Welke dode hoeken heeft de Nederlandse jeugdvoetbalscouting?

Het mooie van voetballend Nederland is, dat er bijna overal in een straal van 5 km een voetbalclub is te vinden, met doorgaans goede faciliteiten. Alle ingredienten zouden aanwezig moeten zijn om talenten door het hele land in het vizier te hebben. Toch lijkt het alsof niet uit alle regio’s evenveel profvoetballers komen. Interessant om te onderzoeken in welke regio de meeste profvoetballers hun eerste stappen zetten als jeugdvoetballer en in welke regio’s talenten over het hoofd gezien worden.

1. Voetbaltalent is niet zeldzaam

Wat is talent precies? Vaak wordt talent namelijk verward met natuurlijke aanleg. Natuurlijke aanleg is echter wat je bij je geboorte meekrijgt. Dat zit in je genen. Door die natuurlijke aanleg te ontwikkelen en te trainen kun je een talent worden op een bepaald gebied. Iemand zonder natuurlijke aanleg op senso-motorisch gebied kan trainen wat hij wil, maar zal nooit een voetbaltalent worden. Het omgekeerd geldt echter ook; iemand met heel veel natuurlijke aanleg, maar die slechte training krijgt of heel weinig traint, zal ook nooit een groot voetbaltalent worden.

Wanneer ben je dan een talent? Volgens Francois Gagné*, een expert op talent-gebied, heeft 10% van alle voetballers genoeg natuurlijke aanleg om uit te groeien tot een voetbaltalent. Wie bij die beste 10% (1:10) van zijn leeftijdsgroep hoort is een matig talentvolle voetballer (lokale top). 1:100 is een gemiddeld talent (regionale top), 1:1000 een groot talent (landelijke top) en 1:10.000 een zeer groot talent (Europese top) en 1:100.000 is een extreem talent (wereldtop). Messi, Ibrahimovic en Özil zijn voorbeelden van volwassen extreme talenten. De jongens uit de O15 van Ajax en Feyenoord zijn grote talenten en de jongens van een lokale amateurclub uit een O15-1 of O13-1 team zijn matige talenten. Let wel: van al deze jongens kan het ‘talentvol zijn’ nog enorme sprongen vooruit en achteruit maken, omdat ze zich nog volop aan het ontwikkelen zijn. (zie het onderzoek van Simonton, 1999)

Uit alle wetenschappelijke onderzoeken en uit de feiten blijkt dat talent niet zeldzaam is. Of het nu om muziek, zang, kunst, sport of intellectueel talent gaat. Het barst zelfs overal van de talenten. Verder heeft de sportgeschiedenis aangetoond dat enkele tienduizenden beoefenaars vaak al genoeg kan zijn om daaruit een selectie te maken die de (wereld)top kan halen.

Bron: daardan.nl

2. Duitsland

Dietrich Weise was bondscoach van Liechtenstein toen hij eind 1996 vanuit Frankfurt werd gebeld. Hij was de laatste Duitse jeugdtrainer die succes had gehad met nationale jeugdploegen, begin jaren tachtig. Voor de probleemanalyse had hij niet lang nodig. Hij ergerde zich al twee jaar aan de lamlendige jeugdscouting in Duitsland. Het talent was er wel, maar niemand keek ernaar om.

Weise rekruteerde een jonge assistent – een 27-jarige ex-prof en vers afgestudeerde sportwetenschapper met de naam Ulf Schott – en samen keken ze waar dat onzichtbare talent zich moest bevinden.

De manier waarop ze dat deden was nogal simpel, vertelt Schott. ‘We pakten een grote kaart van Duitsland, zetten stickers op plekken waar profclubs met jeugdopleidingen zaten. Midden in de witte plekken, waar dus niet naar talent werd omgekeken, plaatsten we prikkers. Daar moesten we zijn.’

Op die plekken zetten ze inmiddels beroemde steunpunten (Stützpunkte) neer. Twee à drie trainers kregen een kantoortje bij een amateurclub, en zochten in de omgeving naar de talentvolle spelertjes van wie Weise altijd al vermoedde dat ze bestonden. De kern van de gedachte, zegt Schott, ‘was om de droom van elk kind om voetbalprof te worden levend te houden. Om bij die spelers iets te doen ontbranden: de zin om beter te worden.’

Bron: De Correspondent

In Duitsland erkende men dat er een aantal dode hoeken waren waar jeugdspelers niet voldoende gescout werden. In Nederland lijkt het, omdat Nederland veel kleiner is, veel minder waarschijnlijk dat er plekken zijn waar niet goed gescout wordt bij amateurclubs. Maar toch lijkt het een onderzoek waard om te kijken of dit ook echt zo is.

Werkwijze

We delen Nederland op in 25 regio’s en bij al deze regio’s wordt gekeken hoeveel inwoners deze heeft. Dit inwonertal is dan een percentage van het totale aantal inwoners in Nederland. Als vervolgens het percentage spelers uit een regio wordt vergeleken met het percentage inwoners, geeft dat een beeld van of er (goed) genoeg in deze regio wordt gescout.

Bijvoorbeeld: Utrecht heeft 8% van de inwoners van Nederland, maar slechts 4% van de Nederlandse profvoetballers komt uit Utrecht, dan is hier niet (goed) genoeg gescout in de jeugd.

Om te kijken bij welke club in welke regio de spelers hun eerste voetbalstappen hebben gezet, kijken we op Transfermarkt.nl en zoeken we eerst naar de topspelers (met een marktwaarde van € 7 Miljoen of meer) en subtopspelers (boven de € 2 miljoen).

3. Nederlandse top- en suptopspelers

De spelers van € 7 miljoen of meer zijn de zogenaamde topspelers, van Virgil van Dijk tot en met Erik Pieters. In deze categorie vallen veelal Internationals en het geeft aan of jeugdscouts in een bepaalde regio de talenten ontdekken die tot (nationale) toppers kunnen uitgroeien. De 2e kolom geeft het aantal inwoners per regio aan, de 3e het percentage van het totaal aantal inwoners in Nederland. Vervolgens het aantal gevonden spelers, het percentage van het totaal aantal spelers en de laatste kolom hoeveel procent +/- t.o.v. kolom 3. De laatste kolom geeft dus aan hoe goed er relatief gescout wordt:

Topspelers:

Top1

Opvallend in die overzicht zijn de goede cijfers voor de regio’s Rotterdam-Rijnmond en Hollands Midden en ook Haaglanden die aan elkaar grenzen. In deze gebieden weet men dus heel goed in te schatten wie uiteindelijk de top gaat halen. Veel van deze spelers zijn door Feyenoord gescout, denk aan Wijnaldum, De Vrij, Kongolo, Martins Indi, Fer, Bruma, Karsdorp en Aké, maar ook door Sparta Rotterdam: Strootman, De Roon, Willems (foto) en Depay.

Negatieve voorbeelden hierin zijn o.a. Friesland en Zuid-Oost-Brabant (lees: PSV-gebied) met 0 spelers. Opvallend ook dat de 3 Zuidelijke Provincies tezamen (Zeeland, Noord-Brabant, Limburg) slechts 2 topspelers voortbrengt, terwijl dit er statistisch gezien 8 zouden moeten zijn. De clubs in deze Provincies laten dus echt wat liggen wat betreft het inschatten wie uiteindelijk de top kan halen.

Voor de subtop wordt er gekeken naar spelers met een waarde tussen de € 2 en € 6,5 miljoen, van Berghuis t/m Stekelenburg:

Subtopspelers:

Top2

Hierbij komen Amsterdam-Amstelland, Kennemerland en Utrecht positief naar voren, terwijl er in de regio in Zuid-Holland nu redelijk naar verwachting wordt gescout, gemiddeld om en nabij de 0.

Negatief komt wederom Friesland naar voren samen met Zuid-Oost Brabant. Beide regio´s zouden totaal 7 top- of subtopspelers voort moeten brengen, in totaal zijn het er dus 0. PSV en SC Heerenveen scouten dus dramatisch bij de jeugd in hun eigen achterland.

Daarnaast weer heel Zuid-Nederland waar te weinig spelers gezien worden met potentie: 18 subtop-spelers zouden statistisch gezien hier vandaan moeten komen, in de praktijk zijn het er maar 6. Het lijkt er dus op dat er structureel iets mis is met de talentherkenning is dit gebied.

4. Nederlandse modale spelers en totaal

Vervolgens kijken we naar een grotere groep spelers: de Eredivisiespelers en een aantal uit de top van de Jupiler League. Enkele voorbeelden hiervan: Peet Bijen, Aaron Meijers, Xandro Schenk en Kenneth Paal. De waarde van deze spelers bedraagt tussen de € 400K en € 1,75 Miljoen:

Modaal

De Regio Twente scoort in deze categorie goed, maar de duidelijke uitschieter in positieve zin is Amsterdam-Amstelland. Wederom zwak: de Zuidelijke Provincies, vooral Midden- en West-Brabant en… je raadt het al: Brabant Zuid-Oost.

Als we vervolgens naar de totale groep spelers kijken, is er ook een kolom toegevoegd met het aantal verwachte spelers per regio, naast het aantal daadwerkelijk spelers:

Totaal

Duidelijk is hier te zien dat de regio´s Amsterdam + heel Noord-Holland en Rotterdam dik plussen, en dat de Zuidelijke Provincies dik in de min blijven. Als jeugdig talent kun je dus maar het beste in het Westen van het land wonen.

Midden- West-Brabant brengt 12 profspelers minder voort dan statistisch mogelijk zou moeten zijn, in Zuid-Oost Brabant zijn dit er 10. Ook de talenten in Friesland komen er, net als eerder vermeld bij de (sub) topspelers bekaaid vanaf.

5. Conclusies en aanbevelingen

In het scoutinggebied van PSV, Oost- en Midden Brabant, Noord Limburg en een stukje van België voetballen ongeveer 70.000 jongens onder de 18 jaar. Daar had PSV statistisch gezien de afgelopen 10 jaar tientallen grote en zeer grote talenten uit kunnen vissen. Jongens die goed genoeg waren voor het 1e elftal, voor Oranje en zelfs voor de Europese top. Maar waar zijn al die talenten? Waar zijn de toppers uit de eigen regio en uit de eigen opleiding? PSV heeft de afgelopen 20 jaar niet een spelertje uit die eigen regio weten te scouten en op te leiden tot een vaste waarde in het 1ste team, laat staan tot een wereldtopper.

PSV, maar ook andere clubs, KNVB, trainers en analisten moeten dan ook stoppen om slechte of matige prestaties te verklaren door te zeggen dat er minder talent voorhanden is of dat het een mindere lichting/generatie is. Dat kwam ook al voort uit dit artikel.

Goed scouten bij de jeugd is en blijft een kunst en vaak ook een kwestie van genoeg aandacht eraan besteden en geen spelertjes buitensluiten door alleen op jonge leeftijd te scouten. Deze handschoen is opgepakt door Henk Grim, die Worshops en een opleiding geeft tot voetbalscout, een goede ontwikkeling voor de talentherkenning.

Professionele voetbalclubs kunnen allemaal kiezen uit tienduizenden jeugdspelers uit de regio. Oranje-elftallen zelfs uit 500.000 jeugdspelers of 500.000 senioren. Aantallen zo groot dat het altijd barst van het talent. Als dat talent het gewenste topniveau echter niet haalt of tekort komt in vergelijking met het buitenland, dan ligt dat niet aan het talent of aan de lichting, maar dan is er iets mis met de wijze van selecteren én de door KNVB en profclubs gecreëerde omstandigheden/(leer)omgeving waarin die talenten worden opgeleid .

Bron: daardan.nl

Advertenties

Een gedachte over “Welke dode hoeken heeft de Nederlandse jeugdvoetbalscouting?

  1. Ik vind de statistieken geweldig, alleen missen er natuurlijk nog wel een aantal zaken. Ten eerste kijk je naar het aantal inwoners en daarna alleen naar voetbal. Misschien komen er uit Friesland wel heel veel turn toppers en uit Brabant allemaal wereld top darters. De gene met talent hoeven natuurlijk niet voor voetbal te kiezen.
    Verder kan je kijken hoe dat talent zich in zijn omgeving kan ontwikkelen. In West 1 is het niveau in de jeugd behoorlijk hoog en ook in West 2 is er geen klagen. In andere regio’s is het algemene niveau een stukje lager. Hierdoor kan het voor top talenten ook lastig zijn om je door te ontwikkelen. Want volgens mij weten we nog niet in welke leeftijd een toptalent zich het vaaktst laat zien.
    Zo kan je nog tal van argumenten geven waardoor bovenstaande statistieken minder waarde krijgen. Al ben ik het helemaal met je eens dat de scouting in geheel Nederland anders kan en dat we daar weer voorloper in de wereld in kunnen worden. Verder zou het tof zijn als je het onderzoek wat groter kan maken en dus meer statistieken laat mee tellen. Hoeveel topsporters komen uit welke regio en hoe bepalend is weerstand om je talent maximaal te benutten?
    Ik zie graag een vervolg.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s