Welke Nederlandse club heeft de beste jeugdopleiding?

Meerdere clubs in Nederland claimen dat ze hun focus leggen op de jeugdopleiding. Wat zijn de specifieke kenmerken van de opleidingen van de grootste clubs? En welke club heeft de jeugdopleiding met het hoogste rendement?

1. Kenmerken van de clubs

Ajax

De jeugdopleiding van Ajax staat al sinds jaar en dag -ook internationaal- bekend om haar goede kwaliteit en heeft al diverse prijzen weten te winnen met zijn jeugdopleiding. Elk decennium bracht Ajax wel grote spelers voort: Johan Cruijff, Johan Neeskens en Ruud Krol in de jaren ’70, Rijkaard en Van Basten in de jaren ’80, in de jaren ’90 waren het spelers als Davids, Seedorf en Kluivert die doorbraken en in de jaren ’00 kwamen Van der Vaart, Sneijder (foto), De Jong, Heitinga en Stekelenburg bovendrijven.

Ajax wil van oudsher op het gebied van innovatie voorop lopen. Met speciaal aangelegde heuvels, een prestatiemeetsysteem, videoanalyse-software, testen met SmartGoals, de introductie van nieuwe denkpatronen, een iphone app voor mentale stress, voedselpakketten, motivatiefilmpjes en meerdere mental coaches, wil de Amsterdamse club nu een voorloper zijn in Europa.

Waar andere clubs alsmaar spelers kochten en de jeugd weinig kansen kreeg, kreeg de jeugd bij Ajax wel de kans. Deze wetenschap zorgde voor besef bij talenten dat ze -indien goed genoeg- kansen kregen. Als er gedebuteerd werd, gebeurde dit met een zekere bravoure.

Ook een optimale begeleiding speelt een belangrijke rol bij het doorbreken van de jeugd. Er wordt een optimale wisselwerking geregeld tussen school en voetbal. Ook wordt er in heel de opleiding hetzelfde getraind en wordt dezelfde speelwijze gehanteerd. Alles binnen de opleiding heeft als hoofddoel om spelers door te laten breken in het eerste.

De documentaire daar hoorden zij engelen zingen in 2001 liet wel zien dat de opleiding een zekere hardheid in zich had, discipline stond hoog in het vaandel en een behoorlijk aantal talentvolle spelers verlieten om disciplinaire redenen de opleiding voortijdig, zoals o.a. Jermaine Lens en Quincy Promes.

Ajax ziet in dat haar jeugdopleiding een erg belangrijke factor is en het beschikbare budget is € 11M, op een totale begroting van €80M toch een aanzienlijk deel.

De laatste jaren verliest Ajax steeds vaker spelers uit de opleiding aan voornamelijk Engelse clubs. Zo gingen o.a. Timothy Fosu-Mensah, Javairô Dilrosun, Juan Familia Castillo en Deshawn Redan hun geluk beproeven aan de overkant van de Noordzee. Dit probeert Ajax te compenseren door laat in de opleiding binnen- en buitenlandse talenten aan te trekken, zoals Kasper Dolberg, Frenkie de Jong en in de het huidige onder 19-team Sebastian Pasquali en Danilo (foto).

Feyenoord

De Feyenoord jeugdopleiding heeft niet zo’n rijke historie als die van Ajax. Er braken wel Internationale toppers door, maar zo talrijk als bij Ajax waren ze niet: Wim Jansen (foto), Giovanni van Bronckhorst en Robin van Persie waren de enige uit de eigen jeugd doorgebroken spelers van internationale allure.

Toch heeft de Feyenoord Acedemy de laatste jaren een flinke inhaalslag weten te maken, mede aangezwengeld door de financiële problemen van 2009. Fer, Wijnaldum, Clasie, De Vrij, Martins Indi en Castaignos werden in die periode voor de leeuwen gegooid en voor de langere termijn pakte dit goed uit, gezien de grote transfersommen die zij later opleverden en mede hierdoor Feyenoord uit de schulden hielpen.

De jaren daarna bleef de Feyenoord academy talenten voortbrengen die soepel instroomden in het 1e elftal: Vilhena, Karsdorp, Kongolo en Boetius lieten zien dat zij het niveau aankonden. Ook spelers die ooit deel uitmaakten van de opleiding (Bruma, Ake, Rekik, De Roon en Jansen) wisten elders door te breken. Van 2010 t/m 2014 wist Feyenoord dan ook 5x de prijs voor beste jeugdopleiding in de wacht te slepen. Het budget voor de jeugdopleiding van Feyenoord zou rond de € 4M liggen, een stuk lager dan bij Ajax.

PSV

PSV heeft geen succesvolle historie als opleidingsclub. ´Mister PSV´ Willy van der Kuijlen speelde tot zijn 18e bij HVV Helmond en kan dus moeilijk eigen jeugd genoemd worden. 2 andere clubiconen, Willy en René van de Kerkhof gingen van het Helmondse MULO naar FC Twente en kwamen op hun 22e bij PSV terecht.

In de jaren die volgden kwamen er soms nuttige clubspelers voort uit de opleiding (bijv. Addick Koot, Bjorn van der Doelen, Otman Bakkal) maar zelden spelers van Internationale allure. De meest in het oog springen spelers die doorbraken, waren Boudewijn Zenden, Ibrahim Affelay en Memphis Depay. Spelers als Edward Linskens en Berry van Aerle kwamen pas op 19-jarige leeftijd bij PSV terecht.

PSV compenseerde dit gebrek aan doorbrekende jeugdspelers jarenlang met een uitgekiend aan- en verkoopbeleid en wist hier echt een specialiteit van te maken.

PSV zet de laatste jaren vol in op de jeugdopleiding en het is volgens directeur Toon Gerbrands een kwestie van tijd voordat de talentenstroom die op gang komt ook financieel zijn vruchten afwerpt. Dat de Eindhovenaren de opleiding zeer serieus nemen, blijkt bijvoorbeeld ook uit de aanwezigheid van mental- en lifestylecoaches in de jeugd. Te vaak had volgens Marcel Brands de uitstroom van talent namelijk te maken met niet-voetbalgerelateerde zaken. Het budget voor de jeugdopleiding ligt net als bij Feyenoord rond de € 4M.

PSV gaat daarnaast flink investeren in het trainingscomplex, met het totale plan is een bedrag van in totaal 7 tot 9 miljoen euro gemoeid. Gerbrands wil ‘een fundament voor de toekomst van PSV bouwen.’ Om dit te realiseren wordt De Herdgang nog meer op topsportniveau ingericht. Spelers krijgen de ruimte om (extra) te sporten, er komen ruimten voor medische partijen en analysepartners zoals het FieldLab, maar bijvoorbeeld ook faciliteiten om jeugdspelers op gebied van scholing verder te helpen.

AZ Alkmaar

In 2009 vond er een keerpunt plaats voor de jeugdopleiding van AZ; Het werd kampioen met veel gekochte spelers. Dirk Scheringa stond toen nog aan het roer en toen DSB failliet ging, was de club nagenoeg dood.

Hoofd Opleiding Paul Brandenburg (foto): “Er moest op een andere manier gewerkt worden, want we konden niet concurreren met clubs die miljoenen te besteden hebben. Op dat moment hebben we de pijlen gericht op de jeugdopleiding. Het streven was dat in 2020 de helft van het eerste uit eigen jeugdspelers zou bestaan. Nu al is 67% van de selectie eigen opgeleide spelers.”

Voor Paul Brandenburg is het de bevestiging dat AZ op de goede weg is. Brandenburg is hoofd van de jeugdopleiding van de Alkmaarders, die in 2015 en 2016 werd onderscheiden met de Rinus Michels Award, de prijs voor de beste jeugdopleiding van Nederland.

De AZ-jeugdopleiding gaat innovatief te werk: “De trainers zorgen ervoor dat de spelers elke dag van de week op een andere manier worden uitgedaagd”, vervolgt Brandenburg. “Dat kan door te trainen op een andere ondergrond of door te trainen met andere ballen. Op zand bijvoorbeeld, of op beton. Maar ook door continu met andere opstellingen te spelen.”

“AZ speelt in de jeugd zonder vaste systemen om de spelers te laten zoeken naar creatieve oplossingen. Je ziet vaak dat de trainer bepaalt wat er gebeurt, de spelers zijn slechts uitvoerders. Maar in het eerste elftal wil ik jongens die zelf keuzes maken en in staat zijn tijdens de wedstrijd naar ruimtes en mogelijkheden zoeken.”

“De wereldtop kan in een wedstrijd vier tot vijf systemen spelen. Ze zijn niet bezig met het systeem, maar met de sterkte en zwaktes van een tegenstander en de ruimtes die ontstaan. We moeten spelers opleiden die dat aankunnen.”

De laatste jaren regent het doorbraken in het 1e elftal, ook omdat jeugdspelers kansen krijgen: Van Overeem, Haps, Luckassen, Ouwejan, Hatzidiakos, Til, Helmer, Stengs en Koopmeiners (foto).

 

We kunnen wel stellen dat de 4 grootste opleidingen qua budget flink aan de weg timmeren en ieder op zijn eigen manier vooruitstrevend bezig is. Welke jeugdopleiding heeft de laatste 10 jaar het hoogste rendement behaald, qua hoeveelheid doorgebroken spelers, qua wedstrijden in het eerste elftal of qua totale waarde van de doorgebroken spelers?

Alleen spelers die minimaal 4 jaar in de opleiding zaten en in een hoogste divisie speelt of een waarde heeft van minimaal 500K op Transfermarkt.nl zijn meegenomen in dit onderzoek. De opvallendste uitkomsten zijn in het onderstaande hoofdstuk weergegeven:

2. Rendement per club

Ajax

11

Bij het rendement van Ajax valt de grote hoeveelheid spelers (40) op. Veel clubs in binnen- en buitenland profiteren van de ´bijvangst´ van de opleiding van Ajax. Als we naar de totale waarde van € 139,9M, is het rendement per seizoen € 14M. Opvallend veel talenten die de laatste jaren doorbraken zitten nog bij de club: Van de Beek, De Ligt, Zeefuik, Eiting en Kluivert (foto).

Feyenoord

12

Opvallend in vergelijking met de opleiding van Ajax, is het kleinere aantal spelers, maar wel een hogere totaalwaarde van de spelers. Feyenoord heeft dus kwalitatief hoger opgeleid. Met 11 spelers minder haalt Feyenoord ook een hoger aantal wedstrijden in het 1e elftal. Met een aanzienlijk lager budget haalt Feyenoord dus een hoger rendement uit zijn jeugdopleiding.

Kanttekening is wel dat de laatste 2-3 jaar er bij Ajax grotere talenten doorbreken dan bij Feyenoord (Karsdorp was de laatste echt grote doorbraak), dus dat er wellicht een kentering op komst is.

PSV

13

Kijkend naar de ´oogst´ van de laatste 10 jaar bij PSV, zien we aanzienlijk minder spelers als bij Ajax en Feyenoord. Jammerlijk voor PSV dat 2 van de grootste talenten (Bazoer en Pereira) nooit hun debuut maakten in PSV 1.

Sec bekeken hebben alleen Depay en Hendrix echt waarde gehad voor de opleiding van PSV bij dit onderzoek, waarbij de € 30M waarvoor Depay verkocht werd bijna de gehele opleiding voor die 10 jaar financierde. Gezien de investeringen verwacht PSV dat er in de toekomst meer rendement uit zijn opleiding gaat komen.

AZ Alkmaar

14

Bij AZ zien we dat ze de over het totaal van de laatste 10 jaar nog achterblijven bij PSV, maar dat de laatste 2 jaar veel beloftevolle talenten gedebuteerd hebben. Het aantal gespeelde wedstrijden is al een stuk groter als bij PSV, een teken dat talenten wel de kans krijgen. Het is interessant te zien hoe dit zich de komende jaren gaat ontwikkelen.

Sparta

20

Sparta haalt qua waarde na Feyenoord en Ajax het hoogste rendement, maar ziet hier weinig van in de clubkas terugvloeien omdat spelers de club vaak al in een vroeg stadium verlaten. Als Sparta er in zou slagen de grootste talenten vast te leggen of/en een stabiele middenmoter te worden, zou het wellicht mogelijk zijn de talenten wat langer te behouden. Ook nu zijn er weer met Floranus, Ache, Alhaft en vooral Duarte (foto) een aantal veelbelovende talenten.

SC Heerenveen

15

Niet opvallend om zijn kwantiteit, maar wel om zijn kwaliteit: SC Heerenveen. Met Gouweleeuw, Ziyech, Sinkgraven en St. Juste al mooie talenten voortbrengend, en nu weer met Kik Pirie (foto) een groot talent in de gelederen.

FC Utrecht

16

Nog een club die vooral kwalitatief een hoog niveau haalt en nog 4 zelf opgeleide spelers bij de club heeft spelen. Positief is dat bijna alle spelers wedstrijden speelden in het 1e elftal, maar probleem voor FC Utrecht is dat spelers die opvallen relatief snel worden weggekocht (Ramselaar, Amrabat). Een aantal spelers komen niet voor in dit schema (Venema, Pieters) omdat zij relatief laat gescout zijn en zodoende geen 4 seizoenen in de opleiding speelden.

Willem II

17

De laatste opvallende club is Willem II, waar 2 grote talenten rondliepen (Van Dijk en Frenkie de Jong) die niet genoeg op waarde werden geschat en zo weinig rendement voor de club gaven. Vooral het transfervrij laten vertrekken van Van Dijk naar FC Groningen is een grove inschattingsfout. Verder profiteerde Willem II alleen van Misidjan met wedstrijden in het 1e elftal, in dit artikel zagen we al dat Midden- en West-Brabant een dode hoek is wat betreft jeugdscouting, een onbenutte kans voor Willem II.

3. Conclusie

Als we kijken naar het totaaloverzicht, zien we een aantal opvallende zaken:

ZZ

Wat opvalt is het grote aantal spelers dat Ajax voortbrengt (40) t.o.v. de ander clubs. Als we dan naar het aantal spelers kijken dat nog bij de club speelt, zien we dat Feyenoord en AZ Ajax hierin overtreffen. FC Utrecht (4 van de 9) en FC Twente (5 van de 13) hebben ook, ten opzichte van het totale aantal spelers, nog veel spelers bij de club.

Als we vervolgens kijken naar het aantal wedstrijden in het 1e elftal, zien we dat Feyenoord weer Ajax overtreft en dat dit bij PSV relatief erg weinig is. Ook FC Twente en AZ Alkmaar vallen hierin in positieve zin op.

Tenslotte in het opvallend dat Feyenoord weer bij de totale waarde Ajax overtreft en Sparta en Willem II (Virgil van Dijk) hier goed in scoren.

Veel clubs hebben van de jeugdopleiding hun speerpunt gemaakt, zoals in hoofdstuk 1 te lezen is. Het rendement hiervan is niet altijd op korte termijn te zien, zoals te zien is bij PSV. Wel heeft PSV momenteel veel jeugdspelers die bij het 1e elftal betrokken worden, de volgende stap is meer minuten maken. Ook bij AZ zien we veel jeugdspelers terug in de basis van het 1e elftal, een teken dat de focus begint te renderen.

Op dit moment kunnen we concluderen dat Feyenoord de beste jeugdopleiding heeft, gekeken naar het rendement over de laatste 10 jaar. Het wordt interessant te zien of dit over 5 jaar nog zo is.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Buitenlanders in de Nederlandse jeugdopleidingen: verstandig of overbodig?

In de jeugdopleidingen van Nederlandse clubs zien we regelmatig buitenlanders spelen. We kennen allemaal natuurlijk het positieve voorbeeld van Kasper Dolberg, gescout door Ajax in Denemarken. Maar hoeveel buitenlandse spelers slagen er niet? En wat is verstandig beleid m.b.t. het aantrekken van deze spelers?

Gekeken wordt naar de aangetrokken buitenlandse spelers die de laatste 10 seizoenen in het onder 19 team van de betreffende club zijn gekomen. De traditionele top 3, de subtop en een aantal middenmoters zijn meegenomen in dit onderzoek. Van de spelers die dit en afgelopen seizoen in het team staan, is nog niet in te schatten wat het rendement gaat zijn, dus deze zijn buiten beschouwing gelaten.

1. Het beleid per club: topclubs

Ajax

Aj

Bij Ajax zien we een duidelijke voorkeur voor Denemarken, niet zo gek omdat Ajax met John Steen Olsen (foto) een erkende scout heeft in Scandinavië, die talenten goed weet in te schatten. Het belang van een goede scout in een bepaald gebied is dus erg groot en kan dus erg goed renderen, als we kijken naar het winstrendement op Eriksen en Fischer en wat ook verwacht kan worden van Dolberg. Opvallend ook dat al deze spelers (behalve Bay) meer dan 50 duels speelde voor Ajax.

Daarnaast is het belangrijk een goed verhaal te hebben: Ajax heeft de naam jonge spelers beter te kunnen maken en te kunnen fungeren als springplank naar de Europese (sub(top). Bijkomend voordeel is dat Scandinaviërs zich makkelijk aanpassen in Nederland. Deze cocktail: goede scout, goed verhaal en goed kunnen aanpassen zorgen ervoor dat dit bij Ajax een succesverhaal is.

In de Balkan en Midden-Europa is Ajax minder succesvol, maar het overall rendement blijft erg hoog.

Wat in het overzicht van de jeugdopleiding niet is terug te zien, maar waar Ajax de laatste jaren wel echt beleid van heeft gemaakt, is het aantrekken van talentvolle spelers van 18, 19, 20 jaar die aansluiten bij het eerste elftal of de beloften. Zo trok Ajax dit seizoen Wöber, Schuurs, Bandé en Johnsen aan en vorig seizoen Neres, Cassiera en Sanchez (foto) en het heeft –gekeken naar wat deze spelers al hebben laten zien en welke waarde ze vertegenwoordigen- Ajax geen windeieren gelegd. Ajax is niet bang flinke transfersommen (tussen €2 en €12M) neer te leggen voor deze spelers. De focus op Zuid-Amerika (Neres, Cassiera en Sanchez) komt voort uit de toegenomen concurrentie op scoutinggebied in Scandinavië.

Afgelopen en dit seizoen heeft Ajax het aantal buitenlandse spelers in het onder 19 team flink verhoogd: met Solomons en Thethani (Zuid-Afrika), Horvath en Schön (Hongarije), Ylatupa (Finland), Gorski (Polen), Danilo (Brazilië), Farcas (Roemenie), Pasquali (Australie) en Jensen (Denemarken) lijkt het dat er een koerswijziging heeft plaatsgevonden, gezien ook het veelvoud aan nationaliteiten. Interessant te volgen welke spelers hiervan gaan doorbreken.

PSV

P

Bij PSV zien we een duidelijke focus op België (20 van de 32) en valt het op dat ze op jonge leeftijd al binnengehaald worden. Het rendement is tot op heden echter nihil wat betreft de verhouding in waarde verkoop – inkoop en wedstrijden in PSV 1, op Bakkali tijdens een korte periode na. Met Dante Rigo is er een veelbelovend talent, maar ook hij heeft nog alles waar te maken.

A32_VOETBAL1.MMHet al op jonge leeftijd halen van Belgische spelertjes is een flinke investering in tijd en geld en een groot deel haalt de onder 19 niet, dus is in dit overzicht niet meegenomen. Dit artikel over de broertjes Rommens (foto) schept een mooi beeld (van 11 jaar geleden) van hoe PSV werkt en werkte met deze spelertjes. Er wordt dus vroeg gescout en het rendement valt tegen. Het is voor PSV beter te scouten om latere leeftijd in België, desnoods een transfersom te betalen voor de echte talenten die zich al bewezen hebben, in plaats van het te jong scouten nu. Dat kwam ook al in dit artikel naar voren. Bij het scouten in andere landen, zien we dat Betancourt qua waarde een voltreffer was en Gudmundsson een veelbelovend talent is, maar dat er verder weinig rendement behaald wordt, ondanks het scouten op 16 tot 18-jarige leeftijd. PSV durft nu wel in Scandinavië transfersommen te betalen voor talenten, getuige de 1,3M die ze voor Laursen overhadden, het lijkt er alleen op de de kwaliteit van scouten daar tot nu toe nog niet hetzelfde is als bij Ajax.

Ook PSV scout de laatste jaren in Zuid- Amerika en trok in de leeftijdscategorie 18 tot 20 jaar Pereiro, Mauro Junior en Romero (foto) aan en durft hier ook flink in te investeren. Dit lijkt vooralsnog -gezien de marktwaarde en belangstelling voor Pereiro- een verstandige beslissing.

Feyenoord

F

Bij Feyenoord is weinig lijn te ontdekken bij het scouten in het buitenland, alleen dat ze op latere leeftijd gehaald worden, het er weinig zijn en het weinig rendement oplevert de laatste 10 jaar. Met Emil Hansson heeft Feyenoord nu wel een beloftevolle speler in zijn gelederen. Voor hem werd een transfersom betaald.

Gezien het geringe aantal buitenlandse spelers in de onder 19 teams, kan geconcludeerd worden dat hierop bij Feyenoord niet de focus ligt. Getuige het recente debuteren van Malacia en Vente levert te jeugdopleiding nog steeds spelers af die toekomst lijken te hebben in Feyenoord 1, de binnenlandse scouting en jeugdopleiding is dus nog steeds goed op orde.

2. Het beleid per club: subtop en middenmoot

AZ Alkmaar

AZ

Bij AZ valt op dat ze relatief weinig buitenlanders scouten bij de jeugd en als het al gebeurt, het vooral IJslanders zijn. AZ heeft de laatste 15 jaar veel succes gehad met IJslanders in het 1e elftal: Sigthorrson, Johanssen, Gudmundsson, Gudjohnson en Steinsson. Alleen de jeugdspelers geven nog niet het rendement naar het eerste elftal toe.

Vitesse

VI

Bij Vitesse wordt er weinig in het buitenland gescout voor de jeugd en als dit al gebeurt, is de herkomst heel divers. Onverwachte toevalstreffer was wel de Chinees Zhang, waarbij tot ieders verbazing West Bromwich Albion € 7,2M besloot te betalen, terwijl hij bij Vitesse niet eens in de basis stond.

Dat juist West Bromwich de spits heeft binnengehaald, is geen toeval. De Premier League-club uit Birmingham heeft een Chinese eigenaar: Guochuan Lai. Die heeft zakelijke plannen met Zhang. De spits is bovenal een marketingproduct. Lai gaat zes ‘soccer towns’ in China bouwen. Zhang zal in die opzet een commercieel uithangbord zijn. Zo wordt zijn transfersom vermoedelijk weer terugverdiend.

SC Heerenveen

H

SC Heerenveen heeft jarenlang ingezet op jeugdscouting in Midden-Europa, vooral in Hongarije en Oostenrijk. Dit leverde weinig spelers (behalve Otigba) die uiteindelijk de stap naar het 1e elftal konden zetten. De laatste jaren lijkt de focus meer te liggen op Scandinavie, wat meer resultaat opleverde met Gudmundsson en Johnson (foto).

Zuur genoeg legde Ajax (Johnsen) en PSV (Gudmundsson) ze vast voordat ze hun debuut hadden gemaakt in het eerste elftal van SC Heerenveen. Beide hebben bij de beloften van hun clubs al laten zien veel potentie te hebben, een teken dat de scouting van Heerenveen in Scandinavie goed werk heeft geleverd.

FC Utrecht

Bij FC Utrecht werd de afgelopen 10 seizoenen geen enkele buitenlandse jeugdspeler aangetrokken. Er wordt vooral gescout in de eigen regio, een beleid dat zijn vruchten heeft afgeworpen gezien het aantal doorgebroken spelers: o.a. Van der Hoorn, Ayoub, Klaiber, Kali, Kerk en Troupée.

FC Twente

tw

De werkwijze van FC Twente lijkt deels op die van PSV, alleen scout FC Twente veel en vroeg in Duitsland, waar PSV het in België doet. Dat beide werkwijzes weinig rendement hebben, is ook een overeenkomst. Ook het scouten bij de jeugd in Midden-Europa leverde FC Twente tot nu toe nog niks op.

Is er dan niks positiefs te melden? Jawel: ook hier rendeert het scouten in Scandinavië, met het aantrekken van Andersen en Fredrik Jensen (foto): geen toeval meer.

FC Groningen

Gro

FC Groningen scoutte een aantal jaar geleden nog in Duitsland, maar lijkt hier een aantal jaar geleden mee te zijn gestopt, waarschijnlijk om dat het rendement, net als bij FC Twente tegenviel.

ADO Den Haag

ADO Den Haag had de laatste 10 jaar geen buitenlanders in de opleiding, de meeste spelers zijn afkomstig uit de eigen regio. Regelmatig breken er jeugdspelers door, denk o.a. aan Beugelsdijk, Bakker, Ebuehi en Van Duinen.

Willem II

Voor Willem II geldt hetzelfde, de focus ligt op scouting in Nederland, al kwam uit dit artikel voort dat er in Midden- en West-Brabant niet intensief genoeg wordt gescout. Willem II zou zich daar dus nog beter op kunnen focussen.

 4. Conclusies en aanbevelingen

We kunnen concluderen dat er de laatste jaren een flink aantal buitenlandse spelers in de Nederlandse jeugdopleidingen actief zijn geweest, maar dat slechts weinig echt een succes zijn geworden. Onderstaand een overzicht van de spelers die als succesvol kunnen worden gezien qua waarde voor de club of transfersaldo:

su

Totaal 7 succesvolle spelers over alle clubs in 10 jaar tijd is natuurlijk wel erg weinig. Daarom is het volgende belangrijk als je als Nederlandse club in het buitenland gaat scouten:

  • Zorg voor een scout van hoog niveau en kennis van een bepaald gebied en ga voor kwaliteit, niet voor kwantiteit. Voor echte kwaliteit betaal je vaak een transfersom.

 

  • Focus je op 1 bepaald land of gebied, bij voorkeur waar de mentaliteit dicht bij de Nederlandse ligt, zoals Scandinavie.

 

  • Scout het liefst zo laat mogelijk (18 tot 20 jaar) zodat beter ingeschat kan worden of de speler succesvol gaat worden (zoals Ajax en PSV nu doen). Nadeel bij laat scouten is dat de transfersom hoger ligt.

 

  • Als het bovenstaande niet lukt omdat er geen budget is om te scouten in het buitenland: beperk het scouten tot Nederland: hier loopt genoeg talent rond, ook op latere leeftijd nog. O.a. Feyenoord, FC Utrecht, ADO Den Haag en AZ Alkmaar laten zien dat dit mogelijk is. 

 

Hoe kunnen we de winter- en zomerstop op een nuttige manier invullen voor de jeugd?

Kinderen en beweging, een combinatie die al jaren zorgen baart. De opkomst van schermpjes en het leeglopen van speelveldjes en speeltuinen lijkt een trend te zijn die alleen maar sterker wordt. Kinderen die spelen bij een voetbalclub lijken voldoende te bewegen, maar de buitensport voetbal ligt 2x per jaar totaal ca. 5 maanden (zo goed als) stil: in de winter 2 maanden en in de zomer bijna 3. Maar deze periodes lijken ook kansen te herbergen voor de ontwikkeling van kinderen.

1. Beweegt de jeugd genoeg?

Bewegen is goed voor de gezondheid en voor de ontwikkeling van sociale en cognitieve vaardigheden van kinderen. Bovendien houden kinderen over het algemeen van klimmen, klauteren, rennen en ontdekken. Toch blijkt uit cijfers dat meer dan de helft van de 4 tot 11-jarigen te weinig beweegt. Het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen, stelde de beweegpiramide op:

Afbeelding-Bewegen-met-plezier

Bron: www.allesoversport.nl

Als we naar de piramide kijken, lijkt de norm die daarin aangegeven wordt niet onhaalbaar, maar in de praktijk blijkt het anders te zijn.

Uit een internationale studie waar Nederland voor het eerst aan deelnam, bleek dat slechts 28 procent van onze kinderen voldoende beweegt.

In de studie werden Nederlandse kinderen met die van 38 andere landen vergeleken. Het probleem is niet dat er te weinig materiaal beschikbaar is (speeltuin, park, sportinfrastructuur). Daar scoort Nederland het beste in van alle landen. Nederlandse kinderen zijn ook kampioen in het zich actief verplaatsen. Tachtig procent van hen fietst of loopt naar school (of een andere plaats) in plaats van met de auto gebracht te worden. Verder sporten onze kinderen in hoge mate (74 procent).
Wat is er dan wel aan de hand? “Heel wat ouders denken onterecht dat hun kind daarmee al voldoende beweegt,” zegt inspanningsfysioloog Tim Takken van het Wilhelmina Kinderziekenhuis en mede-auteur van de studie. “Als je wilt dat je kind dat echt doet, dan komt het er op neer dat je zijn of haar hart dagelijks minstens een uur harder moet laten pompen dan wanneer het zich in een rusttoestand bevindt. Dat is de internationale norm die onderzoekers hanteren.”
Volgens Takken hoef je ook niet ver te zoeken om het povere cijfer van 28 procent te verklaren. “Het buitenspelen verliest het van de tablet, tv en computer. Ouders mogen dan een gerust gevoel hebben als hun kinderen zich op de bank koest houden, het gaat echt ten koste van de lichamelijke beweging. Scholen zouden bovendien een belangrijke bijdrage kunnen leveren door betere gymlessen en meer activiteiten tijdens de pauzes te organiseren.”

2. Wat doet de Nederlandse overheid?

Nog opvallender: de studie beweert over onvoldoende gegevens te beschikken om het overheidsbeleid te evalueren. “Dat betekent dat de Nederlandse overheid geen enkele strategie heeft om kinderen meer te laten bewegen, zegt Takken. ‘Als er ergens een succesje geboekt wordt, benadrukken politici dat maar al te graag. Maar ze komen amper met precieze doelstellingen op de proppen, en die worden nooit concreet geëvalueerd.”

Het kabinet-Rutte II had de wens vastgelegd in het regeerakkoord om kinderen meer te laten bewegen: er moest ten minste drie uur per week worden gegymd op basisscholen. Er werd 8 miljoen voor uitgetrokken. Hier is echter niets terechtgekomen. Basisschoolleerlingen krijgen hetzelfde aantal minuten gym per week als daarvoor (89) en kleuters sporten zelfs minder (113 minuten).

Bewegingsonderwijs wordt nog steeds gezien als ‘gymles’ in plaats van een serieus vak dat op gelijke voet staat met de cognitieve vakken als rekenen, lezen en schrijven. Want in hoeverre wordt er daadwerkelijk bewegingsscholing gedoceerd?

Van differentiatie in niveau van het aanbod, afgestemd op de mogelijkheden van de leerling zoals bij andere vakken gebruikelijk is, is absoluut geen sprake. En dat terwijl bewegingsonderwijs een enorme bijdrage levert aan een open toekomst voor kinderen. Door ze zowel motorische vaardigheden als andere positieve effecten van fysieke activiteit, sport en spel mee te geven, wordt kinderen immers de mogelijkheid geboden om te kiezen voor een leven met of zonder sport en bewegen. Een keuze die vrijwel onmogelijk is als de basisvaardigheden niet zijn aangeleerd.

Bron: www.sportknowhowxl.nl

Een groot deel van de Nederlandse kinderen beweegt dus te weinig en we hoeven niet veel te verwachten van ouders, de overheid of scholen om hier iets aan te gaan doen.

3. Winter- en zomerstop

Kinderen die bij een voetbalclub spelen lijken niet tot de groep te horen die niet genoeg beweegt: ze trainen 2x per week en spelen 1x per week een wedstrijd. Ware het niet dat het voetbal in 2 periodes (winterstop ca. 2 maanden en zomerstop ca. 3 maanden) bijna stil ligt. Vaak wordt er eind december nog een zaaltoernooi georganiseerd door de betreffende club, en eind mei nog een veldtoernooi (in mijn jeugd waren dit er 4!) en het seizoen is weer voorbij. Zonde omdat we weten dat er weinig ontwikkeling plaatsvindt in deze maanden. Vooral in de wintermaanden betekent een stuk minder beweging een rem op de fysieke ontwikkeling. Kinderen hebben door de korte dagen en het koude weer niet de drang om naar buiten te gaan.

Juist deze 2 periodes zouden aangegrepen kunnen worden om kinderen zich op een breed vlak te laten ontwikkelen.

4. Multisport

Het vergt een radicaal andere manier van denken en het is een uitgangspunt waar sommige sportbonden en clubs best een beetje zenuwachtig van worden: promotie van multisport.

Bij de Haagse voetbalclub HBS gelooft men in de kracht van andere sporten om beter te leren bewegen en weerbaarder te worden:  Het viel initiator Jeroen van der Kaaij op dat de motorische ontwikkeling van de kinderen soms wel wat te wensen over liet.

“De kinderen die goed kunnen bewegen, komen in de hoogste teams met de beste trainers, terwijl de andere kinderen het vaak moeten doen met een welwillende vader of moeder en dus niet die training krijgen. En dat eigenlijk alleen op basis van hun beweeglijkheid. (….) We zijn gaan kijken naar hoe we die andere sporten, waarin je beter leert bewegen, konden integreren in het voetbal. En daarbij staat niet de sport, maar het kind centraal.”

HBS4

Gesteund door wetenschappelijk onderzoek dat dit inderdaad positieve gevolgen had voor het kind, besloot HBS mee te werken aan het initiatief van Van der Kaaij. Eén training werd iedere week gebruikt om ook met andere sporten in de weer te zijn. Rugby, gym, atletiek en judo passeerden zo om de week de revue.

“Ik zou het toejuichen wanneer alle kinderen die gaan voetballen de eerste twee, drie jaar ook judotraining gaan volgen. Je moet niet op jonge leeftijd al vier keer in de week gaan voetballen, dat kan later wel. Olympische sporters waren vaak vroeger ook goed in verschillende sporten.”

Bron: www.knvb.nl

Multisport heeft vele voordelen, Margot van Beusekom van firma leef! zocht het uit en kwam tot de volgende voordelen:

1. Een brede lichamelijke en motorische opvoeding
Als kinderen op jonge leeftijd (<6 jaar) niet goed leren bewegen, lopen ze de rest van hun leven achter de motorische feiten aan. En met bewegen heb ik het eigenlijk nog niet eens over sporten. De bewegingswetenschappers, dat ben ik niet, onderschrijven dit. Dat is de theoretische wetenschap. In de praktijk zie je echter dat iedere sport de kinderen op een zo jong mogelijke leeftijd al wil binnenhalen. Je kan ze maar beter binnen hebben, dan gaan ze minder snel naar de buren. Vanuit een kortetermijngedachte begrijpelijk. Maar het beoefenen van één enkele sport op jonge leeftijd zorgt ervoor dat het kind heel eenzijdig leert bewegen.

‘Eerst bewegen, dan sporten, dan specialiseren. Doe je dat niet, dan krijg je houterig bewegende kinderen, die steeds moeilijker mee kunnen komen in het bewegings- en sportonderwijs’ – Stichting Multiskills

2. Een brede sociale ontwikkeling
Tweede reden waarom het belangrijk is voor kinderen een brede sportieve opleiding te genieten is de brede sociale ontwikkeling. Dan heb ik het niet meer per se over de allerkleinsten, voor hen is het vooral belangrijk in een vertrouwde omgeving, het liefst met vriendjes en vriendinnetjes te leren bewegen. Maar voor iets oudere kinderen is het heel goed om de verschillen in culturen en achterban van diverse sporten mee te krijgen. Hockey heeft nou eenmaal een andere cultuur dan de gemiddelde vechtsport. Allebei met hun eigen normen en waarden. Daar kunnen kinderen veel van leren.

‘Kinderen die op jonge leeftijd verschillende sporten beoefenen ontwikkelen zich ook beter op de volgende aspecten: life skills, sociaal gedrag, gezondheidsbewustzijn, omgang met een diversiteit aan mensen en sociaal kapitaal’ – Marije T. Elfrink-Gemser (RUG)

3. Focus op plezier in plaats van prestatie
Plezier in sport is een hot topic en terecht. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat kinderen die plezier hebben in hun sport succesvoller zijn dan kinderen die geen plezier hebben in hun sport. Als je dat combineert met het feit dat als kinderen meerdere sporten beoefenen per definitie de nadruk meer op plezier dan prestatie ligt, dan heb je een winnende combinatie. Meerdere sporten beoefenen, of het nu gelijktijdig of opeenvolgend is, houdt het leuk, afwisselend en spannend voor kinderen. Ze moeten niets, ze mogen vooral goed proeven en uitzoeken wat ze echt leuk vinden.

 

‘Bij het beoefenen van meerdere sporten ligt ook vaak de nadruk meer op plezier dan op prestatie. Kinderen die door hun omgeving meer gestuurd worden op plezier dan op prestatie zijn succesvoller dan kinderen waar dit andersom het geval is’ – Marije T. Elferink-Gemser (RUG)

‘Als een kind meerdere sporten doet, is het er bovendien ook minder snel op uitgekeken’ 
Jessica Gal (oud-judoka en fysiotherapeute)

4. Betere topsportprestaties
Plezier is ook de sleutel tot betere topsportprestaties: de vierde reden waarom multisport voor kinderen goed en belangrijk is. Een multisportontwikkeling van kinderen is goed voor onze topsportprestaties om twee redenen:

  • Enerzijds omdat we meer talenten kunnen vinden. Misschien had die volleyballer, die nu ergens in de regionale subtop speelt, wel de nieuwe Krajicek kunnen zijn? Als hij vroeger ook in aanraking was gekomen met tennis…
  • Tweede argument heeft te maken met afhaken. Kinderen die al van jongs af aan dag in dag uit met dezelfde sport bezig zijn hebben een grotere kans op lichamelijke en mentale blessures. Als kinderen te snel te eenzijdig leren bewegen is het risico op blessures groter (zie ook reden nr. 1). En als op te jonge leeftijd de focus op prestatie in plaats van plezier ligt bestaat het risico dat het kind mentale moeheid gaat vertonen (zie ook reden nr. 3). En dat is zonde!

Binnen de topsport en talentontwikkeling wordt de multisportgedachte dan ook al steeds meer toegepast. Ajax is bijvoorbeeld al jaren actief aan de slag met het Athletic Skills Model waarin onder andere voetballers leren vallen door te leren judoën.

Daarnaast zijn er mooie voorbeelden van topsporters die zo goed zijn in hun sport, juist omdat ze een multisportachtergrond hebben. Twee van mijn favoriete voorbeelden:

  • Zlatan wordt geroemd om zijn creativiteit en lenigheid. Dit heeft hij te danken aan zijn achtergrond in taekwondo.
  • Mark Cavendish geeft zelf aan dat hij denkt dat hij zo’n goede sprinter is omdat hij de sprint als een schaakspel ziet. Het schaken heeft hem geleerd altijd minimaal twee stappen vooruit te denken.

5. Jong geleerd is oud gedaan: hoge sportparticipatie vasthouden
Het belangrijkste tegenargument van non-believers in multisport is: de sportparticipatie van kinderen is al hoog, waarom zouden we dat anders aan moeten pakken? Mijn antwoord is dan altijd: om de daling van het aantal jeugdige sporters vanaf het 13de levensjaar te voorkomen. Hoe meer sporten je namelijk op jonge leeftijd probeert, hoe groter de kans dat je een sport vindt die je echt leuk vindt. Vaak hangt dit samen met aanleg voor een bepaalde sport, maar niet altijd! En hoe leuker je een sport vindt, hoe langer je deze blijft beoefenen. En dit is het uiteindelijke doel van een multisportontwikkeling van kinderen: investeren in een levenslang sportief leven.

‘Iemand die ergens goed in is zal er langer mee doorgaan. Dus een slimme sportkeuze telt’ – Kartijn Opstoel (HAN)

Bron: www.sportknowhowxl.nl

5. Conclusies en aanbevelingen

We zijn dus tot de conclusie gekomen dat kinderen te weinig bewegen, we weinig moeten verwachten van ouders en overheid en dat multisport een belangrijk aspect is bij de ontwikkeling van kinderen. Vraag is nu alleen, hoe we multisport kunnen integreren in de winter- en zomerstop. Het antwoord is: door creatief te zijn:

Winterstop

De Winterstop begint rond half december en wordt vrij snel gevolgd door de Kerstvakantie, waarin vaak door voetbalclubs een zaaltoernooi georganiseerd wordt. Dit is een uitermate geschikte periode (kinderen en trainers hebben vaak veel tijd) om een start te maken met multisport door voetbalclubs: daarbij kan gedacht worden aan:

  • Tafeltennistoernooi in de kantine
  • Dartstoernooi in de kantine
  • Boot-camp in de natuur
  • Orientatietocht in de natuur
  • Schaatsen
  • Fitness-sessie bij de plaatselijke sportschool
  • Parkeerplaats-voetbaltoernooi
  • Deelnemen aan een hardloop-evenement

Op deze manier worden de velden gespaard en krijgt de jeugd een breed scala aan bewegingsvormen in deze periode.

Als de Kersvakantie is afgelopen is het belangrijk om minimaal 1 keer doordeweeks en in het weekend een activiteit te organiseren. Daarbij kan gedacht worden aan:

  • Trefbal in gymzaal basisschool
  • Handbal in gymzaal basisshool
  • Apekooien in de gymzaal basisschool
  • Judo-les bij plaatselijk sportschool
  • Atletiekles bij plaatselijke atletiekclub
  • Zwemmen
  • Trimbaan + oefeingen

En als de eigen velden het toelaten:

  • Rugby
  • Stormbaan

Met creativiteit zijn er genoeg activiteiten te vinden om veel verschillende mogelijkheden te bieden. Het geeft daarnaast de mogelijkheid om ouders die niet veel met voetbal hebben te betrekken bij de club. Als het weer het toelaat, kan er natuurlijk ook gewoon een voetbaltraining plaatsvinden.

Zomerstop

De Zomerstop begint rond eind mei en eindigt eind augustus als het nieuwe seizoen weer aanvangt. Omdat de weersomstandigheden in deze periode vaak uitstekend zijn, geeft dit veel mogelijkheden om veelzijdig te sporten:

  • Sportdag met veel verschillende spellen
  • Hut bouwen in het bos (tevens teambuilding)
  • Zwemmen
  • Bootcamp
  • Kanotocht
  • Klimmen
  • Rugby
  • Voetbaltoernooi op Cruijff Court of ander klein klein kunstgrasveld
  • Hockeytoernooi
  • Handbaltoernooi
  • Orientatietocht wandelen
  • Orientatietocht fietsen
  • Atletiekles bij plaatselijke atletiekclub

Het zou goed zijn om minimaal 2x te blijven sporten: 1x doordeweeks en 1x in het weekend en te proberen kinderen te stimuleren om zelf in de tijd die overblijft te gaan sporten en spelen met vriendjes en vriendinnetjes. Daarnaast is het ook goed om af en toe een voetbaltraining te doen, op een losse, ontspannen manier.

Door op deze manier de winter en zomermaanden te overbruggen krijgen de motorische vaardigheden van kinderen een flinke impuls en worden 2 ‘verloren periodes’ nuttig besteed. Daarnaast zou het naar mijn mening ook goed zijn om regelmatig een alternatieve (deel van de) training te doen in het reguliere seizoen.