(Oud)internationals die terugkeren uit het buitenland, is dit succesvol?

Robin van Persie gaat binnenkort terugkeren bij Feyenoord en velen vragen zich af of dit verstandig is. We kennen allemaal het voorbeeld van Frank Rijkaard, die erg succesvol terugkeerde bij Ajax in 1994, of Dirk Kuijt, die Feyenoord kampioen maakte in 2017. Maar zijn er ook minder positieve voorbeelden, hoe ontwikkelt dit de laatste jaren en wat zijn de succesfactoren?

Frank Rijkaard

Pim van Dord over de Champions League finale in 1995: ‘We speelden tweemaal in de groepsfase tegen Milan, dat ging ons redelijk makkelijk af.’ Maar tijdens de finale stond het in de eerste helft tactisch niet goed. Net als assistent-trainer Gerard van der Lem wijst de fysiotherapeut op wat zich in de rust voltrok in de kleedkamer, een moment van belang.

‘Ronald de Boer stond in de spits, normaal gesproken onze rechtshalf. Nu stond Clarence Seedorf daar. Maar hij stond niet diep genoeg op het middenveld, waardoor de Italianen de opbouw van Rijkaard en Blind constant konden verstoren.’ In de rust werd Seedorf daar volgens Van Dord opgewezen door de broertjes De Boer. ‘Clarence was natuurlijk eigenwijs, en was het er niet mee eens.’

Het zorgde ervoor dat Rijkaard opstond. ‘Hij was iemand die dat bijna nooit deed. Rijkaard zei: je moet naar Frank en Ronald luisteren, ze hebben gelijk. En Clarence keek enorm tegen hem op, dus toen dacht hij ook wel even: wacht effe.’

Van Gaal kon er daardoor ook makkelijker op inspelen in de tweede helft. Clarence stond nog steeds niet echt diep genoeg.’ Na tien minuten werd hij gewisseld voor de Nigeriaanse spits Nwankwo Kanu. Ronald de Boer zakte terug naar rechtshalf. ‘Zo kregen we meer ruimte en mogelijkheden op het middenveld en gingen we ook beter voetballen.’

Na de late goal van Patrick Kluivert en ‘de rondes om het veld’ zocht Van Dord de kleedkamer weer op. ‘Daar ging ik lekker relaxen in een warm bad, biertje erbij.’ Samen met Frank Rijkaard en Van Vossen kwam hij bij van alle vrijgekomen emoties. ‘Daar in dat bad besefte Frank wel hoe uniek dit was. Dat hij drie Europa Cups had gewonnen en natuurlijk het EK van ’88. Het toonde de gedreven kampioen.’

Bron: www.volkskrant.nl

 

Dirk Kuyt

Zijn grootste prestatie zou hij Dirk Kuyt pas aan het einde van zijn loopbaan neerzetten. In 2015 kwam Kuyt met een droom terug bij Feyenoord: voor het eerst sinds 1999 moest de landstitel terugkomen naar Rotterdam. In zijn eerste jaar moest Kuyt, na een 2-1 zege op zijn oude club FC Utrecht in de finale, nog genoegen nemen met de KNVB Beker. Maar in zijn laatste seizoen als profvoetballer kwam zijn droom dan toch uit. Na een uitermate stabiele jaargang, waarin Feyenoord van begin tot eind bovenaan stond, bezorgde Kuyt zijn club met een hattrick in de kampioenswedstrijd de langverwachte landstitel. Zijn laatste kunstje.

Kuyt had het vaak moeilijk dit seizoen, bovenal omdat hij steeds vaker op de reservebank belandde. Maar ook in die weken was hij nog altijd van waarde, al was het maar als roerganger in de kleedkamer, of als invaller in de slotfase. De beloning volgde zondagmiddag tegen Heracles, als basisspeler in een uitzinnige, zinderende Kuip.

Al na 38 seconden ontplofte het stadion dankzij de Katwijker, toen Mike te Wierik uitgleed, en Kuyt plots oog in oog stond met keeper Bram Castro. De rook van het vuurwerk hing nog over het veld, de opgepompte spanning was voelbaar, maar geen moment twijfelde de aanvoerder, hard en loepzuiver raak schietend: 1-0.

Waanzinnig van vreugde rende de complete Feyenoord-selectie het veld in, achter de aanvoerder aan. Uitgerekend Kuyts honderdste goal in het shirt van Feyenoord – en met enige voorsprong de belangrijkste.

Dik tien minuten later was het opnieuw raak, toen Eljero Elia knap voorzette, en Kuyt vallend binnenkopte: 2-0. Onmiddellijk rende de voetballer naar de geschorste Tonny Vilhena aan de zijlijn, de man aan wie hij indirect zijn basisplaats te danken had, door een onterechte gele kaart op Woudestein.

Maar dit was zo’n sportverhaal dat niet van dergelijke details of toevalligheden aan elkaar hing. Zijn derde goal volgde na 83 minuten uit een strafschop, als de definitieve opmaat naar een ongekend Rotterdams volksfeest.

Kuyt die Feyenoord naar de eerste landstitel sinds 1999 schiet: het moest gewoon zo zijn.

Bron: www.ad.nl

Ontwikkeling door de jaren heen

Als gekeken wordt naar de spelers die in 1992 international waren, komen we tot het onderstaande overzicht:

Z

Hierbij vallen een aantal zaken op:

  • Relatief jonge leeftijd bij terugkeer

Behalve Adri van Tiggelen en Jan Wouters keerde iedereen terug bij een leeftijd van 32 jaar of jonger.

  • Lange periode nog actief

Op Bryan Roy na speelde iedereen nog minimaal 2 seizoenen. Stan Valckx en Peter van Vossen haalden de 5 seizoenen, Erwin Koeman zelfs 8.

  • Presterend naar verwachting of boven verwachting

Alle spelers hebben nog waarde voor hun club, met als positieve uitschieters Ronald Koeman (foto) en Frank Rijkaard. Met Rijkaard als belangrijke schakel en mentor voor jonge spelers won Ajax de Champions League in 1995, Koeman had 2 sterke seizoenen bij Feyenoord na zijn terugkeer van FC Barcelona.

Voor 2002 komen we tot het volgende overzicht:

ZZ

Vergeleken met 1992 is dit opvallend:

  • Gemiddelde leeftijd bij terugkeer ligt bijna 2 jaar hoger

M.a.w.: spelers gaan langer door bij hun buitenlandse club, mede ook door de verslechterde positie van Nederlandse clubs t.o.v. de rest van Europa. Hierdoor ontstaat ook het volgende opvallende punt:

  • Korte periode actief na terugkeer

Dit neemt drastisch af: van gem. 3,6 jaar naar 2,1 jaar. Geen enkele speler speelt meer dan 3 seizoenen door.

  • Mindere gemiddelde prestatie

Ook veroorzaakt door het late terugkeren, zo zijn Patrick Kluivert en Michael Reiziger (foto)´op´ bij hun transfer naar PSV. Toch zijn er nog wel een flink aantal (redelijk) succesvol, zoals Giovanni van Bronckhorst, Phillip Cocu, Paul Bosvelt en Roy Makaay.

Kijken we vervolgens naar de internationals van 2012, zien we dat een aantal spelers nog actief is, dus het absolute aantal dat terugkeert is daardoor minder. Een aantal spelers dat al teruggekeerd is, is daarnaast ook nog actief:

zzz

Hierbij valt dit op:

  • Clubs waar spelers van terugkeren zijn van een beduidend minder niveau

Waar bij de vorige overzichten spelers terugkeerden van Bayern München, FC Barcelona en AC Milan, zijn dat nu clubs als Sheffield Wednesday, Hertha BSC en Aston Villa. De oorzaak is het mindere niveau van onze internationals, maar ook het langere wachten met een terugkeer. Dit zien we ook terug bij de gemiddelde prestatie, die door Dirk Kuyt nog verbloemd wordt. Ook hier bleken een aantal spelers (Boulahrouz, Heitinga (foto)) ´op´ te zijn na hun terugkeer.

  • Het aantal nog actieve jaren neemt verder af

Het lijkt erop dat spelers nog maar voor erg korte tijd terugkeren, op het moment dat de `financiële citroen` in het buitenland compleet uitgeknepen is. Zo gingen Kuyt en Van Persie eerst nog naar Turkije, alvorens terug te keren naar Feyenoord.

Conclusie

Het is dus duidelijk dat momenteel (oud)internationals pas terugkeren als hun carrière al een aantal jaar in een neerwaartse spiraal zit, mede door financiële motieven. Het aantal spelers dat nog echt toegevoegde waarde heeft is een stuk kleiner dan 20 jaar geleden.

De spelers die nog wel toegevoegde waarde hebben, zie de spelers die fysiek nog in orde zijn en qua leiderschap en voorbeeldfunctie (Koeman, Rijkaard, Kuyt, Cocu, Van Bronckhorst) nog meerwaarde hebben en op die manier een voortrekkers-rol kunnen vertolken.

Robin Van Persie heeft de naam niet altijd even goed om te kunnen gaan met een mogelijke bijrol, maar heeft ook de naam op en top prof te zijn, wat dan weer als voorbleedfunctie een succesfactor zou zijn. Het wordt daarom afwachten voor het succes van de terugkeer, welke van deze 2 eigenschappen de overhand gaat krijgen.

 

 

 

 

 

Advertenties

Hebben de Nederlandse voetbalscouts genoeg oog voor laatbloeiers?

Nederlandse clubs scouten steeds vroeger door de angst om talenten mis te lopen waardoor andere clubs met ze aan de haal gaan. Maar hebben die clubs nog wel oog voor een belangrijke groep beloftevolle spelers die later komen bovendrijven: de zogenaamde laatbloeiers?

1. Jaap Stam

Eén keer heeft jeugdtrainer bij DOS Kampen, Gerrit Post woorden gehad met Jaap Stam en het mooie was: hij had het de elftalleider van tevoren gezegd. ‘Ik zeg: let op, dat wordt ruzie.’ En dat werd het. Jaap Stam was in die dagen middenvelder, maar Post zat met blessures in zijn achterste linie en dus moest Jaap Stam zich opofferen in het teambelang. Het offer luidde rechtsback. ‘Jaap begon meteen te steigeren. ‘Een luide vloek klonk door christelijk Kampen. (….)

‘Henry van der Vegt was destijds een opvallender speler dan Jaap Stam. Hans van Dijkhuizen (oud-speler DOS Kampen): ‘Henry was als jeugdspeler al meer een voetballer, creatiever. Jaap was als middenvelder niet zo geweldig. Hij is als verdediger groot geworden. ‘Van Dijkhuizen bedoelt het letterlijk. Jaap Stam was vroeger Japie Stam, een kleine jongen die je snel over het hoofd zag. Van der Vegt: ‘Jaap had al wel dat gedrongen postuur. Maar bij de A’s kreeg hij opeens van die groeischeuten. Hij is in drie maanden echt verschrikkelijk gegroeid. Ook ineens van die enorme bovenbenen. Ik dacht: dat is Jaap niet.

‘Ze trainden in die tijd wel eens mee met de senioren. Van Dijkhuizen: ‘Dat was altijd een beetje dollen met die junioren. Maar dat moest je bij Jaap niet doen. Die was toen op de trainingen al zo vreselijk fanatiek. ‘Henry van der Vegt debuteerde op zijn zeventiende in het eerste van DOS, Jaap Stam volgde in de loop van dat seizoen.

‘Theo de Jong, die na enig aandringen de ontdekker van Jaap Stam genoemd mag worden, was in die dagen vaak te vinden op sportpark De Maten. Hij was trainer van het naburige FC Zwolle en op zoek naar talent. ‘Dat was eigenlijk vanuit een noodsituatie geboren. Zwolle ging op een faillissement af en we konden alleen maar koopjes halen of spelers uit de amateursectie. ‘Ik struinde veel velden af en bij DOS kwam ik regelmatig, een club met een heel goede jeugdopleiding. In het begin waren ze nogal achterdochtig, maar later werd ik in de bestuurskamer ontvangen. ‘De Jong had zijn zinnen op twee spelers gezet: Henry van der Vegt (foto) en Jaap Stam. ‘Het waren liefhebbers met een goede instelling. Dat zag je zo.’ De eerste stapte in 1991 over, de tweede moest nog een jaartje wachten. Vader Stam wilde dat zoon Jaap eerst de school afmaakte. Theo de Jong mocht het volgend seizoen terugkomen en dat deed hij al snel. ‘Ik zat hem te knijpen, want hij werd steeds beter. Ik dacht: straks komt Heerenveen of een andere club. Maar die kwamen gelukkig niet. Ik heb hem zo snel mogelijk vastgelegd. ‘In 1992 maakte Jaap Stam op 20-jarige leeftijd zijn debuut in het betaald voetbal.

De rest is geschiedenis: Jaap Stam bouwt een schitterende carrière uit die via PEC Zwolle, Cambuur, Willem II, PSV, Manchester United, Lazio Roma en AC Milan eindigt bij Ajax. Stam was een had een late groeispurt en werd daarna pas op de plek gezet waar zijn kwaliteiten opvielen. Maar dan nog: als De Jong niet noodgedwongen door finaciele problemen was gaan scouten bij de amateurs van DOS Kampen, was Stam waarschijnlijk niet of te laat ontdekt. 

FC Zwolle was in die dagen een ideale opstap volgens Van der Vegt. ‘Het was een smalle selectie met jonge spelers. Je kreeg alle gelegenheid om te wennen aan de overgang. Een fout werd je snel vergeven.’Hij denkt dat het een voordeel was om zo laat prof te worden. ‘Ik speelde op mijn zeventiende al op het hoogste niveau in het amateurvoetbal. Dan sta je tegenover kerels van 34 jaar. Volgens mij krijg je daarvan meer weerstand dan bij de jeugd van een profclub spelen en elke wedstrijd met 5-0 winnen.

Bron: www.volkskrant.nl

2. Laatbloeiers het onderzoek

In 1921 wilde de Amerikaanse psycholoog Lewis Terman o.a. onderzoeken of er een correlatie was tussen intelligentie en (maatschappelijk) succes in het leven. Hij selecteerde daarvoor (via een IQ-test) de 1500 meest intelligente kinderen van basisscholen in de staat California (de top 0,6% van 250.000 kinderen). Allen hadden een IQ van boven de 135. Deze groep zou tot hun dood worden gevolgd om te kijken wat ze uiteindelijk hadden bereikt. Verwachting was dat deze groep voornamelijk topgeleerden, nobelprijswinnaars, presidenten en CEO’s zou voortbrengen.

Latere Nobelprijswinnaars werden niet geselecteerd, want te dom

De Terman-groep bleek over het algemeen behoorlijk succesvol te zijn. 31 personen bereikten de top in hun vakgebied, een groot aantal leidde een bovenmodaal leven, maar er waren ook veel deelnemers die een vrij oninteressant leven leidden met een doodgewone baan als accountant, politieman, receptionist, technicien of zeeman. De Terman-groep deed het eigenlijk slechts een klein beetje beter dan een willekeurig gekozen groep mensen. Opvallend is verder dat William Shockley en Luis Alvarez, (2 briljante geleerden die later de Nobelprijs wonnen), ook werden getest door Terman, maar te laag scoorden op de IQ-test en daarom niet werden toegelaten tot deze studie.

Wat heeft dit met voetbal te maken? Intelligentie is in tegenstelling tot voetbaltalent (senso-motorisch talent) een zeer precies meetbaar talent. Terman had daadwerkelijk de op dat moment intelligentste kinderen geselecteerd uit een groep van 250.000 kinderen. En toch miste hij de latere wereldtoppers. Sterker nog, hij wees ze af. En zo waren er meer latere toppers die door Terman niet werden geselecteerd omdat hun IQ-score op dat moment te laag was. De groep die afviel bracht zelfs veel meer toptalent voort. Terman had klaarblijkelijk toch vooral de verkeerden geselecteerd.

Ambitie, inzet en motivatie bepaalt wie de top haalt

Dat kwam ook naar voren toen de groep nog een keer de IQ-test moest maken op 29 jarige leeftijd. Het IQ van meer dan de helft kwam nu ineens niet meer boven de 135 uit. De IQ-scores van zijn groep waren daardoor niet meer representatief voor een bevolking van 250.000 mensen, maar van 100.000 mensen. Terman had klaarblijkelijk maar liefst 60% van het ‘echte’ talent gemist. Dat komt omdat deze groep zich op latere leeftijd pas had ontwikkeld (de laatbloeiers).

Verder was één van de opmerkelijkste conclusies dat er zeker een verband bestaat tussen IQ en een langer, gezonder en succesvoller leven, maar dat ambitie, doorzettingsvermogen, motivatie en inzet voor wat betreft de carrière een hele grote rol hadden gespeeld. Het waren de harde werkers en de supergemotiveerden die later de absolute top hadden bereikt in hun vakgebied, terwijl de minder gemotiveerden onder hun niveau terecht waren gekomen.

In de voetbalwereld gebeurt en geldt precies hetzelfde. Voetbalclubs scouten / selecteren kinderen al als ze heel jong zijn. Mede ook uit angst talenten mis te lopen, dat werd al duidelijk in dit artikel. De meeste kinderen worden tegenwoordig al gescout als ze 7,8,9 of 10 jaar zijn. Er zijn ongeveer 210.000 o7, o9- en o11-spelers in Nederland. daarvan zijn er 20.000 talentvol en 2000 daarvan kunnen echt heel goed voetballen. Selecteer daar de beste 100 maar eens van. Dat is al niet te doen.

Bron: www.daardan.nl

In het geval van Jaap Stam zorgde een toevallige samenloop van omstandigheden ervoor dat hij opgepikt werd door PEC Zwolle: Een late groeispurt, een trainer die hem op de plek zette waar hij opviel en een club die door financiële problemen genoodzaakt werd bij de amateurs te gaan scouten.

3. Laatbloeiers in het huidige Nederlandse voetbal

Voor de laatbloeiers bij een Nederlandse profclub, kijken we eerst naar een minimale marktwaarde van 500K (Transfermarkt.nl) en de leeftijdscategorie 15 t/m 18 jaar :

LB

Vaak zijn dit spelers die op jonge leeftijd al hun debuut hebben gemaakt in het 1e elftal van hun club. Ze zijn dus opgevallen in de hoogste jeugd bij hun amateurclub, maar niet eerder bij de scouts van profclubs.

Hierbij vallen 3 clubs op die de nadruk leggen op scouting op latere leeftijd: ADO Den Haag, FC Utrecht en Sparta. Als we naar de spelers kijken die op deze latere leeftijd gescout werden, zien we daar toch flink wat kwalitatief goede spelers bij, Pieters en Berghuis schopten het zelfs tot International. Opmerkelijk dus dat er niet meer clubs actief scouten in deze leeftijdscategorie.

Als we kijken naar de leeftijdscategorie 19 jaar en ouder, komen we tot het volgende overzicht:

LB1.PNG

Hierbij valt wederom ADO Den Haag op met 2 spelers die daarna een mooie carrière op wisten te bouwen. Ook Willem II scoutte nog in deze leeftijdscategorie.

Als we naar de verhalen zoeken achter het op latere leeftijd scouten, zien we dat het aantrekken van deze spelers vaak op toeval berust en het initiatief niet vanuit de profclubs komt:

Jens Toornstra

Jens Toornstra kreeg hulp uit onverwachte hoek. Kees Jansma, oud-voorzitter en tegenwoordig klankbord van Alphense Boys, nam het voortouw en raadde de scouts van ADO aan eens naar de technisch begaafde middenvelder van zijn club te kijken. ‘Ik vraag me al jarenlang af hoe dat mogelijk is’, reageert Kees Jansma. Daar zag hij al jaren met grote verbazing onopgemerkt Jens Toornstra rondlopen.

Jansma: ‘Hij was al acht, negen jaar lid, doorliep alle jeugdploegen en kwam uiteindelijk in het eerste elftal terecht. Daar maakte hij als middenvelder ook nog eens meer dan twintig doelpunten.’ De perschef had al vaker bij kennissen in de voetbalwereld aangegeven dat er een meer dan aardige speler bij zijn amateurclub rondliep die zo mee kon doen in de eredivisie, maar die mening werd al nooit serieus genomen.

Bron: www.vi.nl

Reuven Niemeijer

`Mijn voetbaldroom had ik eigenlijk al opgegeven. Als klein ventje wil iedereen prof worden, ook ik. Ze noemden me talentvol, maar ik werd nooit uitgenodigd door bvo’s. Op een bepaalde leeftijd moet je eerlijk tegen jezelf zijn en beseffen dat het niet meer gaat lukken. Ik speelde bij Quick, puur voor mijn plezier. Ik volgde een BBL-opleiding.`

`Mijn leven veranderde na een promotiewedstrijd met Quick. Een dag later werd ik gebeld door iemand van HHC Hardenberg. Ze hadden interesse. Mijn trainer bij Quick zei: “Reuf, dat moet je niet doen. Er zit nog meer in. Als jij wilt kun je het betaalde voetbal halen. Ik regel wel wat bij Twente”. Via via begreep ik dat Twente geïnteresseerd was. Alleen moest ik dan zelf een of andere tussenpersoon bellen. Een heel vaag verhaal. Ik heb het genegeerd. Toen kwam Heracles. Het was op een dinsdagochtend. Ik had net een klant geholpen toen mijn telefoon ging. Het was Nico-Jan Hoogma (directeur Heracles, red.) die vroeg of ik op proef wilde komen. Ik zou eigenlijk in die periode op vakantie naar Gran Canaria gaan, maar dat heb ik maar geannuleerd. Ik was 21 en mocht meetrainen bij een bvo. Dat bedenk je toch niet?’

Bron: www.vi.nl

 

4. Conclusies en aanbevelingen

De wetenschap dat maar een aantal profclubs gericht scouten op latere leeftijd en het vinden van spelers in deze leeftijdscategorie vaak op toeval is gebaseerd, is een indicatie dat zij in deze leeftijdscategorie veel talent laten liggen.

Bij amateurclubs lopen veel laatbloeiers rond die door een samenloop van omstandigheden (late groeispurt, laatrijp, niet op de juiste positie gebruikt, op verkeerde moment gescout) pas later komen bovendrijven.

Het is dan ook zaak voor profclubs hier aandacht aan te gaan besteden, of deze aandacht uit te breiden, zodat de Jaap Stam van de huidige tijd niet onder de radar blijft.

PSV kan meer halen uit het talent uit de eigen Regio: het PSV-scoutingbeleid nader bekeken.

PSV is qua seizoenskaarthouders diep geworteld in Zuid-Oost Brabant. Opvallend is echter dat er zelden talenten uit de regio met toch zo´n 762.000 inwoners, waar volop talent zou moeten zijn, doorbreken in het eerste elftal. Wat is hiervan de oorzaak? En wat kan PSV veranderen het aanwezige talent in zijn regio beter te benutten?

Als we naar de kaart kijken waar de seizoenkaarthouders van PSV wonen, zien we een duidelijk concentratie is Zuid-Oost Brabant:

Waar wonen de seizoenkaarthouders van PSV?

Je zou zeggen dat het logisch zou zijn, dat PSV er alles aan zou doen om ook spelers uit de regio in het 1e elftal te krijgen. Feit is echter dat er amper spelers uit de eigen regio doorbreken in de 1e elftal van PSV. Uit zulk een grote vijver que inwonertal zouden toch regelmatig talenten geschikt voor de Nederlandse top moeten voortkomen. Vergelijk het met IJsland dat met 335.000 de helft van het aantal inwoners telt en komende zomer deelneemt aan het W.K…..

Als we kijken naar hoeveel spelers afkomstig van een amateurclub uit Zuid-Oost Brabant de afgelopen 10 seizoen meer dan 5 wedstrijden in PSV speelde, blijft dit aantal beperkt tot 1: Otman Bakkal, die zijn laatste wedstrijden speelde in het seizoen 2010-2011.

Vreemd dus dat uit zo´n groot achterland zo weinig spelers voor PSV 1 voortgebracht worden. Om de oorzaak hiervan de achterhalen, is het goed om een aantal punten in de jeugdopleiding van PSV te analyseren:

1. Hoe komen spelers de opleiding binnen?

Als we de laatste 10 jaar van PSV onder 19, het eindstation van de opleiding, analyseren op dit aspect, zien we 7 groepen:

  • Van een amateurclub uit de eigen regio

GrafiekRegio

Een opvallend klein deel van de spelers die PSV Onder 19 bereiken (11%), is afkomstig van een amateurclub uit de eigen regio. Opvallend daarnaast is dat het gros van deze spelertjes gescout worden als ze 8 of 9 jaar oud zijn en dat PSV stopt met scouten na de 12 jaar bij amateurclubs uit de regio.

Dit is erg onverstandig om voetbal een open skill sport is. Dat betekent dat veel vaardigheden (o.a. techniek, inzicht, kracht, snelheid, motoriek, mentaliteit, besluitvorming) zich steeds moeten aanpassen aan een veranderende omgeving (o.a. medespelers, tegenstanders, ruimtes, bal). Al die variabelen maken het ontzettend moeilijk, zo niet onmogelijk om een voorspelling te doen bij 7 en 8 jarigen over wie er over 10 jaar de beste voetballer is. Het gaat immers om kinderen die nog niet in de pubertijd zitten en waarvan de ontwikkeling op veel gebieden nog een groot vraagteken is. Bron: www.daardan.nl

Het zal dan ook niet verbazen dat weinig van de bovengenoemde namen bekend in de oren klinken. Dat sommige van deze spelers het profvoetbal gehaald hebben, zal meer het resultaat geweest zijn van de faciliteiten en begeleiding van een profclub, dan het daadwerkelijke talent van de spelers. Clint Leemans is de bekendste naam die ertussen staat, maar het is hoogstonwaarschijnlijk dat in zo´n grote vijver geen grotere talenten rondlopen.

  • van een profclub uit de eigen regio

2P

Een klein deel (3%) wordt op latere leeftijd (tussen 12 en 16 jaar) gescout bij een profclub uit de regio, hier zijn nog geen uiteindelijke versterkingen voor het 1e elftal uit voortgekomen.

  • Van een amateurclub uit Noord-Brabant/Limburg

3K

Opvallend: PSV scout in deze regio´s net als in de eigen regio op erg jonge leeftijd, na de leeftijd van 11 jaar wordt er niet meer gescout. Spelertjes die op latere leeftijd beginnen met voetballen of laat-rijp zijn, zijn dus kansloos om in de opleiding bij PSV te komen via een amateurclub in Zuid-Oost-Nederland. Hier heeft met Jorrit Hendrix 1 speler het 1e elftal gehaald.

 

  • Van een amateurclub uit de rest van Nederland

4U

Ook hier weer opvallend: PSV scout veel bij amateurclubs in de regio Utrecht, hier wel nog op latere leeftijd. Je kunt je afvragen waarom spelertjes van 8/9 jaar naar Eindhoven komen om te voetballen, vaak in gastgezinnen, terwijl het op deze leeftijd bijna onmogelijk in te schatten is hoe goed ze gaan worden. Tijd- en geldverspilling en kinderdromen die uiteen spatten als ze terug moeten naar hun oude club. Joshua Brenet komt op 17-jarige leeftijd over van Zeeburgia en redt het uiteindelijk wel in het 1e elftal.

  • Van een profclub uit de rest van Nederland

5

J

Verreweg het grootste deel (31%) dat uiteindelijk de Onder 19 haalt, wordt gescout bij een profclub in Nederland. Met Depay, Locadia en Bergwijn hebben van deze groep 3 spelers het 1e elftal gehaald en zijn er met Lammers, Piroe, Lonwijk, Gudmundsson en De Wijs een aantal spelers waarvan dit verwacht kan worden. Niet zo gek omdat er pas op latere leeftijd echt gericht gescout kan worden: de gemiddelde leeftijd van deze groep is 14,2 jaar.

Nadeel alleen bij deze groep is dat er een flinke reisafstand is af te leggen, of er een gastgezin voor de speler gevonden moet worden. Lees en hoor hier de ervaringen van Memphis Depay nadat hij gescout was door PSV.

Dit brengt flink wat koste met zich mee en in deze spelers dient veel tijd geïnvesteerd te worden voor de begeleiding.

Toch is deze manier van scouten efficiënt en ter versterking van de O15 t/m O19 waar toch spelers wegvallen is dit een goede manier. Zaak is wel te waken dat het een echte kwaliteitsimpuls is en dat ze spelers die al in de opleiding zitten niet in de weg zitten.

Idealiter vind je talenten van dit niveau in je eigen regio die bekend zijn met de cultuur van Zuid-Oost-Brabant en deze zullen er ook ongetwijfeld rondlopen, alleen blijven ze op dit moment onder de radar omdat PSV te vroeg scout en daardoor een grote groep talenten die later rijp zijn of boven komen drijven uitsluit voor de opleiding.

  • Uit België

6

B

Toch een opvallend groot aandeel van de jeugd die uiteindelijk de onder 19 haalt is afkomstig uit België. Hierbij valt op dat een deel al op jonge leeftijd gescout wordt net als in de eigen regio, terwijl een ander deel op latere leeftijd, maar altijd bij profclubs wordt gescout. Als je 12 jaar bent en nog niet bij een profclub zit, ben je (een enkele uitzondering daargelaten) volgens PSV niet meer geschikt om de opleiding te komen versterken. Laatbloeiers of laat-rijpe spelers (enkele voorbeelden hiervan zijn Jens Toornstra, Jaap Stam, Edwin van der Sar, Dirk Kuijt, Ruud van Nistelrooy) maken derhalve geen kans nog gescout te worden.

Opvallend ook dat niemand van de Belgische spelers een basisplaats in het eerste elftal hebben gehaald. Er is ongetwijfeld veel geïnvesteerd (reiskosten, gastgezinnen) in deze spelers met 0 rendement, ondanks dat ze vaak nog op latere leeftijd gescout zijn. Mijn advies is dan ook, om hiermee te stoppen en te focussen op talenten uit de eigen regio.

  • Uit de rest van de wereld

7

Bu

In een later stadium van de jeugdopleiding (gemiddeld 16 jaar) scout PSV in het buitenland, vooral Denemarken en Servië zijn hierbij populair. Ook hierbij geldt dat geen van deze spelers ook maar enige aanspraak kon maken op het eerste elftal, terwijl het halen van een speler uit het buitenland een flinke investering qua huisvesting en begeleiding met zich meebrengt. Kortom: ook dit is in de laatste 10 jaar weggegooid geld gebleken en het lijkt verstandig dat PSV hiermee stopt en energie steekt in meer voor de hand liggende oplossingen.

 

2. Hoe doorloopt een lichting de PSV-opleiding

Voor de beeldvorming is het goed om een jeugdlichting in de PSV-opleiding te volgen. Als voorbeeld nemen we de lichting van 1998 (op dat moment het jongste team):

E

Hierbij val het volgende op:

  • Geboortemaandeffect

Dit is de naam voor het verschijnsel waarbij spelers die zijn geboren in de eerste maanden van hun jaargang een oneerlijk voordeel genieten ten opzichte van ‘laatgeboren’ spelers. De vroeggeboren kinderen worden vaker als talentvol gezien – terwijl ze veelal niet beter zijn, maar simpelweg rijper of ouder.

Bij dit team zijn 15 van de 17 spelers zijn geboren in de eerste helft van het jaar. De talentvolle generatie van 98 uit de regio was dus bijna kansloos om in de opleiding te komen.

Hierbij wordt dus aan de korte termijn gedacht: nu goed zijn en wedstrijden winnen, maar hoe is dat in de toekomst?

  • Veel ver van huis scouten

Voor het scouten van deze generatie, maar eigenlijk voor de hele jeugdscouting geldt dezelfde gedachte: `het gras is groener bij de buren´.

Slechts 5 van de 17 spelers (29%) wordt gescout in de eigen regio. Met zulk een inwonersaantal moet hier meer uit te halen zijn. We hebben gezien dat er gaandeweg de opleiding veel afvallen omdat in de O19 slechts 11% uit de regio komt.

Ver van huis scouten betekent reiskosten en gastgezinnen: een investering die zich bij scouten op jonge leeftijd niet terugbetaalt, blijkt uit het aantal spelers die onder de 12 jaar buiten Noord-Brabant/Limburg gescout zijn en uiteindelijk het 1e elftal halen.

  • 13 van de 17 halen zelfs het profvoetbal niet

Slechts 4 spelers van deze generatie spelen nu nog bij een profclub en het is nog maar de vraag hoe ver zij nog gaan komen. Van Rigo en Peeters wordt veel verwacht, maar het is nog altijd maar de vraag in hoeverre ze dit gaan waarmaken. De overige 13 spelers zijn een illusie armer beland bij een amateurclub, of zelfs gestopt.

3. FUNdament

Omdat het rendement van de jeugdopleiding achterbleef, heeft PSV In de zomer een nieuwe opzet van de onderbouw (onder 8 t/m onder 12) geïmplementeerd: FUNdament. Op 5 lokaties in Zuid-Nederland worden 50 hele jonge voetballertjes gedurende 4 jaar klaargestoomd voor het latere D1 team van PSV.  Ze spelen gedurende deze 4 jaar niet in een PSV shirt, kunnen niet uit de opleiding worden gezet, trainer ‘slechts’ 2 x in de week en de nadruk ligt op Fun. Na die 4 jaar selecteert PSV dus de beste 13-14 jongetjes uit die 50. Bron: www.daardan.nl

Dit zijn allemaal uitstekende ontwikkelingen gebaseerd op het Long Term Athlete Development-concept (klikken download een PDF-bestand). Op deze manier kunnen kinderen dicht bij huis blijven spelen wat heel belangrijk is op jonge leeftijd, is er de druk van het PSV-shirt niet, vindt er geen overbelasting en burnout plaats en houden kinderen vooral plezier in het spelletje.

Verder is natuurlijk een prima zaak dat PSV-trainers nu ieder jaar 50 en volgend jaar al 70 nieuwe kinderen gaan opleiden. Dat is heel wat beter dan de 10 nieuwe F-spelers in de jaren ervoor. Dit vergroot de talentenvijver. Hoe groter de vijver, hoe meer vissen je erin gooit, des te groter de kans dat er eentje heel groot gaat worden later. Aan de andere kant is het doodzonde dat PSV blijft volharden in het scouten van hele jonge kinderen, omdat je er op die leeftijd nog helemaal niets van kan zeggen. Het op vroege leeftijd toch blijven selecteren van talent wat PSV nu doet, betekent automatisch ook dat je ander talent buitensluit. Bron: www.daardan.nl

Daarnaast blijft PSV ook bij het FUNdament-traject volharden in het geboortemaand-effect. PSV gaat gewoon door met het scouten van jongens die in de eerste maanden zijn geboren. Bij PSV O9 komt  75% uit de eerste 6 maanden,  bij PSV O10 is dat 77%. Het gros van die jongens komt ook nog eens uit januari, februari en maart en de jongens die uit de laatste 3 maanden van het jaar komen zijn op 1 hand te tellen.

 

4. Aanbeveling: Leer van IJsland en geef het voetbal in de regio een impuls om hier later de vruchten van te plukken

Wat heeft een land als IJsland gedaan om uit zo´n klein inwonersaantal zo´n hoog rendement te halen?

  • Investeren in de infrastructuur en faciliteiten 

Vijftien jaar geleden besliste de regering van IJsland om meer te investeren in het voetbal, de populairste sport op het eiland. Dat uitte zich onder meer in de bouw van een tiental grote indoorhallen met kunstgrasvelden waardoor er het hele jaar door in optimale omstandigheden kon worden getraind.

Toepasbaarheid voor PSV:

Bij PSV en de regionale clubs zijn de faciliteiten over het algemeen al van een erg hoog niveau: veel clubs hebben schitterende accommodaties en kunstgrasvelden zodat er ook onder slechte weersomstandigheden getraind kan worden. Maak hier dan ook gebruik van.

Om in de winterstop jeugdspelers een stimulans te geven, kan gedacht worden aan indoor-toernooien onder de vlag van PSV. In de Kerstvakantie en in weekenden in de maanden januari en februari, waarin de jeugdcompetities stilliggen, is dit een flinke impuls voor het jeugdvoetbal. In Someren en Waalre liggen uitstekende indoorhallen met kunstgras die hiervoor geschikt zijn. maak het daarnaast laagdrempelig door het inschrijfgeld laag te houden, geld moet geen belemmering zijn om niet te komen.

Daarnaast is het meteen een uitstekende manier om een beeld te krijgen van het aanwezige regionale voetbaltalent.

Ook is er een lange zomerstop in het jeugdvoetbal: van half mei t/m eind augustus ligt het jeugdvoetbal stil: meer dan 3 maanden waarin spelertjes zich niet of weinig ontwikkelen! Terwijl de weersomstandigheden in deze periode juist uitstekend zijn.

In Eindhoven liggen 4 Cruijff Courts, een ideale plek om ´s avonds en in de vakanties 4 tegen 4-jeugdtoernooien te organiseren voor jeugdspelers uit de regio. Door dit ook onder de vlag van PSV te doen, zou dit de aantrekkingskracht flink vergroten en maak het laagdrempelig door gratis te doen.

PSV organiseert nu de soccerschool: een goed initiatief en een goede mogelijkheid voor regionale talenten om zich te laten zien. Hiermee wordt echter alleen maar een kleine groep bereikt, mede door het flinke bedrag aan inschrijfgeld. Door het inschrijfgeld lijkt het meer op een verdien-model, dan het ook daadwerkelijk omhoog brengen van het niveau van regionale spelertjes. Door de Soccerschool gratis te maken of voor een symbolisch laag bedrag te organiseren, wort niemand uitgesloten en wordt het voor meer spelertjes interessant.

  • Investeren in trainers en gelijke behandeling voor spelers zodat geen talent verloren gaat

De jonge voetballers krijgen een oerdegelijke opleiding, want IJsland professionaliseerde de voorbije vijftien jaar ook het trainerskorps dat jong talent naar de top moet brengen. Het land heeft op dit moment zowat 630 trainers met een UEFA B-licentie en 200 met een UEFA A-licenties. Al die trainers krijgen een salaris van de gemeente of van de voetbalclub waar ze aan verbonden zijn en krijgen ook de kans om elders in Europa stage te gaan lopen en hun kennis verder uit te breiden.

Toepasbaarheid voor PSV:

Gebruik de gediplomeerde trainers die je hebt om trainingen op locatie te geven bij amateurclubs in de regio en om alle jeugdtrainers op te leiden om de kwaliteit van trainers en daardoor jeugdspelers in de regio te verhogen. Doe dit minimaal 3x per jaar zodat de opgedane kennis niet verloren gaat en om het warm te houden. Trainerscursussen bij de KNVB zijn prijzig en dienen vaak gevolgd te worden op een centrale locatie, wat voor veel trainers een drempel is. Door het gratis en op locatie te doen, wordt deze drempel weggenomen.

Creëer hierdoor de randvoorwaarden voor alle spelertjes om zich optimaal te ontwikkelen en zich ook te kunnen laten zien aan scouts van PSV. Laat willekeurige spelers van amateurclubs uit de regio minimaal 3x per jaar kosteloos bij PSV trainen. Spelertjes krijgen een boost omdat ze merken dat er veel mogelijk is en PSV jeugdscouts kunnen op die manier de regio in kaart brengen en de individuele vooruitgang van spelertjes volgen.

Ga pas voor de onder 13 een team samenstellen, zoveel mogelijk met spelers van clubs uit de regio en blijf de ontwikkeling van spelers bij amateurclubs volgen tot hun 18e. Plekken die vrijkomen door afvallers kunnen aangevuld worden met laatbloeiers uit de regio of talenten van andere profclubs, zoals het nu ook gebeurt.

Zet het jeugdvoetbal in de eigen regio echt op poten en communiceer dit ook naar buiten toe in samenwerking met de clubs in de regio. Een win-win-situatie die de moeite waard is te implementeren!

Welke Nederlandse club heeft de beste jeugdopleiding?

Meerdere clubs in Nederland claimen dat ze hun focus leggen op de jeugdopleiding. Wat zijn de specifieke kenmerken van de opleidingen van de grootste clubs? En welke club heeft de jeugdopleiding met het hoogste rendement?

1. Kenmerken van de clubs

Ajax

De jeugdopleiding van Ajax staat al sinds jaar en dag -ook internationaal- bekend om haar goede kwaliteit en heeft al diverse prijzen weten te winnen met zijn jeugdopleiding. Elk decennium bracht Ajax wel grote spelers voort: Johan Cruijff, Johan Neeskens en Ruud Krol in de jaren ’70, Rijkaard en Van Basten in de jaren ’80, in de jaren ’90 waren het spelers als Davids, Seedorf en Kluivert die doorbraken en in de jaren ’00 kwamen Van der Vaart, Sneijder (foto), De Jong, Heitinga en Stekelenburg bovendrijven.

Ajax wil van oudsher op het gebied van innovatie voorop lopen. Met speciaal aangelegde heuvels, een prestatiemeetsysteem, videoanalyse-software, testen met SmartGoals, de introductie van nieuwe denkpatronen, een iphone app voor mentale stress, voedselpakketten, motivatiefilmpjes en meerdere mental coaches, wil de Amsterdamse club nu een voorloper zijn in Europa.

Waar andere clubs alsmaar spelers kochten en de jeugd weinig kansen kreeg, kreeg de jeugd bij Ajax wel de kans. Deze wetenschap zorgde voor besef bij talenten dat ze -indien goed genoeg- kansen kregen. Als er gedebuteerd werd, gebeurde dit met een zekere bravoure.

Ook een optimale begeleiding speelt een belangrijke rol bij het doorbreken van de jeugd. Er wordt een optimale wisselwerking geregeld tussen school en voetbal. Ook wordt er in heel de opleiding hetzelfde getraind en wordt dezelfde speelwijze gehanteerd. Alles binnen de opleiding heeft als hoofddoel om spelers door te laten breken in het eerste.

De documentaire daar hoorden zij engelen zingen in 2001 liet wel zien dat de opleiding een zekere hardheid in zich had, discipline stond hoog in het vaandel en een behoorlijk aantal talentvolle spelers verlieten om disciplinaire redenen de opleiding voortijdig, zoals o.a. Jermaine Lens en Quincy Promes.

Ajax ziet in dat haar jeugdopleiding een erg belangrijke factor is en het beschikbare budget is € 11M, op een totale begroting van €80M toch een aanzienlijk deel.

De laatste jaren verliest Ajax steeds vaker spelers uit de opleiding aan voornamelijk Engelse clubs. Zo gingen o.a. Timothy Fosu-Mensah, Javairô Dilrosun, Juan Familia Castillo en Deshawn Redan hun geluk beproeven aan de overkant van de Noordzee. Dit probeert Ajax te compenseren door laat in de opleiding binnen- en buitenlandse talenten aan te trekken, zoals Kasper Dolberg, Frenkie de Jong en in de het huidige onder 19-team Sebastian Pasquali en Danilo (foto).

Feyenoord

De Feyenoord jeugdopleiding heeft niet zo’n rijke historie als die van Ajax. Er braken wel Internationale toppers door, maar zo talrijk als bij Ajax waren ze niet: Wim Jansen (foto), Giovanni van Bronckhorst en Robin van Persie waren de enige uit de eigen jeugd doorgebroken spelers van internationale allure.

Toch heeft de Feyenoord Acedemy de laatste jaren een flinke inhaalslag weten te maken, mede aangezwengeld door de financiële problemen van 2009. Fer, Wijnaldum, Clasie, De Vrij, Martins Indi en Castaignos werden in die periode voor de leeuwen gegooid en voor de langere termijn pakte dit goed uit, gezien de grote transfersommen die zij later opleverden en mede hierdoor Feyenoord uit de schulden hielpen.

De jaren daarna bleef de Feyenoord academy talenten voortbrengen die soepel instroomden in het 1e elftal: Vilhena, Karsdorp, Kongolo en Boetius lieten zien dat zij het niveau aankonden. Ook spelers die ooit deel uitmaakten van de opleiding (Bruma, Ake, Rekik, De Roon en Jansen) wisten elders door te breken. Van 2010 t/m 2014 wist Feyenoord dan ook 5x de prijs voor beste jeugdopleiding in de wacht te slepen. Het budget voor de jeugdopleiding van Feyenoord zou rond de € 4M liggen, een stuk lager dan bij Ajax.

PSV

PSV heeft geen succesvolle historie als opleidingsclub. ´Mister PSV´ Willy van der Kuijlen speelde tot zijn 18e bij HVV Helmond en kan dus moeilijk eigen jeugd genoemd worden. 2 andere clubiconen, Willy en René van de Kerkhof gingen van het Helmondse MULO naar FC Twente en kwamen op hun 22e bij PSV terecht.

In de jaren die volgden kwamen er soms nuttige clubspelers voort uit de opleiding (bijv. Addick Koot, Bjorn van der Doelen, Otman Bakkal) maar zelden spelers van Internationale allure. De meest in het oog springen spelers die doorbraken, waren Boudewijn Zenden, Ibrahim Affelay en Memphis Depay. Spelers als Edward Linskens en Berry van Aerle kwamen pas op 19-jarige leeftijd bij PSV terecht.

PSV compenseerde dit gebrek aan doorbrekende jeugdspelers jarenlang met een uitgekiend aan- en verkoopbeleid en wist hier echt een specialiteit van te maken.

PSV zet de laatste jaren vol in op de jeugdopleiding en het is volgens directeur Toon Gerbrands een kwestie van tijd voordat de talentenstroom die op gang komt ook financieel zijn vruchten afwerpt. Dat de Eindhovenaren de opleiding zeer serieus nemen, blijkt bijvoorbeeld ook uit de aanwezigheid van mental- en lifestylecoaches in de jeugd. Te vaak had volgens Marcel Brands de uitstroom van talent namelijk te maken met niet-voetbalgerelateerde zaken. Het budget voor de jeugdopleiding ligt net als bij Feyenoord rond de € 4M.

PSV gaat daarnaast flink investeren in het trainingscomplex, met het totale plan is een bedrag van in totaal 7 tot 9 miljoen euro gemoeid. Gerbrands wil ‘een fundament voor de toekomst van PSV bouwen.’ Om dit te realiseren wordt De Herdgang nog meer op topsportniveau ingericht. Spelers krijgen de ruimte om (extra) te sporten, er komen ruimten voor medische partijen en analysepartners zoals het FieldLab, maar bijvoorbeeld ook faciliteiten om jeugdspelers op gebied van scholing verder te helpen.

AZ Alkmaar

In 2009 vond er een keerpunt plaats voor de jeugdopleiding van AZ; Het werd kampioen met veel gekochte spelers. Dirk Scheringa stond toen nog aan het roer en toen DSB failliet ging, was de club nagenoeg dood.

Hoofd Opleiding Paul Brandenburg (foto): “Er moest op een andere manier gewerkt worden, want we konden niet concurreren met clubs die miljoenen te besteden hebben. Op dat moment hebben we de pijlen gericht op de jeugdopleiding. Het streven was dat in 2020 de helft van het eerste uit eigen jeugdspelers zou bestaan. Nu al is 67% van de selectie eigen opgeleide spelers.”

Voor Paul Brandenburg is het de bevestiging dat AZ op de goede weg is. Brandenburg is hoofd van de jeugdopleiding van de Alkmaarders, die in 2015 en 2016 werd onderscheiden met de Rinus Michels Award, de prijs voor de beste jeugdopleiding van Nederland.

De AZ-jeugdopleiding gaat innovatief te werk: “De trainers zorgen ervoor dat de spelers elke dag van de week op een andere manier worden uitgedaagd”, vervolgt Brandenburg. “Dat kan door te trainen op een andere ondergrond of door te trainen met andere ballen. Op zand bijvoorbeeld, of op beton. Maar ook door continu met andere opstellingen te spelen.”

“AZ speelt in de jeugd zonder vaste systemen om de spelers te laten zoeken naar creatieve oplossingen. Je ziet vaak dat de trainer bepaalt wat er gebeurt, de spelers zijn slechts uitvoerders. Maar in het eerste elftal wil ik jongens die zelf keuzes maken en in staat zijn tijdens de wedstrijd naar ruimtes en mogelijkheden zoeken.”

“De wereldtop kan in een wedstrijd vier tot vijf systemen spelen. Ze zijn niet bezig met het systeem, maar met de sterkte en zwaktes van een tegenstander en de ruimtes die ontstaan. We moeten spelers opleiden die dat aankunnen.”

De laatste jaren regent het doorbraken in het 1e elftal, ook omdat jeugdspelers kansen krijgen: Van Overeem, Haps, Luckassen, Ouwejan, Hatzidiakos, Til, Helmer, Stengs en Koopmeiners (foto).

 

We kunnen wel stellen dat de 4 grootste opleidingen qua budget flink aan de weg timmeren en ieder op zijn eigen manier vooruitstrevend bezig is. Welke jeugdopleiding heeft de laatste 10 jaar het hoogste rendement behaald, qua hoeveelheid doorgebroken spelers, qua wedstrijden in het eerste elftal of qua totale waarde van de doorgebroken spelers?

Alleen spelers die minimaal 4 jaar in de opleiding zaten en in een hoogste divisie speelt of een waarde heeft van minimaal 500K op Transfermarkt.nl zijn meegenomen in dit onderzoek. De opvallendste uitkomsten zijn in het onderstaande hoofdstuk weergegeven:

2. Rendement per club

Ajax

11

Bij het rendement van Ajax valt de grote hoeveelheid spelers (40) op. Veel clubs in binnen- en buitenland profiteren van de ´bijvangst´ van de opleiding van Ajax. Als we naar de totale waarde van € 139,9M, is het rendement per seizoen € 14M. Opvallend veel talenten die de laatste jaren doorbraken zitten nog bij de club: Van de Beek, De Ligt, Zeefuik, Eiting en Kluivert (foto).

Feyenoord

12

Opvallend in vergelijking met de opleiding van Ajax, is het kleinere aantal spelers, maar wel een hogere totaalwaarde van de spelers. Feyenoord heeft dus kwalitatief hoger opgeleid. Met 11 spelers minder haalt Feyenoord ook een hoger aantal wedstrijden in het 1e elftal. Met een aanzienlijk lager budget haalt Feyenoord dus een hoger rendement uit zijn jeugdopleiding.

Kanttekening is wel dat de laatste 2-3 jaar er bij Ajax grotere talenten doorbreken dan bij Feyenoord (Karsdorp was de laatste echt grote doorbraak), dus dat er wellicht een kentering op komst is.

PSV

13

Kijkend naar de ´oogst´ van de laatste 10 jaar bij PSV, zien we aanzienlijk minder spelers als bij Ajax en Feyenoord. Jammerlijk voor PSV dat 2 van de grootste talenten (Bazoer en Pereira) nooit hun debuut maakten in PSV 1.

Sec bekeken hebben alleen Depay en Hendrix echt waarde gehad voor de opleiding van PSV bij dit onderzoek, waarbij de € 30M waarvoor Depay verkocht werd bijna de gehele opleiding voor die 10 jaar financierde. Gezien de investeringen verwacht PSV dat er in de toekomst meer rendement uit zijn opleiding gaat komen.

AZ Alkmaar

14

Bij AZ zien we dat ze de over het totaal van de laatste 10 jaar nog achterblijven bij PSV, maar dat de laatste 2 jaar veel beloftevolle talenten gedebuteerd hebben. Het aantal gespeelde wedstrijden is al een stuk groter als bij PSV, een teken dat talenten wel de kans krijgen. Het is interessant te zien hoe dit zich de komende jaren gaat ontwikkelen.

Sparta

20

Sparta haalt qua waarde na Feyenoord en Ajax het hoogste rendement, maar ziet hier weinig van in de clubkas terugvloeien omdat spelers de club vaak al in een vroeg stadium verlaten. Als Sparta er in zou slagen de grootste talenten vast te leggen of/en een stabiele middenmoter te worden, zou het wellicht mogelijk zijn de talenten wat langer te behouden. Ook nu zijn er weer met Floranus, Ache, Alhaft en vooral Duarte (foto) een aantal veelbelovende talenten.

SC Heerenveen

15

Niet opvallend om zijn kwantiteit, maar wel om zijn kwaliteit: SC Heerenveen. Met Gouweleeuw, Ziyech, Sinkgraven en St. Juste al mooie talenten voortbrengend, en nu weer met Kik Pirie (foto) een groot talent in de gelederen.

FC Utrecht

16

Nog een club die vooral kwalitatief een hoog niveau haalt en nog 4 zelf opgeleide spelers bij de club heeft spelen. Positief is dat bijna alle spelers wedstrijden speelden in het 1e elftal, maar probleem voor FC Utrecht is dat spelers die opvallen relatief snel worden weggekocht (Ramselaar, Amrabat). Een aantal spelers komen niet voor in dit schema (Venema, Pieters) omdat zij relatief laat gescout zijn en zodoende geen 4 seizoenen in de opleiding speelden.

Willem II

17

De laatste opvallende club is Willem II, waar 2 grote talenten rondliepen (Van Dijk en Frenkie de Jong) die niet genoeg op waarde werden geschat en zo weinig rendement voor de club gaven. Vooral het transfervrij laten vertrekken van Van Dijk naar FC Groningen is een grove inschattingsfout. Verder profiteerde Willem II alleen van Misidjan met wedstrijden in het 1e elftal, in dit artikel zagen we al dat Midden- en West-Brabant een dode hoek is wat betreft jeugdscouting, een onbenutte kans voor Willem II.

3. Conclusie

Als we kijken naar het totaaloverzicht, zien we een aantal opvallende zaken:

ZZ

Wat opvalt is het grote aantal spelers dat Ajax voortbrengt (40) t.o.v. de ander clubs. Als we dan naar het aantal spelers kijken dat nog bij de club speelt, zien we dat Feyenoord en AZ Ajax hierin overtreffen. FC Utrecht (4 van de 9) en FC Twente (5 van de 13) hebben ook, ten opzichte van het totale aantal spelers, nog veel spelers bij de club.

Als we vervolgens kijken naar het aantal wedstrijden in het 1e elftal, zien we dat Feyenoord weer Ajax overtreft en dat dit bij PSV relatief erg weinig is. Ook FC Twente en AZ Alkmaar vallen hierin in positieve zin op.

Tenslotte in het opvallend dat Feyenoord weer bij de totale waarde Ajax overtreft en Sparta en Willem II (Virgil van Dijk) hier goed in scoren.

Veel clubs hebben van de jeugdopleiding hun speerpunt gemaakt, zoals in hoofdstuk 1 te lezen is. Het rendement hiervan is niet altijd op korte termijn te zien, zoals te zien is bij PSV. Wel heeft PSV momenteel veel jeugdspelers die bij het 1e elftal betrokken worden, de volgende stap is meer minuten maken. Ook bij AZ zien we veel jeugdspelers terug in de basis van het 1e elftal, een teken dat de focus begint te renderen.

Op dit moment kunnen we concluderen dat Feyenoord de beste jeugdopleiding heeft, gekeken naar het rendement over de laatste 10 jaar. Het wordt interessant te zien of dit over 5 jaar nog zo is.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Beneliga, noodzakelijk of gedoemd te mislukken?

Het Nederlandse clubvoetbal is dit seizoen op een historisch dieptepunt aangeland. In de Europese competities waren we meer kansloos dat ooit, ook tegen clubs uit kleinere voetballanden. Financieel kunnen we al lang niet meer concurreren met de grote landen, maar konden we dat 20 a 30 jaar geleden ook al niet, toen we juist wel sucessen boekten? Zo nu en dan laait het idee voor een Beneliga weer op, om meer slagkracht te krijgen tegenover de grote landen. Zorgt dit echt voor meer slagkracht en wat zijn de consequenties voor de NL-se clubs?

1. Financiële positie Nederlandse clubs

De totale begroting van Eredivisie clubs is de afgelopen jaren gestaag gegroeid. Was het totaalbudget van de achttien beste voetbalclubs van Nederland vijf jaar geleden goed voor zo’n €393 miljoen, zo hebben de clubs het komend seizoen ruim €52 miljoen meer te besteden. De ‘grote drie’ – Ajax, PSV en Feyenoord –hebben hun afstand ten opzichte van de rest vergroot. Ondertussen loopt de achterstand van de Nederlandse competitie op de Europese topcompetities steeds verder op.

Een analyse van alle begrotingen van de achttien clubs die uitkomen in de Eredivisie laat zien dat zij in dit voetbalseizoen in totaal ruim €445 miljoen te besteden hebben. De traditionele topclubs Ajax, PSV en Feyenoord hebben veruit het meest te besteden. Samen zijn ze verantwoordelijk voor maar liefst €214 miljoen, bijna de helft van het totale beschikbare bedrag binnen de Eredivisie. Ajax staat dit jaar bovenaan met net als vorig jaar een geschatte begroting van zo’n €80 miljoen, gevolgd door PSV, dat vorig jaar met €85 miljoen nog het hoogste budget had, maar het dit jaar – onder meer door het missen van Europees voetbal – met maar liefst €15 miljoen minder moet doen. Feyenoord staat met €64 miljoen op de derde plek en is – grotendeels dankzij het behalen van de landstitel – de club waar de begroting sinds vorig jaar absoluut gezien het meest is gegroeid, namelijk met €5 miljoen.

2018_1_7_10_16_55

De traditionele top 3 maakt dus een gestage groei door, terwijl de subtop langzaam wegzakt. Voor de spankracht van de Eredivisie is dit niet goed, en de laatste 2 seizoenen was er weer sprake van een duidelijk top 3 op de ranglijst.

De oplopende begrotingen lijken erop te wijzen dat Nederlandse voetbalclubs steeds bedrevener worden in het koppelen van commercieel gewin aan hun sportieve prestaties. Aangezien er in 2012 met FOX een twaalfjarige deal werd gesloten over tv-gelden, zijn de inkomsten die hieruit afkomstig zijn de afgelopen paar jaar ongeveer gelijk blijven. De stijgende begrotingen zijn hier dan ook niet aan toe te schrijven.

Omdat de rechtsteekse plaatsing voor de Champions League komend seizoen vervalt, is het niet te verwachten dat de inkomsten uit het Europese voetbal de komende seizoen gaan stijgen. De enige stijging die verwacht kan worden, moet dus uit commercieel gewin komen.

2. Financiële positie buitenlandse topclubs 

Hoewel de begrotingen van de Eredivisieclubs gemiddeld gezien een gestage groei vertonen, raken de Nederlandse clubs steeds verder achter op hun concurrenten uit de grootste competities van Europa. In het jaarlijkse ‘Football Money League’-onderzoek van Deloitte, wijst de adviesorganisatie op de toenemende polarisatie tussen de steeds rijker wordende ‘big five’ – de Premier League, Primera División, Serie A, Bundesliga en Ligue 1 – en de overige Europese voetbalcompetities. Dit toont zich ook in het feit dat er in de lijst van 20 rijkste voetbalclubs die in het kader van het onderzoek wordt samengesteld slechts één club niet afkomstig is uit een van deze competities, namelijk het Russische Zenit St. Petersburg.

2018_1_7_10_28_17

De Engelse Premier League spant absoluut de kroon. Hier steeg de omzet met bijna 69%. In Duitsland groeide gedurende diezelfde periode de omzet met zo’n 42%. De Franse Ligue 1 realiseerde in dezelfde periode een stijging van 36%. In Spanje groeide de omzet met ruim 33%. In de Italiaanse Serie A was sprake van een iets bescheidenere groei. Hier steeg de omzet van €1,6 miljard naar €1,9 miljard, oftewel met 19%.

Hiermee vergeleken vallen de stijgende begrotingen in de Nederlandse competitie een beetje tegen. De verschillen zijn des te pijnlijker gezien de enorme (financiële) achterstand die Nederlandse clubs nu al een tijdje hebben ten opzichte van clubs uit grotere competities. Het afgelopen seizoen waren er ook voor het eerst clubs die meer dan €600 miljoen aan omzet bijeen wisten te brengen. Er waren zelfs meteen drie clubs die dit voor elkaar kregen: Manchester United, FC Barcelona en Real Madrid.

2018_1_7_10_32_57

In de periode tussen 2013 en 2017 wisten deze tien clubs een gemiddelde omzetstijging van maar liefst 36% te realiseren, waarmee de kloof ten opzichte van de kleinere clubs alleen maar aan het groeien is. 

Het onderzoek van Deloitte geeft ook inzicht in de manieren waarop de rijkste clubs van Europa hun geld verdienen en hier blijken aanzienlijke onderlinge verschillen in te zitten. Bij de zes allergrootste clubs – Manchester United, FC Barcelona, Real Madrid, Bayern München, Manchester City en Paris Saint-Germain – blijkt het grootste deel van de inkomsten afkomstig uit commerciële activiteiten zoals bijvoorbeeld sponsoring en de verkoop van voetbalshirts. Bij Manchester United (53%), Bayern München (58%) en Paris Saint-Germain (58%) zorgt dit zelfs voor meer dan de helft van de omzet.

2018_1_7_10_37_41

Ook verdienen de topclubs veel geld aan de verkoop van de tv-rechten van hun wedstrijden. Champion’s League-winnaar Real Madrid wist het meeste geld op te halen, zo’n €228 miljoen, waarmee de tv-opbrengsten goed zijn voor 37% van de omzet. Ook Manchester United (27%), Barcelona (33%), Manchester City (41%), Arsenal (41%) en Chelsea (43%) verdienden een aanzienlijk deel van hun omzet via uitzendrechten. Procentueel gezien verdiende Juventus het meeste: met een bedrag van €196 miljoen is hier maar liefst 57% van de omzet afkomstig van tv-rechten.

Het deel van de omzet dat wordt verdiend aan de supporters in de stadions is over het algemeen bescheiden. Manchester United verdiende hier absoluut gezien het meeste aan (€138 miljoen), terwijl deze inkomstenbron bij Arsenal (€134 miljoen) relatief het belangrijkst is, door te zorgen voor 29% van de omzet.

 

De enorme bedragen die de topclubs verdienen dankzij met name de commerciële activiteiten en de verkoop van uitzendrechten, illustreren nog maar eens hoe de Eredivisie steeds verder aan het achterraken is op de grote competities in Europa. Alleen al de bedragen die in de stadions worden verdiend, waarvan zojuist werd vastgesteld dat ze de minst belangrijke inkomstenbron vormen voor Europese topclubs, stijgen uit boven de gehele omzet van Ajax, de grootste verdiener uit de Eredivise (zo’n €110 miljoen). Voor de uitzendrechten kreeg Ajax het afgelopen seizoen zo’n €9,3 miljoen. West Ham en Leicester – de nummer 11 en 12 uit het vorige seizoen van de Premier League – ontvingen hiervoor ondertussen respectievelijk €116 miljoen en €127 miljoen.

Bron: www.consultancy.nl

Het mogelijk duidelijk zijn dat als we zo doorgaan met de Nederlandse competitie, dat we de aansluiting met de Europese subtop zelfs verliezen. Om nog maar over de Europese top te zwijgen. Tijd voor een oplossing om ons voetbal uit het slopen te trekken en onze slagkracht te verbeteren. Eindelijk dan toch tijd voor een Beneliga?

3. Beneliga: een idee dat al langer speelt

De grootste voorvechter van nieuwe competitieopzetten was legendarische PSV-preses Harry van Raaij (foto). In 2003 en eerder al pleitte hij voor een BeNeLiga of BeNeLux-competitie met 16 clubs met het Nederlands als voertaal.

Hij startte een reeks van “aftastende gesprekken” met de voorzitter van Anderlecht, Michel Verschueren. Verschueren had al vanaf 1996 veel inzet getoond voor een gezamenlijke competitie. Van Raaij’s motivatie voor het opzetten van een gezamenlijke competitie was zijn verwachting, dat een Europese liga zeker zou ontstaan in de toekomst. Als wij als België en Nederland niet op tijd stappen ondernemen, zal die Europese competitie bepaald worden door drie of vier landen. Dus moet je nu bouwen om er straks bij te zijn’, zei hij tegen het Eindhovens Dagblad.

Juist nu lijkt hier binnen een paar jaar sprake van te zijn, iets wat Harry van Raaij dus toen al erg goed had begrepen.

Maar Van Raaij was dus niet de eerste die met het plan voor een gezamenlijke Belgisch-Nederlandse competitie kwam. Anderlecht-voorzitter Michel Verschueren pleitte in 1996 al voor het plan. In België werd hij zeker serieus genomen, de clubs gaan om tafel maar er gebeurt weinig.

In de jaren daarna komt het idee meerdere malen bovendrijven, maar nooit wordt er concrete actie ondernomen. Nu zelfs de Europese subtop uit zicht verdwijnt en Nederland en België allebei een dramatisch Europees jaar doormaken, lijkt het besef bij beide landen aanwezig dat er iets moet gebeuren. Op de Europese coëfficiëntenlijst is te zien op welke puntentotaal Nederland en België dit seizoen gaan eindigen:

2018_1_7_18_52_1

Een seizoen die beide landen nog 5 jaar achter zich aan zal moeten slepen….

4. De mogelijke praktijk van de Beneliga

Welke clubs?

Als we naar de begrotingen kijken, zouden de volgende 18 clubs in aanmerking komen voor de Beneliga:

2018_1_7_19_19_14

Bij deze opzet zou de competitie een stuk aan kracht winnen: met o.a. Club Brugge, Standard Luik en Anderlecht erbij betekent het 6 extra beladen topwedstrijden per jaar en in dit overzicht zijn sterke clubs als Racing Genk en AZ gewoon clubs uit het rechterrijtje.

Het is niet verstandig het Belgische competitiemodel te hanteren, is België is daar momenteel veel weerstand tegen. De reguliere competitie is nu een soort doorgedreven voorbereiding geworden en met de nieuwe opzet zijn er zowiezo veel topwedstrijden voor alle clubs.

Voor spelers neem de aantrekkingskracht van deze competitie behoorlijk toe qua sportieve uitdaging en de weerstand voor topspelers in deze competitie wordt een stuk groter aangezien – met alle respect- wedstrijden tegen Excelsior, Eupen en Moeskroen niet meer voorkomen.

Inkomstenverhoging tv-deal

Zoals Stefan Szymanski en Simon Kuper in hun boek Soccernomics aantoonden, geldt de regel in het Europese voetbal: wie op de spelersmarkt het meest betaalt, oogst het meeste succes. Die loonachterstand is dan weer het gevolg van een levensgroot verschil inzake inkomstenbronnen zoals tv-rechten en ticketverkoop. In het meest optimistische geval kunnen België en Nederland hun tv-deal verkopen voor 250 miljoen euro, een sterke stijging maar nog altijd een trapje lager dan Frankrijk, de nummer vijf van Europa. In economische termen uitgedrukt zullen België en Nederland dus nog steeds de kleine, doch iets volwassener broer zijn van de Big Five.

Om een zo sterk mogelijke competitie te krijgen is het belangrijk de tv-gelden gelijkmatiger te verdelen dan nu in Nederland het geval is. In dat geval zullen de topclubs er met ca. € 10 miljoen op vooruit gaan, maar vooral de kleinere clubs zullen procentueel (mat ongeveer dezelfde toename in euro´s) een flinke stap kunnen zetten in hun begroting. Dit is een belangrijke stap omdat deze clubs nu makkelijker spelers kunnen behouden en het gat tussen top en subtop kleiner wordt.

Commerciële inkomsten: vermarkten van de competitie als collectief

Op dit aspect is de meeste winst te behalen, waarbij het vermarkten van de competitie het belangrijkst is. Als er 1 competitie is die dit uitstekend gedaan heeft, is het wel de Premier League. Begin jaren ´90  had Ajax een begroting die vergelijkbaar was met die van Manchester United, maar de Engelse clubs waren zich als eerste bewust van hun collectieve marktwaarde.

Het Engelse koloniale verleden in vooral Azië deed de rest: een wereldpubliek was klaar om veroverd te worden met live-voetbal uit een competitie met een zorgvuldig uitgekiend image, ‘de bakermat van het voetbal’. Met clubs die in prachtige, steeds fraaiere stadions gingen spelen, met steeds meer internationale sterren. Eric Cantona, Dennis Bergkamp, Gianfranco Zola.

Het bijzondere is: het Engelse voetbal is 25 jaar later nog steeds toonaangevend. Als het om internationale televisiedeals gaat, of over moderne mediarechten, bouwde het zijn voorsprong almaar verder uit. Premier League-wedstrijden worden bijna elk weekeinde gespreid over vier speeldagen, om zo een zo groot mogelijk televisiepubliek te bereiken. Voorheen was dat vloeken in de kerk, en nog steeds kun je stellen dat het Engelse voetbal zijn ziel heeft verkocht, en dat alles er om geld draait. Maar gebrek aan commerciële visie kun je de beleidsmakers niet verwijten.

,,De directeur, Richard Scudamore (foto), waakt als een leeuw over de uitstraling van de competitie”, aldus Chris Woerts. ,,Hier in Nederland gaan we rollebollend over straat als er iets collectief moet worden afgesproken, zeker als het om geld gaat. In Engeland is dat ondenkbaar. Aan de vergadertafels is het hard tegen hard, maar er komt nooit iets over naar buiten. Het collectief van de Premier League gaat boven alles.”

Het is dus belangrijk dat er -zonder het poldermodel- snel en kordaat beslissingen kunnen worden genomen in het belang van de competitie.

Is het dan alleen maar rozengeur, in de Premier League? Uiteraard niet. De hypercommerciële benadering van het voetbal heeft er toe geleid dat toegangskaartjes steeds duurder werden, en dat het Engelse voetbal steeds verder is afgedreven van zijn oorspronkelijke arbeiderspubliek. Het wemelt van de toeristen in de grote Premier League-stadions, iets wat de entourage bepaald geen goed heeft gedaan. Het is er stiller dan ooit.

En ten minste zo zorgwekkend: doordat Engelse clubs allemaal zakelijk te verhandelen zijn, anders dan bij het verenigingsmodel dat ze in bijvoorbeeld Duitsland kennen, zijn clubs steeds meer een klinisch vehikel voor rijke investeerders geworden. Ze worden opgekocht en doorverkocht, niet zelden aan overzeese zakenmensen die weinig op hebben met voetbal, of met de traditionele waarden van een specifieke voetbalclub.

Door de toestroom van buitenlandse topspelers krijgen de Britse talenten weinig kansen, ook een negatieve ´bijvangst´ van deze competitie.

De Premier League verkocht in de afgelopen 25 jaar alles: zijn clubs, zijn merkwaarde, zijn stadions, zijn toegangskaartjes, zijn merchandising, zijn mediarechten. Het leverde goud geld op, steeds betere spelers en een gelikt image, met aantrekkingskracht tot in alle uithoeken van de wereld. De League betaalde er ook een prijs voor, al is het dan een abstracte. De competitie verloor haar ziel.

Nu is het onmogelijk de Premier league te imiteren, dat moet de Beneliga ook niet willen. Wel kan het er de juiste dingen van leren om zich juist te vermarkten. En van de negatieve ontwikkelingen om deze juist niet toe te passen. Het is goed voor de Beneliga om zich als volgt te positioneren:

  • Swingende competitie met kansen voor zelf opgeleide spelers (stel een minimum in om dit te stimuleren). In de Premier League is dit een groot kritiekpunt.
  • Voorportaal voor de grotere competities voor talentvolle spelers uit Scandinavië, Zuid-Amerika, China/Japan en Afrika (het minimumsalaris voor niet EU-spelers zou hierbij moeten vervallen om dit mogelijk te maken). Hierdoor zal de aandacht vanuit deze groeimarkten groot worden, wat de commerciële inkomsten bevordert.
  • Houd toegangsprijzen laag, zorg voor volle stadions en veel sfeer. maak hierover afspraken met de clubs.
  • Straal innovatie uit: probeer voorloper te zijn op meerdere gebieden (spelregels, camera´s in kleedkamers, enz.)

Dit is de enige manier voor Nederlandse clubs om weer enigszins aansluiting te krijgen bij de Europese subtop, maar wat nog belangrijker is: het geeft een kans om dit uit de bouwen bij de juist positionering, zoals hierboven omschreven.

Op de korte, maar vooral de lange termijn zullen de inkomsten voor de clubs substantieel stijgen, weliswaar niet tot op Premier League-niveau, maar wel richting competities zoals de Franse en Italiaanse. Daarnaast zou het voor Nederlandse en Belgische topclubs weer mogelijk moeten zijn met een begroting die richting de 200 miljoen gaat, om weer een grotere rol te spelen in Europa. Hiermee wordt een vliegwiel aangezwengeld, die clubs in staat stelt hun spelers langer in de competitie te houden, waardoor de aantrekkingskracht blijft groeien en de inkomsten blijven toenemen.

 

 

Wat zijn de echte kwalijke gevolgen van op jonge leeftijd scouten van profclubs?

Het gebeurt steeds vaker: voetballertjes van zes, zeven jaar worden gescout door Nederlandse topclubs. Vorige week maakte de NOS er een reportage over en vele ‘deskundigen’ hadden er een mening over. Van: ‘te vroeg, laat kinderen opgroeien in hun vertrouwde omgeving’ tot: noodzakelijk, anders gaat een andere club met het talent aan de haal.’ Maar wat heeft dit vroeg scouten als gevolg voor het Nederlandse voetbal?

1. Het waarom van vroeg scouten

“Wij willen ze eigenlijk zo vroeg mogelijk hebben, want als we jongens na hun twaalfde scouten hebben we het gevoel dat ze heel veel jaren opleiding missen,” vertelt Theo van Santen, een van de Ajax-scouts. “En over het algemeen haal je dat niet meer in.”

De beroemde Ajax-opleiding had in het verdere verleden de vrije keuze op de Amsterdamse velden. Andere clubs waagden zich niet aan de reis naar de hoofdstad. Tegenwoordig ziet Van Santen bij Zeeburgia echter concurrenten van een groot aantal Nederlandse clubs: “FC Utrecht, AZ, PSV en Feyenoord. En dan moet je je afvragen of je zo’n heel klein jochie richting Feyenoord of PSV moet laten gaan.”

De wedloop om jong talent heeft niet alleen gevolgen in Amsterdam. De ontwikkeling verontrust Bastiaan Riemersma, hoofd jeugdopleiding van Willem II: “Voor veel clubs geldt dat ze de jongens willen hebben voor ze gespot worden door andere clubs. Dus je ziet dat het de afgelopen jaren naar steeds jonger gaat.”

NOS-redacteur Edwin Schoon, die de steeds lager wordende leeftijdsgrens onderzocht, onderstreept de woorden van Riemersma in het NOS Radio 1 Journaal. “De jeugdopleidingen hopen dat ene talentje te vinden dat ze voor 20 miljoen kunnen verkopen en vissen met een steeds groter net.”

Bron: www.nos.nl

Het steeds jonger scouten is vooral dus ingegeven door angst talenten mis te lopen, niet om zelf de beste talenten te scouten op het juiste moment. Zo heeft PSV met het FUNdament-traject 4 teams in de leeftijden 7 tot 11 jaar op 4 verschillende locaties, om in een breed gebied geen talenten mis te lopen.

Maar is het wel echt nodig om vroeg te scouten? En heeft vroeg scouten gevolgen voor laatrijpe spelers? Om die vragen te kunnen beantwoorden is het goed om naar de gescoute leeftijden te kijken van onze huidige topspelers en die van 20 jaar geleden.

2. Op welke leeftijd werden onze huidige toppers gescout?

Gekeken naar de Nederlandse spelers met de hoogste huidige transferwaarde, komen we tot het volgende overzicht:

2018_1_5_19_39_2

Opvallend te zien dat slechts 2 van deze spelers 7 of 8 jaar oud waren toen ze naar een profclub gingen. Verder zijn slechts 5 van de 15 jonger dan 10 jaar oud. Deze spelers waren ongetwijfeld 1 of 2 jaar later ook nog als talentvol bestempeld. Op basis van deze cijfers is het niet gegrond te zeggen dat op 7 of 8-jarige leeftijd scouten echt nodig is.

Maar nog het meest opvallend: dat er maar 1 speler bij zijn ontdekking ouder is dan 12 jaar oud. Heeft Nederland geen laatbloeiers of laatrijpe spelers meer?

3. Op welke leeftijd werden onze toppers van 20 jaar geleden gescout?

Wat dat betreft is het interessant naar de leeftijden te kijken van de Nederlandse toppers van 20 jaar geleden bij hun ontdekking:

2018_1_6_9_4_6

Opvallend om te zien dat we een heel ander overzicht krijgen. We onderscheiden 3 groepen:

  • De jong gescoute talenten (Bogarde, Seedorf, Van Bronckhorst en Kluivert)

Zij lieten al op jonge leeftijd zien over veel talent te beschikken, vielen daardoor op bij scouts. Kluivert en Seedorf (foto) debuteerden ook al op jonge leeftijd bij Ajax. Typisch talenten die vroegrijp zijn: niet alleen als kind, maar ook na de puberteit.

  • De op normale leeftijd gescoute talenten (F. en R. de Boer, Reiziger, Davids, Bergkamp en Overmars). 

Zij kwamen op 12 tot 14-jarige leeftijd de jeugdopleiding van -meestal Ajax- binnen en groeiden uit tot (inter)nationale toppers. We kunnen toch stellen dat dit grotere spelers waren als de toppers die we nu hebben, die over het algemeen op jongere leeftijd zijn gescout. De opmerking van Ajax-scouts Theo van Santen, die stelde dat spelers die na hun 12e de opleiding binnenkomen te laat zijn, klopt dus niet.

  • De laatbloeiers of laatrijpe spelers (Van der Sar, Cocu, Stam (foto), Van Hooydonk en Van Nistelrooy)

5! spelers dus die pas op 15 tot 20-jarige leeftijd bij een profclub kwamen. Niet toevallig karaktervolle spelers die het niet van hun intrinsieke voetbaltalent moesten hebben, maar op mentaliteit boven zijn komen drijven.

Niet in dit overzicht meegenomen is Dirk Kuijt nog een mooi voorbeeld van een laatbloeier en karakterspeler die een paar jaar later boven komt drijven: van Katwijk op zijn 18e naar FC Utrecht, Feyenoord, Liverpool. Overal het vermogen tonend zich te kunnen aanpassen aan een hoger nivo.

Opvallend dus dat we bij onze huidige Nederlandse toppers geen enkele laatbloeier hebben. Bestaan zij nu niet meer dan, de zogenaamde ‘fluisterende talenten’?

Volgens Rasmus Ankersen van het boek ‘The Gold Mine Effect’ zijn er vier manieren om op een naar talent en prestatie te kijken. Op deze manier ontdekken we niet alleen talent dat duidelijk aanwezig is (‘schreeuwend talent’) maar juist talent dat zich nog niet heeft getoond (‘fluisterend talent’). Met name de laatste groep is interessant, want dat talent wordt door de concurrentie zelden opgemerkt.

  • Kijk niet alleen naar de prestatie op zich, maar ook naar het verhaal erachter. Probeer echt te begrijpen wat mensen drijft en wat ze ervoor over hebben dit te bereiken.
  • Prestatie = potentieel talent – beperkingen. Zijn de beperkingen oplosbaar? Richt je dan op het wegnemen van deze beperkingen.
  • Maak je selectiepoort niet te smal. Stap af van het traditionele selectiedenken en hou op met meer van hetzelfde te selecteren.
  • Plaats passie boven capaciteiten. Attitude en inzet zijn belangrijker dan de tot dan geleverde prestaties. Ontdek de ‘grit’: mensen die een duidelijke missie hebben en toegewijd zijn dit te realiseren en zich niet uit het veld laten slaan bij tegenslagen.

De wedloop om talenten op jonge leeftijd zorgt er nu dus voor dat de fluisterende talenten niet meer gescout worden. We zagen het al in dit artikel dat PSV stopt met scouten bij amateurclubs in eigen regio na de leeftijd van 12 jaar. Bij een snelle blik op het scoutingbeleid van Ajax zien we hetzelfde. Op deze manier wordt een groep talentvolle spelers uitgesloten om uit te groeien tot toppers, een kwalijke ontwikkeling.

4. Conclusies en aanbevelingen 

Het scouten bij de jongste jeugd is dus vooral niet wenselijk omdat slechts enkelen het redden en vele voetbaldromen van kinderen uiteen zullen spatten. Er zijn dus -zoals we zagen- wel spelertjes bij die uiteindelijk de top bereiken.

Voor het Nederlandse voetbal is het kwalijker, dat topclubs door de wedloop op jonge talenten vergeten te scouten bij een grote groep die ook de aandacht verdient. Kleinere clubs halen liever de afvallers van topclubs binnen, in plaats van te gaan scouten bij plaatselijke amateurclubs voor laatbloeiers.

Talenten ouder dan 12 die nog niet bij een profclub zitten komen niet bovendrijven door hun gebrek aan talent, maar door een gebrek aan focus van clubs om deze talenten te scouten en kansen te geven.

Buitenlanders in de Nederlandse jeugdopleidingen: verstandig of overbodig?

In de jeugdopleidingen van Nederlandse clubs zien we regelmatig buitenlanders spelen. We kennen allemaal natuurlijk het positieve voorbeeld van Kasper Dolberg, gescout door Ajax in Denemarken. Maar hoeveel buitenlandse spelers slagen er niet? En wat is verstandig beleid m.b.t. het aantrekken van deze spelers?

Gekeken wordt naar de aangetrokken buitenlandse spelers die de laatste 10 seizoenen in het onder 19 team van de betreffende club zijn gekomen. De traditionele top 3, de subtop en een aantal middenmoters zijn meegenomen in dit onderzoek. Van de spelers die dit en afgelopen seizoen in het team staan, is nog niet in te schatten wat het rendement gaat zijn, dus deze zijn buiten beschouwing gelaten.

1. Het beleid per club: topclubs

Ajax

Aj

Bij Ajax zien we een duidelijke voorkeur voor Denemarken, niet zo gek omdat Ajax met John Steen Olsen (foto) een erkende scout heeft in Scandinavië, die talenten goed weet in te schatten. Het belang van een goede scout in een bepaald gebied is dus erg groot en kan dus erg goed renderen, als we kijken naar het winstrendement op Eriksen en Fischer en wat ook verwacht kan worden van Dolberg. Opvallend ook dat al deze spelers (behalve Bay) meer dan 50 duels speelde voor Ajax.

Daarnaast is het belangrijk een goed verhaal te hebben: Ajax heeft de naam jonge spelers beter te kunnen maken en te kunnen fungeren als springplank naar de Europese (sub(top). Bijkomend voordeel is dat Scandinaviërs zich makkelijk aanpassen in Nederland. Deze cocktail: goede scout, goed verhaal en goed kunnen aanpassen zorgen ervoor dat dit bij Ajax een succesverhaal is.

In de Balkan en Midden-Europa is Ajax minder succesvol, maar het overall rendement blijft erg hoog.

Wat in het overzicht van de jeugdopleiding niet is terug te zien, maar waar Ajax de laatste jaren wel echt beleid van heeft gemaakt, is het aantrekken van talentvolle spelers van 18, 19, 20 jaar die aansluiten bij het eerste elftal of de beloften. Zo trok Ajax dit seizoen Wöber, Schuurs, Bandé en Johnsen aan en vorig seizoen Neres, Cassiera en Sanchez (foto) en het heeft –gekeken naar wat deze spelers al hebben laten zien en welke waarde ze vertegenwoordigen- Ajax geen windeieren gelegd. Ajax is niet bang flinke transfersommen (tussen €2 en €12M) neer te leggen voor deze spelers. De focus op Zuid-Amerika (Neres, Cassiera en Sanchez) komt voort uit de toegenomen concurrentie op scoutinggebied in Scandinavië.

Afgelopen en dit seizoen heeft Ajax het aantal buitenlandse spelers in het onder 19 team flink verhoogd: met Solomons en Thethani (Zuid-Afrika), Horvath en Schön (Hongarije), Ylatupa (Finland), Gorski (Polen), Danilo (Brazilië), Farcas (Roemenie), Pasquali (Australie) en Jensen (Denemarken) lijkt het dat er een koerswijziging heeft plaatsgevonden, gezien ook het veelvoud aan nationaliteiten. Interessant te volgen welke spelers hiervan gaan doorbreken.

PSV

P

Bij PSV zien we een duidelijke focus op België (20 van de 32) en valt het op dat ze op jonge leeftijd al binnengehaald worden. Het rendement is tot op heden echter nihil wat betreft de verhouding in waarde verkoop – inkoop en wedstrijden in PSV 1, op Bakkali tijdens een korte periode na. Met Dante Rigo is er een veelbelovend talent, maar ook hij heeft nog alles waar te maken.

A32_VOETBAL1.MMHet al op jonge leeftijd halen van Belgische spelertjes is een flinke investering in tijd en geld en een groot deel haalt de onder 19 niet, dus is in dit overzicht niet meegenomen. Dit artikel over de broertjes Rommens (foto) schept een mooi beeld (van 11 jaar geleden) van hoe PSV werkt en werkte met deze spelertjes. Er wordt dus vroeg gescout en het rendement valt tegen. Het is voor PSV beter te scouten om latere leeftijd in België, desnoods een transfersom te betalen voor de echte talenten die zich al bewezen hebben, in plaats van het te jong scouten nu. Dat kwam ook al in dit artikel naar voren. Bij het scouten in andere landen, zien we dat Betancourt qua waarde een voltreffer was en Gudmundsson een veelbelovend talent is, maar dat er verder weinig rendement behaald wordt, ondanks het scouten op 16 tot 18-jarige leeftijd. PSV durft nu wel in Scandinavië transfersommen te betalen voor talenten, getuige de 1,3M die ze voor Laursen overhadden, het lijkt er alleen op de de kwaliteit van scouten daar tot nu toe nog niet hetzelfde is als bij Ajax.

Ook PSV scout de laatste jaren in Zuid- Amerika en trok in de leeftijdscategorie 18 tot 20 jaar Pereiro, Mauro Junior en Romero (foto) aan en durft hier ook flink in te investeren. Dit lijkt vooralsnog -gezien de marktwaarde en belangstelling voor Pereiro- een verstandige beslissing.

Feyenoord

F

Bij Feyenoord is weinig lijn te ontdekken bij het scouten in het buitenland, alleen dat ze op latere leeftijd gehaald worden, het er weinig zijn en het weinig rendement oplevert de laatste 10 jaar. Met Emil Hansson heeft Feyenoord nu wel een beloftevolle speler in zijn gelederen. Voor hem werd een transfersom betaald.

Gezien het geringe aantal buitenlandse spelers in de onder 19 teams, kan geconcludeerd worden dat hierop bij Feyenoord niet de focus ligt. Getuige het recente debuteren van Malacia en Vente levert te jeugdopleiding nog steeds spelers af die toekomst lijken te hebben in Feyenoord 1, de binnenlandse scouting en jeugdopleiding is dus nog steeds goed op orde.

2. Het beleid per club: subtop en middenmoot

AZ Alkmaar

AZ

Bij AZ valt op dat ze relatief weinig buitenlanders scouten bij de jeugd en als het al gebeurt, het vooral IJslanders zijn. AZ heeft de laatste 15 jaar veel succes gehad met IJslanders in het 1e elftal: Sigthorrson, Johanssen, Gudmundsson, Gudjohnson en Steinsson. Alleen de jeugdspelers geven nog niet het rendement naar het eerste elftal toe.

Vitesse

VI

Bij Vitesse wordt er weinig in het buitenland gescout voor de jeugd en als dit al gebeurt, is de herkomst heel divers. Onverwachte toevalstreffer was wel de Chinees Zhang, waarbij tot ieders verbazing West Bromwich Albion € 7,2M besloot te betalen, terwijl hij bij Vitesse niet eens in de basis stond.

Dat juist West Bromwich de spits heeft binnengehaald, is geen toeval. De Premier League-club uit Birmingham heeft een Chinese eigenaar: Guochuan Lai. Die heeft zakelijke plannen met Zhang. De spits is bovenal een marketingproduct. Lai gaat zes ‘soccer towns’ in China bouwen. Zhang zal in die opzet een commercieel uithangbord zijn. Zo wordt zijn transfersom vermoedelijk weer terugverdiend.

SC Heerenveen

H

SC Heerenveen heeft jarenlang ingezet op jeugdscouting in Midden-Europa, vooral in Hongarije en Oostenrijk. Dit leverde weinig spelers (behalve Otigba) die uiteindelijk de stap naar het 1e elftal konden zetten. De laatste jaren lijkt de focus meer te liggen op Scandinavie, wat meer resultaat opleverde met Gudmundsson en Johnson (foto).

Zuur genoeg legde Ajax (Johnsen) en PSV (Gudmundsson) ze vast voordat ze hun debuut hadden gemaakt in het eerste elftal van SC Heerenveen. Beide hebben bij de beloften van hun clubs al laten zien veel potentie te hebben, een teken dat de scouting van Heerenveen in Scandinavie goed werk heeft geleverd.

FC Utrecht

Bij FC Utrecht werd de afgelopen 10 seizoenen geen enkele buitenlandse jeugdspeler aangetrokken. Er wordt vooral gescout in de eigen regio, een beleid dat zijn vruchten heeft afgeworpen gezien het aantal doorgebroken spelers: o.a. Van der Hoorn, Ayoub, Klaiber, Kali, Kerk en Troupée.

FC Twente

tw

De werkwijze van FC Twente lijkt deels op die van PSV, alleen scout FC Twente veel en vroeg in Duitsland, waar PSV het in België doet. Dat beide werkwijzes weinig rendement hebben, is ook een overeenkomst. Ook het scouten bij de jeugd in Midden-Europa leverde FC Twente tot nu toe nog niks op.

Is er dan niks positiefs te melden? Jawel: ook hier rendeert het scouten in Scandinavië, met het aantrekken van Andersen en Fredrik Jensen (foto): geen toeval meer.

FC Groningen

Gro

FC Groningen scoutte een aantal jaar geleden nog in Duitsland, maar lijkt hier een aantal jaar geleden mee te zijn gestopt, waarschijnlijk om dat het rendement, net als bij FC Twente tegenviel.

ADO Den Haag

ADO Den Haag had de laatste 10 jaar geen buitenlanders in de opleiding, de meeste spelers zijn afkomstig uit de eigen regio. Regelmatig breken er jeugdspelers door, denk o.a. aan Beugelsdijk, Bakker, Ebuehi en Van Duinen.

Willem II

Voor Willem II geldt hetzelfde, de focus ligt op scouting in Nederland, al kwam uit dit artikel voort dat er in Midden- en West-Brabant niet intensief genoeg wordt gescout. Willem II zou zich daar dus nog beter op kunnen focussen.

 4. Conclusies en aanbevelingen

We kunnen concluderen dat er de laatste jaren een flink aantal buitenlandse spelers in de Nederlandse jeugdopleidingen actief zijn geweest, maar dat slechts weinig echt een succes zijn geworden. Onderstaand een overzicht van de spelers die als succesvol kunnen worden gezien qua waarde voor de club of transfersaldo:

su

Totaal 7 succesvolle spelers over alle clubs in 10 jaar tijd is natuurlijk wel erg weinig. Daarom is het volgende belangrijk als je als Nederlandse club in het buitenland gaat scouten:

  • Zorg voor een scout van hoog niveau en kennis van een bepaald gebied en ga voor kwaliteit, niet voor kwantiteit. Voor echte kwaliteit betaal je vaak een transfersom.

 

  • Focus je op 1 bepaald land of gebied, bij voorkeur waar de mentaliteit dicht bij de Nederlandse ligt, zoals Scandinavie.

 

  • Scout het liefst zo laat mogelijk (18 tot 20 jaar) zodat beter ingeschat kan worden of de speler succesvol gaat worden (zoals Ajax en PSV nu doen). Nadeel bij laat scouten is dat de transfersom hoger ligt.

 

  • Als het bovenstaande niet lukt omdat er geen budget is om te scouten in het buitenland: beperk het scouten tot Nederland: hier loopt genoeg talent rond, ook op latere leeftijd nog. O.a. Feyenoord, FC Utrecht, ADO Den Haag en AZ Alkmaar laten zien dat dit mogelijk is.