Hebben de Nederlandse voetbalscouts genoeg oog voor laatbloeiers?

Nederlandse clubs scouten steeds vroeger door de angst om talenten mis te lopen waardoor andere clubs met ze aan de haal gaan. Maar hebben die clubs nog wel oog voor een belangrijke groep beloftevolle spelers die later komen bovendrijven: de zogenaamde laatbloeiers?

1. Jaap Stam

Eén keer heeft jeugdtrainer bij DOS Kampen, Gerrit Post woorden gehad met Jaap Stam en het mooie was: hij had het de elftalleider van tevoren gezegd. ‘Ik zeg: let op, dat wordt ruzie.’ En dat werd het. Jaap Stam was in die dagen middenvelder, maar Post zat met blessures in zijn achterste linie en dus moest Jaap Stam zich opofferen in het teambelang. Het offer luidde rechtsback. ‘Jaap begon meteen te steigeren. ‘Een luide vloek klonk door christelijk Kampen. (….)

‘Henry van der Vegt was destijds een opvallender speler dan Jaap Stam. Hans van Dijkhuizen (oud-speler DOS Kampen): ‘Henry was als jeugdspeler al meer een voetballer, creatiever. Jaap was als middenvelder niet zo geweldig. Hij is als verdediger groot geworden. ‘Van Dijkhuizen bedoelt het letterlijk. Jaap Stam was vroeger Japie Stam, een kleine jongen die je snel over het hoofd zag. Van der Vegt: ‘Jaap had al wel dat gedrongen postuur. Maar bij de A’s kreeg hij opeens van die groeischeuten. Hij is in drie maanden echt verschrikkelijk gegroeid. Ook ineens van die enorme bovenbenen. Ik dacht: dat is Jaap niet.

‘Ze trainden in die tijd wel eens mee met de senioren. Van Dijkhuizen: ‘Dat was altijd een beetje dollen met die junioren. Maar dat moest je bij Jaap niet doen. Die was toen op de trainingen al zo vreselijk fanatiek. ‘Henry van der Vegt debuteerde op zijn zeventiende in het eerste van DOS, Jaap Stam volgde in de loop van dat seizoen.

‘Theo de Jong, die na enig aandringen de ontdekker van Jaap Stam genoemd mag worden, was in die dagen vaak te vinden op sportpark De Maten. Hij was trainer van het naburige FC Zwolle en op zoek naar talent. ‘Dat was eigenlijk vanuit een noodsituatie geboren. Zwolle ging op een faillissement af en we konden alleen maar koopjes halen of spelers uit de amateursectie. ‘Ik struinde veel velden af en bij DOS kwam ik regelmatig, een club met een heel goede jeugdopleiding. In het begin waren ze nogal achterdochtig, maar later werd ik in de bestuurskamer ontvangen. ‘De Jong had zijn zinnen op twee spelers gezet: Henry van der Vegt (foto) en Jaap Stam. ‘Het waren liefhebbers met een goede instelling. Dat zag je zo.’ De eerste stapte in 1991 over, de tweede moest nog een jaartje wachten. Vader Stam wilde dat zoon Jaap eerst de school afmaakte. Theo de Jong mocht het volgend seizoen terugkomen en dat deed hij al snel. ‘Ik zat hem te knijpen, want hij werd steeds beter. Ik dacht: straks komt Heerenveen of een andere club. Maar die kwamen gelukkig niet. Ik heb hem zo snel mogelijk vastgelegd. ‘In 1992 maakte Jaap Stam op 20-jarige leeftijd zijn debuut in het betaald voetbal.

De rest is geschiedenis: Jaap Stam bouwt een schitterende carrière uit die via PEC Zwolle, Cambuur, Willem II, PSV, Manchester United, Lazio Roma en AC Milan eindigt bij Ajax. Stam was een had een late groeispurt en werd daarna pas op de plek gezet waar zijn kwaliteiten opvielen. Maar dan nog: als De Jong niet noodgedwongen door finaciele problemen was gaan scouten bij de amateurs van DOS Kampen, was Stam waarschijnlijk niet of te laat ontdekt. 

FC Zwolle was in die dagen een ideale opstap volgens Van der Vegt. ‘Het was een smalle selectie met jonge spelers. Je kreeg alle gelegenheid om te wennen aan de overgang. Een fout werd je snel vergeven.’Hij denkt dat het een voordeel was om zo laat prof te worden. ‘Ik speelde op mijn zeventiende al op het hoogste niveau in het amateurvoetbal. Dan sta je tegenover kerels van 34 jaar. Volgens mij krijg je daarvan meer weerstand dan bij de jeugd van een profclub spelen en elke wedstrijd met 5-0 winnen.

Bron: www.volkskrant.nl

2. Laatbloeiers het onderzoek

In 1921 wilde de Amerikaanse psycholoog Lewis Terman o.a. onderzoeken of er een correlatie was tussen intelligentie en (maatschappelijk) succes in het leven. Hij selecteerde daarvoor (via een IQ-test) de 1500 meest intelligente kinderen van basisscholen in de staat California (de top 0,6% van 250.000 kinderen). Allen hadden een IQ van boven de 135. Deze groep zou tot hun dood worden gevolgd om te kijken wat ze uiteindelijk hadden bereikt. Verwachting was dat deze groep voornamelijk topgeleerden, nobelprijswinnaars, presidenten en CEO’s zou voortbrengen.

Latere Nobelprijswinnaars werden niet geselecteerd, want te dom

De Terman-groep bleek over het algemeen behoorlijk succesvol te zijn. 31 personen bereikten de top in hun vakgebied, een groot aantal leidde een bovenmodaal leven, maar er waren ook veel deelnemers die een vrij oninteressant leven leidden met een doodgewone baan als accountant, politieman, receptionist, technicien of zeeman. De Terman-groep deed het eigenlijk slechts een klein beetje beter dan een willekeurig gekozen groep mensen. Opvallend is verder dat William Shockley en Luis Alvarez, (2 briljante geleerden die later de Nobelprijs wonnen), ook werden getest door Terman, maar te laag scoorden op de IQ-test en daarom niet werden toegelaten tot deze studie.

Wat heeft dit met voetbal te maken? Intelligentie is in tegenstelling tot voetbaltalent (senso-motorisch talent) een zeer precies meetbaar talent. Terman had daadwerkelijk de op dat moment intelligentste kinderen geselecteerd uit een groep van 250.000 kinderen. En toch miste hij de latere wereldtoppers. Sterker nog, hij wees ze af. En zo waren er meer latere toppers die door Terman niet werden geselecteerd omdat hun IQ-score op dat moment te laag was. De groep die afviel bracht zelfs veel meer toptalent voort. Terman had klaarblijkelijk toch vooral de verkeerden geselecteerd.

Ambitie, inzet en motivatie bepaalt wie de top haalt

Dat kwam ook naar voren toen de groep nog een keer de IQ-test moest maken op 29 jarige leeftijd. Het IQ van meer dan de helft kwam nu ineens niet meer boven de 135 uit. De IQ-scores van zijn groep waren daardoor niet meer representatief voor een bevolking van 250.000 mensen, maar van 100.000 mensen. Terman had klaarblijkelijk maar liefst 60% van het ‘echte’ talent gemist. Dat komt omdat deze groep zich op latere leeftijd pas had ontwikkeld (de laatbloeiers).

Verder was één van de opmerkelijkste conclusies dat er zeker een verband bestaat tussen IQ en een langer, gezonder en succesvoller leven, maar dat ambitie, doorzettingsvermogen, motivatie en inzet voor wat betreft de carrière een hele grote rol hadden gespeeld. Het waren de harde werkers en de supergemotiveerden die later de absolute top hadden bereikt in hun vakgebied, terwijl de minder gemotiveerden onder hun niveau terecht waren gekomen.

In de voetbalwereld gebeurt en geldt precies hetzelfde. Voetbalclubs scouten / selecteren kinderen al als ze heel jong zijn. Mede ook uit angst talenten mis te lopen, dat werd al duidelijk in dit artikel. De meeste kinderen worden tegenwoordig al gescout als ze 7,8,9 of 10 jaar zijn. Er zijn ongeveer 210.000 o7, o9- en o11-spelers in Nederland. daarvan zijn er 20.000 talentvol en 2000 daarvan kunnen echt heel goed voetballen. Selecteer daar de beste 100 maar eens van. Dat is al niet te doen.

Bron: www.daardan.nl

In het geval van Jaap Stam zorgde een toevallige samenloop van omstandigheden ervoor dat hij opgepikt werd door PEC Zwolle: Een late groeispurt, een trainer die hem op de plek zette waar hij opviel en een club die door financiële problemen genoodzaakt werd bij de amateurs te gaan scouten.

3. Laatbloeiers in het huidige Nederlandse voetbal

Voor de laatbloeiers bij een Nederlandse profclub, kijken we eerst naar een minimale marktwaarde van 500K (Transfermarkt.nl) en de leeftijdscategorie 15 t/m 18 jaar :

LB

Vaak zijn dit spelers die op jonge leeftijd al hun debuut hebben gemaakt in het 1e elftal van hun club. Ze zijn dus opgevallen in de hoogste jeugd bij hun amateurclub, maar niet eerder bij de scouts van profclubs.

Hierbij vallen 3 clubs op die de nadruk leggen op scouting op latere leeftijd: ADO Den Haag, FC Utrecht en Sparta. Als we naar de spelers kijken die op deze latere leeftijd gescout werden, zien we daar toch flink wat kwalitatief goede spelers bij, Pieters en Berghuis schopten het zelfs tot International. Opmerkelijk dus dat er niet meer clubs actief scouten in deze leeftijdscategorie.

Als we kijken naar de leeftijdscategorie 19 jaar en ouder, komen we tot het volgende overzicht:

LB1.PNG

Hierbij valt wederom ADO Den Haag op met 2 spelers die daarna een mooie carrière op wisten te bouwen. Ook Willem II scoutte nog in deze leeftijdscategorie.

Als we naar de verhalen zoeken achter het op latere leeftijd scouten, zien we dat het aantrekken van deze spelers vaak op toeval berust en het initiatief niet vanuit de profclubs komt:

Jens Toornstra

Jens Toornstra kreeg hulp uit onverwachte hoek. Kees Jansma, oud-voorzitter en tegenwoordig klankbord van Alphense Boys, nam het voortouw en raadde de scouts van ADO aan eens naar de technisch begaafde middenvelder van zijn club te kijken. ‘Ik vraag me al jarenlang af hoe dat mogelijk is’, reageert Kees Jansma. Daar zag hij al jaren met grote verbazing onopgemerkt Jens Toornstra rondlopen.

Jansma: ‘Hij was al acht, negen jaar lid, doorliep alle jeugdploegen en kwam uiteindelijk in het eerste elftal terecht. Daar maakte hij als middenvelder ook nog eens meer dan twintig doelpunten.’ De perschef had al vaker bij kennissen in de voetbalwereld aangegeven dat er een meer dan aardige speler bij zijn amateurclub rondliep die zo mee kon doen in de eredivisie, maar die mening werd al nooit serieus genomen.

Bron: www.vi.nl

Reuven Niemeijer

`Mijn voetbaldroom had ik eigenlijk al opgegeven. Als klein ventje wil iedereen prof worden, ook ik. Ze noemden me talentvol, maar ik werd nooit uitgenodigd door bvo’s. Op een bepaalde leeftijd moet je eerlijk tegen jezelf zijn en beseffen dat het niet meer gaat lukken. Ik speelde bij Quick, puur voor mijn plezier. Ik volgde een BBL-opleiding.`

`Mijn leven veranderde na een promotiewedstrijd met Quick. Een dag later werd ik gebeld door iemand van HHC Hardenberg. Ze hadden interesse. Mijn trainer bij Quick zei: “Reuf, dat moet je niet doen. Er zit nog meer in. Als jij wilt kun je het betaalde voetbal halen. Ik regel wel wat bij Twente”. Via via begreep ik dat Twente geïnteresseerd was. Alleen moest ik dan zelf een of andere tussenpersoon bellen. Een heel vaag verhaal. Ik heb het genegeerd. Toen kwam Heracles. Het was op een dinsdagochtend. Ik had net een klant geholpen toen mijn telefoon ging. Het was Nico-Jan Hoogma (directeur Heracles, red.) die vroeg of ik op proef wilde komen. Ik zou eigenlijk in die periode op vakantie naar Gran Canaria gaan, maar dat heb ik maar geannuleerd. Ik was 21 en mocht meetrainen bij een bvo. Dat bedenk je toch niet?’

Bron: www.vi.nl

 

4. Conclusies en aanbevelingen

De wetenschap dat maar een aantal profclubs gericht scouten op latere leeftijd en het vinden van spelers in deze leeftijdscategorie vaak op toeval is gebaseerd, is een indicatie dat zij in deze leeftijdscategorie veel talent laten liggen.

Bij amateurclubs lopen veel laatbloeiers rond die door een samenloop van omstandigheden (late groeispurt, laatrijp, niet op de juiste positie gebruikt, op verkeerde moment gescout) pas later komen bovendrijven.

Het is dan ook zaak voor profclubs hier aandacht aan te gaan besteden, of deze aandacht uit te breiden, zodat de Jaap Stam van de huidige tijd niet onder de radar blijft.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s