode hoeken waren waar jeugdspelers niet voldoende gescout werden. In Nederland lijkt het, omdat Nederland veel kleiner is, veel minder waarschijnlijk dat er plekken zijn waar niet goed gescout wordt bij amateurclubs. Maar toch lijkt het een onderzoek waard om te kijken of dit ook echt zo is.

Werkwijze

We delen Nederland op in 25 regio’s en bij al deze regio’s wordt gekeken hoeveel inwoners deze heeft. Dit inwonertal is dan een percentage van het totale aantal inwoners in Nederland. Als vervolgens het percentage spelers uit een regio wordt vergeleken met het percentage inwoners, geeft dat een beeld van of er (goed) genoeg in deze regio wordt gescout.

Bijvoorbeeld: Utrecht heeft 8% van de inwoners van Nederland, maar slechts 4% van de Nederlandse profvoetballers komt uit Utrecht, dan is hier niet (goed) genoeg gescout in de jeugd.

Om te kijken bij welke club in welke regio de spelers hun eerste voetbalstappen hebben gezet, kijken we op Transfermarkt.nl en zoeken we eerst naar de topspelers (met een marktwaarde van € 7 Miljoen of meer) en subtopspelers (boven de € 2 miljoen).

3. Nederlandse top- en suptopspelers

De spelers van € 7 miljoen of meer zijn de zogenaamde topspelers, van Virgil van Dijk tot en met Erik Pieters. In deze categorie vallen veelal Internationals en het geeft aan of jeugdscouts in een bepaalde regio de talenten ontdekken die tot (nationale) toppers kunnen uitgroeien. De 2e kolom geeft het aantal inwoners per regio aan, de 3e het percentage van het totaal aantal inwoners in Nederland. Vervolgens het aantal gevonden spelers, het percentage van het totaal aantal spelers en de laatste kolom hoeveel procent +/- t.o.v. kolom 3. De laatste kolom geeft dus aan hoe goed er relatief gescout wordt:

Topspelers:

Top1

Opvallend in die overzicht zijn de goede cijfers voor de regio’s Rotterdam-Rijnmond en Hollands Midden en ook Haaglanden die aan elkaar grenzen. In deze gebieden weet men dus heel goed in te schatten wie uiteindelijk de top gaat halen. Veel van deze spelers zijn door Feyenoord gescout, denk aan Wijnaldum, De Vrij, Kongolo, Martins Indi, Fer, Bruma, Karsdorp en Aké, maar ook door Sparta Rotterdam: Strootman, De Roon, Willems (foto) en Depay.

Negatieve voorbeelden hierin zijn o.a. Friesland en Zuid-Oost-Brabant (lees: PSV-gebied) met 0 spelers. Opvallend ook dat de 3 Zuidelijke Provincies tezamen (Zeeland, Noord-Brabant, Limburg) slechts 2 topspelers voortbrengt, terwijl dit er statistisch gezien 8 zouden moeten zijn. De clubs in deze Provincies laten dus echt wat liggen wat betreft het inschatten wie uiteindelijk de top kan halen.

Voor de subtop wordt er gekeken naar spelers met een waarde tussen de € 2 en € 6,5 miljoen, van Berghuis t/m Stekelenburg:

Subtopspelers:

Top2

Hierbij komen Amsterdam-Amstelland, Kennemerland en Utrecht positief naar voren, terwijl er in de regio in Zuid-Holland nu redelijk naar verwachting wordt gescout, gemiddeld om en nabij de 0.

Negatief komt wederom Friesland naar voren samen met Zuid-Oost Brabant. Beide regio´s zouden totaal 7 top- of subtopspelers voort moeten brengen, in totaal zijn het er dus 0. PSV en SC Heerenveen scouten dus dramatisch bij de jeugd in hun eigen achterland.

Daarnaast weer heel Zuid-Nederland waar te weinig spelers gezien worden met potentie: 18 subtop-spelers zouden statistisch gezien hier vandaan moeten komen, in de praktijk zijn het er maar 6. Het lijkt er dus op dat er structureel iets mis is met de talentherkenning is dit gebied.

4. Nederlandse modale spelers en totaal

Vervolgens kijken we naar een grotere groep spelers: de Eredivisiespelers en een aantal uit de top van de Jupiler League. Enkele voorbeelden hiervan: Peet Bijen, Aaron Meijers, Xandro Schenk en Kenneth Paal. De waarde van deze spelers bedraagt tussen de € 400K en € 1,75 Miljoen:

Modaal

De Regio Twente scoort in deze categorie goed, maar de duidelijke uitschieter in positieve zin is Amsterdam-Amstelland. Wederom zwak: de Zuidelijke Provincies, vooral Midden- en West-Brabant en… je raadt het al: Brabant Zuid-Oost.

Als we vervolgens naar de totale groep spelers kijken, is er ook een kolom toegevoegd met het aantal verwachte spelers per regio, naast het aantal daadwerkelijk spelers:

Totaal

Duidelijk is hier te zien dat de regio´s Amsterdam + heel Noord-Holland en Rotterdam dik plussen, en dat de Zuidelijke Provincies dik in de min blijven. Als jeugdig talent kun je dus maar het beste in het Westen van het land wonen.

Midden- West-Brabant brengt 12 profspelers minder voort dan statistisch mogelijk zou moeten zijn, in Zuid-Oost Brabant zijn dit er 10. Ook de talenten in Friesland komen er, net als eerder vermeld bij de (sub) topspelers bekaaid vanaf.

5. Conclusies en aanbevelingen

In het scoutinggebied van PSV, Oost- en Midden Brabant, Noord Limburg en een stukje van België voetballen ongeveer 70.000 jongens onder de 18 jaar. Daar had PSV statistisch gezien de afgelopen 10 jaar tientallen grote en zeer grote talenten uit kunnen vissen. Jongens die goed genoeg waren voor het 1e elftal, voor Oranje en zelfs voor de Europese top. Maar waar zijn al die talenten? Waar zijn de toppers uit de eigen regio en uit de eigen opleiding? PSV heeft de afgelopen 20 jaar niet een spelertje uit die eigen regio weten te scouten en op te leiden tot een vaste waarde in het 1ste team, laat staan tot een wereldtopper.

PSV, maar ook andere clubs, KNVB, trainers en analisten moeten dan ook stoppen om slechte of matige prestaties te verklaren door te zeggen dat er minder talent voorhanden is of dat het een mindere lichting/generatie is. Dat kwam ook al voort uit dit artikel.

Goed scouten bij de jeugd is en blijft een kunst en vaak ook een kwestie van genoeg aandacht eraan besteden en geen spelertjes buitensluiten door alleen op jonge leeftijd te scouten. Deze handschoen is opgepakt door Henk Grim, die Worshops en een opleiding geeft tot voetbalscout, een goede ontwikkeling voor de talentherkenning.

Professionele voetbalclubs kunnen allemaal kiezen uit tienduizenden jeugdspelers uit de regio. Oranje-elftallen zelfs uit 500.000 jeugdspelers of 500.000 senioren. Aantallen zo groot dat het altijd barst van het talent. Als dat talent het gewenste topniveau echter niet haalt of tekort komt in vergelijking met het buitenland, dan ligt dat niet aan het talent of aan de lichting, maar dan is er iets mis met de wijze van selecteren én de door KNVB en profclubs gecreëerde omstandigheden/(leer)omgeving waarin die talenten worden opgeleid .

Bron: daardan.nl